Abraham David Alberg

Leliënlaan 6, Vlissingen

Abraham David Alberg werd geboren in Antwerpen op 11 januari 1902 als zoon van diamantslijper Henricus Alberg en Evelina Alberg-Alberge. Voor zijn vader en diens tweede echtgenote zijn in Middelburg bij het pand Gortstraat 53 steentjes gelegd. Abraham trouwde op 1 mei 1931 in Middelburg op 29-jarige leeftijd met de 23-jarige Leijntje Louisa Adriana Bosschaart, geboren in Middelburg op 10 augustus 1907, dochter van Pieter Bosschaart en Margaretha Maria Magdalena Levina Soetens.

Abraham, die in 1920 zijn diploma timmeren aan de Middelburgse Ambachtsschool had behaald, werkte eerst enige tijd in Rotterdam. In 1930 kwam hij terug in Middelburg, waar hij tijdelijk bij zijn vader en stiefmoeder in de Gravenstraat introk. Pas na zijn huwelijk verhuisde hij naar Vlissingen. Daar woonden Abraham en Leijntje eerst op een bovenwoning aan het Groenewoud 45, enkele jaren later vinden we ze op Leliënlaan 6.

De oorlog werd ook dit jonge echtpaar fataal. In het voorjaar van 1942 kregen alle Joodse inwoners van Vlissingen een brief met het bericht dat de politie op 24 maart langs zou komen. Iedereen werd bevolen de woning te verlaten, de sleutels aan de politie te overhandigen en met de trein naar Amsterdam te gaan. Ook Abraham Alberg werd die ochtend opgehaald. De dienstdoende agent rapporteerde dat hij slechts wat boven- en onderkleding en enkele etenswaren had meegenomen. In zijn huis bleek nog een kist met ongeveer vijf kilo bruine bonen, een halfgevulde fles met uitjes in het zuur, een halfgevulde fles met augurken in het zuur en een kistje met wasmiddelen te staan. Het eten werd door de agent naar het ziekenhuis gebracht, de wasmiddelen gingen mee naar het politiebureau.

Alberg, die in Amsterdam op de Waverstraat 103 was gaan wonen, deed nog een laatste poging in ieder geval zijn inboedel te behouden. Aan de commissaris van politie in Vlissingen schreef hij dat hij in onderhandeling was met het Duits gezag om de in beslag genomen meubels aan zijn echtgenote af te staan. Hij verzocht hem het meubilair in afwachting van het definitieve besluit op de Leliënlaan te laten staan. Het lijkt onwaarschijnlijk dat hieraan gevolg is gegeven.

Op 2 september 1942 werd Abraham David Alberg samen met verschillende andere Zeeuwen naar Westerbork en vervolgens naar Auschwitz afgevoerd. Het grootste deel van deze groep werd direct vermoord. Alberg wist zijn leven nog tot maart 1944 te rekken. Toen bezweek ook hij ergens in Midden-Europa aan het Duitse regime. Zijn echtgenote Leijntje Alberg-Bosschaart overleefde wel de oorlog.

Katie Heyning

Abraham David Alberg
Antwerpen, 11 januari 1902
Midden-Europa, 31 maart 1944
Bereikte de leeftijd van 42 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Zeeuws Archief, Zeeuwen gezocht
Krantenbank Zeeland
C. Steugel, A. Meerman en J. de Hond, Joods Vlissingen. Een roerige en bewogen geschiedenis, Vlissingen 2010