Maurits Joseph Cohen, Louise Cohen-Wijnberg en Joseph Isidoore Cohen

Vlasmarkt 19

Maurits Cohen werd op 9 december 1876 in Middelburg geboren als zoon van Joseph Nathan Cohen en Eva Helena Bannet. In 1918 trouwde hij in Amsterdam met Louise Wijnberg, geboren op 14 februari 1885 als dochter van Izaak Jacob Wijnberg en Eva Tunningen. Samen kregen zij drie kinderen: een doodgeboren kindje in maart 1919, zoon Joseph Isidoore in 1920 en dochter Eva in 1922.

 

De Vlasmarkt, rond 1900. Het pand van de familie Cohen is het zesde huis van links, met de topgevel. Zeeuws Archief, HTAM-A-0121.

Maurits werkte vanaf 1890 mee in de slagerij van zijn vader op de Vlasmarkt en werd in 1913 compagnon. Vanaf dat moment voerden zij de naam J.N. Cohen & Zoon. Ook na de dood van zijn vader in 1918 behield de zaak die naam. Wel breidde Maurits de werkzaamheden uit. In juli 1920 kreeg hij vergunning tot het oprichten van een zouterij annex bewaarplaats van huiden in de Suikerpoort, in december 1933 ging de gemeente akkoord met de aanleg van een vleesrokerij in het pand op de Vlasmarkt.

In de verschillende lokale kranten wordt de vleeshouwerij regelmatig genoemd. Uiteraard in advertenties met aanbiedingen, maar ook in een verslag van een rechtszitting waarbij drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf werd geëist voor slagersknecht J. de G., die in 1932 en 1933 grepen in de kas had gedaan en in totaal f 74,25 van de firma had gestolen. Volop aandacht trok ook een bij Krabbendijke gevangen das die in het voorjaar van 1937 enige tijd voor het raam van de zaak hing. Een zeldzaamheid in Zeeland volgens de Middelburgsche Courant, die meldde dat het hier om een afgedwaald exemplaar moest gaan, net als het geval was met de potvissen die van tijd tot tijd in de Schelde gesignaleerd werden. Op 1 april werd de das naar Amsterdam gestuurd om gevild en geprepareerd te worden, waarna het volgens de journalist ‘als bont zijn weg wel zou vinden’.

Van Maurits en Louises dochter Eva is niet meer bekend dan dat zij in Middelburg de Meisjesschool op de Dwarskaai bezocht. In 1938 werd zij van de derde naar de vierde klas bevorderd. Zoon Joseph deed in 1933 met succes toelatingsexamen voor de Middelburgse Rijks-HBS en slaagde in 1938 voor zijn eindexamen. In zijn vrije tijd was hij een enthousiast damspeler. In verschillende competitiewedstrijden van de Zeeuwsche Dambond kwam hij uit voor het eerste team van Middelburg. Het verloop van zijn wedstrijd tegen B.F. Montenari werd zelfs in de krant van 1 mei 1937 beschreven.

Hoewel Joseph ongetwijfeld van tijd tot tijd in de zaak zal hebben geholpen, lijkt hij andere ambities gehad te hebben. De slagerij van de familie Cohen werd op 2 maart 1940 gesloten. De enige slagerij in Zeeland waar ritueel werd geslacht, was hiermee na 128 jaar opgeheven. Begonnen in Souburg door het echtpaar Bonnet-Cohen, was de zaak in 1846 naar Middelburg verplaatst. Aanvankelijk vestigden zij zich in de Gravenstraat, later verhuisde de vleeshouwerij via de Langeviele naar de Vlasmarkt 156 (nu nummer 19). Daar stond het vanaf 1859 onder leiding van M.J. Cohen. In 1861 nam zijn broer Joseph Nathan de leiding over. Nu hij geen opvolger had, hield diens zoon Maurits voor gezien.
Na de definitieve sluiting van de slagerij verhuisde Maurits Cohen. Hoewel hij plannen in die richting al bij de opheffing van de zaak had aangekondigd, lijkt het onwaarschijnlijk dat hij in gewone tijden naar de Noordweg 151g in St. Laurens zou zijn verhuisd. Daar trok hij met zijn gezin in juni 1940 bij zijn moeder in. Vlasmarkt 19, waar hij zoveel jaren had gewoond, is door de Werkgroep Struikelstenen Zeeland dan ook als het laatste woonadres aangemerkt. Van St. Laurens gingen Maurits en Louise in 1942 naar Amsterdam, waar zij terechtkwamen op de Plantage Franschelaan 11a. Daar overleed Louise Cohen-Wijnberg in september 1942 op 57-jarige leeftijd. Dochter Eva overleefde de oorlog. Maurits en Joseph overleden in Auschwitz en Sobibor.

Katie Heyning

Maurits Joseph Cohen
Middelburg, 9 december 1876
Auschwitz, 19 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 66 jaar

Louise Cohen-Wijnberg
Amsterdam 14 februari 1885
Amsterdam, 9 september 1942
Bereikte de leeftijd van 57 jaar

Joseph Isidoore Cohen
Middelburg, 2 juni 1920
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 22 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Hans Karel Boasson

Hans Karel BoassonLange Noordstraat 21

Hans Karel Boasson werd op 27 juni 1915 in Middelburg geboren. Hij was het derde kind van Izaak Marcus Boasson (Middelburg 1878- Amsterdam 1946) en Adriana Koopmans (Groningen 1886- Middelburg 1970). Izaak, zoon van Herman Boasson en Henriette Seckel en Adriana, dochter van Herman Koopmans en Henriette Spanjaard waren op 25 september 1906 in het huwelijk getreden en hadden zich in Middelburg gevestigd. Daar werden in 1908 Herman en in 1910 Bernard geboren. Hans Karel was een nakomertje en kwam in 1915 ter wereld.

Klas 6, school J aan de Nederstraat in mei 1927. Hans staat helemaal links op 2e rij. Zeeuws Archief, HTAM-SchoolJ-41.

Net als zijn oudere broers zal Hans genoten hebben van de strandvakanties in Domburg waar het gezin van Izaak Boasson zich in de zomers van 1917 en 1921 ophield. Van verdere sportieve activiteiten is echter niets bekend. In Middelburg bezocht hij school J aan de Bree. Op klassenfoto’s uit 1925 en 1927 poseert hij netjes gekleed met een ernstig gezicht. In 1929 slaagde Hans – toen 14 jaar oud – voor het toelatingsexamen voor de HBS. Zijn schoolloopbaan was voorspoedig, jaarlijks berichtte de Middelburgsche Courant bevorderingen naar een volgende klas. Of Hans net als zijn oudere broer Bernard een tijdje uit Middelburg is vertrokken, is niet bekend. Wel behaalde hij nog in juni 1941 het middenstandsdiploma Algemene Handelskennis.

De verwoestingen in de Middelburgse binnenstad zullen het gezin van Izaak en Adriana Boasson ertoe gedwongen hebben naar St. Laurens te verhuizen. In juni 1940 verhuisden zij naar de Noordweg B 53b in St. Laurens. In januari 1941 en 1942 wensten zij van daaruit eenieder als vanouds per advertentie een gelukkig nieuwjaar. Voor Hans zal het ouderlijk huis in de Lange Noordstraat het laatste ‘gewone’ woonhuis geweest zijn, al ging hij met zijn ouders mee. Na de oorlog zou zijn moeder daarheen terugkeren.

Wanneer Hans Karel Middelburg verliet, is onduidelijk. Noch hij, noch zijn ouders worden in de verhuisberichten in de Provinciale Zeeuwse Courant vermeld. Ook over zijn deportatie bestaat onzekerheid. Volgens de administratie van Westerbork werd hij daar op 4 september 1942 op transport naar Auschwitz gezet, waar hij op 5 september overleden zou zijn. In de papieren van secretaris-generaal Frederiks van het Departement van Binnenlandse Zaken staat echter dat hij in december 1942 met zijn ouders in de Niersstraat 1 in Amsterdam woonde. Vandaar zouden zij gedrieën volgens dezelfde bron in februari 1943 naar Barneveld zijn gegaan.

Hans’ ouders overleefden de oorlog. Zijn vader overleed op 8 november 1946 in Amsterdam aan een noodlottig ongeval, zijn moeder stierf in 1970. Ook zijn oudere broer Herman keerde terug. Zijn herinneringen aan het verblijf in Auschwitz, waar hij als cellist in het orkest speelde, werden in 1981 gepubliceerd door Uitgeverij Jimmink onder de titel Uit het nabije verleden. Aan Bernards leven was op 30 april 1943 in Sobibor een eind gekomen. Hoewel de exacte datum van zijn overlijden niet zeker is, is wel duidelijk dat ook het jongste kind uit dit gezin de oorlog niet overleefde.

Katie Heyning

Hans Karel Boasson
Middelburg, 27 juni 1915
Auschwitz, 5 september 1942
Bereikte de leeftijd van 27 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
NIOD, Archief kabinet Dept. Van Binnenlandse Zaken, inv.nrs. 153, 394.
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Eva Jesaijes-Braasem

Eva Jesaijes-BraasemLange Geere 30

Eva Braasem werd geboren in Middelburg op 2 maart 1874. Zij was het vijfde kind van Maurits Eliazar Braasem en Rebecca Bartha van Oss. Van hun acht kinderen overleden er vijf op jonge leeftijd. De drie overgebleven dochters Sara, Betje en Eva trouwden en kregen kinderen en kleinkinderen. Voor Sara Polak-Braasem werd in 2016 een struikelsteen gelegd op de Langevielesingel. Voor Eva Jesaijes-Braasem en Betje van Wittene-Braasem wordt in het najaar van 2017 een steen geplaatst ter hoogte van het voormalige pand Lange Geere 30.

Eva Jesaijes, Joods Monument.

Eva trouwde op 26 oktober 1898 met de in Zwolle in mei 1868 geboren Salomon Jesaijes, zoon van Jesaijes Jesaijes en Klara Davidson. Samen kregen zij drie kinderen: Jesaijes die op 11 maart 1900 werd geboren en vier weken later overleed, Mouritz geboren op 27 juni 1901 en Jesaijes (gewoonlijk Justus genoemd) geboren op 17 augustus 1904.

In de zomer voordat Eva en Salomon trouwden, was Salomon aangesteld als stationskruier bij de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen. Eenieder die passagiersgoed op het station in Middelburg wou laten bezorgen of afhalen, kon zich tot hem wenden. In de daaropvolgende jaren adverteerde hij met enige regelmaat in De Faam, de Middelburgsche Courant en ’s zomers in het Domburgsch Badnieuws om klandizie te werven. In de eerste huwelijksjaren verhuisden Eva en Salomon regelmatig: van de St. Janstraat ging het naar de Gortstraat, vervolgens naar Heerenstraat 138 en tenslotte in 1919 weer naar de Lange Gortstraat. Hier kocht Salomon op 27 februari 1919 voor f 6476 een huis met erf en tuin, bekend als K 26. Tegenwoordig is dit Gortstraat nummer 44.

 

Eva Jesaijes-Braasem met haar zoon Justus en een knecht voor de zaak in de Gortstraat.

 

 

 

 

 

 

 

 

De advertentie waarin Salomon zich aanprijst als kruier. Middelburgsche Courant 4-7-1898.

Salomon zou zijn hele leven als stationskruier werkzaam blijven. Op 29 juni 1923 adverteerden enkele van zijn vrienden in de Middelburgsche Courant dat op 1 juli aanstaande de dag herdacht zou worden waarop Salomon 25 jaar eerder bij de Spoorwegen in dienst trad. Het zal een feestelijke dag geweest zijn, evenals zijn zestigste verjaardag in mei 1928. De opbrengst van de collecte die toen werd gehouden, leverde f 36 op. Het geld werd verdeeld over verschillende goede doelen zoals het Centraal Israëlitisch Doorgangsweeshuis in Leiden, de Joodsche Zee- en Boschkolonie, de Rudelheimstichting en de Joodsche Invalide.

Salomon overleed in 1935 en werd begraven op de Joodse begraafplaats aan de Walensingel. Zijn twee zonen waren inmiddels verloofd en trouwden enkele jaren later. Mouritz op 13 oktober 1937 met Theodora Maria Back, Justus op 17 januari 1940 met Elisabeth van Roo. Beiden bleven wonen in het ouderlijk huis op de Gortstraat. Moeder Eva trok ergens tussen 1938 en 1940 in bij haar zuster Betje van Wittene-Braasem op de Lange Geere 30.

Staand van links naar rechts Salomon Jesaijes, zijn zoon Justus, Eva Jesaijes-Braasem en Andries van Wittene. Zittend Betje van Wittene-Braasem en haar man Levie van Wittene. Begin jaren ’30. Part. coll.

Nog voordat de Joodse inwoners van Middelburg in april 1942 gedwongen werden de stad te verlaten, was Mouritz al vertrokken. Bij de opmars van de SS-troepen in Zeeland leek het hem beter naar Zeeuws-Vlaanderen te vluchten, zijn niet-joodse vrouw en dochtertje achterlatend. Op een politielijst van april 1942 wordt hij vermeld als ‘voortvluchtig sedert mei 1940’. Zijn jongere broer Justus was wel in Middelburg gebleven. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dan ook dat J. Jesaijes, musicus verhuisd was van Gortstraat 44 naar Kribbestraat 23 in Amsterdam. Ook hun moeder moest vertrekken. Eva Jesaijes-Braasem zou op 1 oktober 1942 in Auschwitz overlijden. Mouritz keerde na de bevrijding als onderofficier bij de Irene-brigade in Nederland terug. Ook Justus overleefde de oorlog.

Katie Heyning

Eva Jesaijes-Braasem
Middelburg, 2 maart 1874
Auschwitz, 1 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 68 jaar

 

 

 

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
NRC, 21.11.1994, bijdrage Annet van Eenennaam
Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaart
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Elisabeth Barkelau

Elisabeth BarkelauKorte Delft 23

Elisabeth Barkelau werd op 11 november 1900 in Vlissingen geboren. Zij was het vierde en jongste kind van Samuel Marcus Barkelau en Helena Hamme, die op 22 februari 1893 in het huwelijk waren getreden. Samuel Marcus Barkelau was een zoon van Marcus Samuel Barkelau en Elisabeth Speelman. Hij werd geboren in Zierikzee op 18 september 1863 en overleed in Dordrecht op 2 februari 1950. Helena was een dochter van Leon Hamme en Esther de Beer en werd in Vlissingen geboren op 1 februari 1870. Helena overleed in Middelburg op 1 februari 1940. Elisabeths ouders vestigden zich na hun huwelijk in Vlissingen, waar Samuel, die bij zijn huwelijk sergeant bij de infanterie was, na enige tijd koster van de Israëlitische Gemeente werd. Vijf maanden na hun trouwen werd hun oudste zoon Marcus geboren. Het jongetje bleek echter niet levensvatbaar en overleed twee weken na zijn geboorte. In 1894 volgde hun volgende kind, Esther. In 1899 werd Levie geboren, in 1900 Elisabeth.

Elisabeth zou haar leven lang vrijgezel blijven en haar brood als modiste verdienen. Tenminste vanaf 1931 had zij haar eigen modemagazijn – De Vlinder – in de Middelburgse Korte Delft. Met jaarlijkse advertenties in verschillende kranten probeerde zij de aandacht op de aanwezigheid van dit atelier te vestigen. Ook met de fraaie etalage die zij in 1932 ter gelegenheid van een wedstrijd van de ‘Vereniging Handelsbelang’ had ingericht, zal zij bekijks hebben getrokken. Met 508 punten kreeg Elisabeth op 2 september de tweede prijs in de groep van de ‘meest artistieke’ etalages. De aansporingen van voorzitter Boasson bij de prijsuitreiking in de Sociëteit de Vergenoeging onderstreepten het belang van dergelijke wedstrijden wanneer het economisch tij niet mee zat: ‘Scherpt meer dan ooit het brein, ziet uit naar nieuwe mogelijkheden, naar nieuwe handelsrelatien, naar zakenuitbouw, vermeerdert Uw inspanning, staalt Uw energie. Dit is de eenige manier om zich door deze periode heen te werken naar betere tijden, die toch zonder twijfel weder moeten komen.

Betsy Barkelau, Joods Monument

Tijdens de eerste jaren als zelfstandig modiste bleef Elisabeth bij haar ouders in de Badhuisstraat 102 in Vlissingen wonen. Pas in februari 1935 verhuisde zij naar Middelburg om boven haar winkel op de Korte Delft te gaan wonen. Haar moeder ging direct met haar mee, haar vader die op 15 april 1934 zijn 40-jarig jubileum als koster van de Israëlitische Gemeente had gevierd, volgde enkele maanden later. Toen Elisabeth samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg op 24 maart 1942 gedwongen werd de stad te verlaten, waren haar ouders daar niet bij. Haar moeder was een paar maanden eerder overleden, van haar vader wordt geen melding gemaakt. De Provinciale Zeeuwse Courant meldde op 30 juli alleen dat mej. E. Barkelau verhuisd was van de Korte Delft 23 in Middelburg naar de Jekerstraat 62 in Amsterdam. Vandaar verhuisde zij nog naar Muiderstraat 12 alvorens naar Westerbork te gaan. Daar werd zij op 23 maart 1943 in een spoorwagen gedreven en naar Polen afgevoerd. Niet wetend wat haar te wachten stond, had zij nog om een bontmuts gevraagd voor haar tocht naar ‘het koude noorden’. Elisabeth overleed drie dagen later in Sobibor.

Na de oorlog verschenen in maart en oktober diverse oproepen in de Provinciale Zeeuwse Courant waarbij mensen die bedragen verschuldigd waren aan Elisabeth Barkelau, dan wel vorderingen op haar hadden of goederen van waarde die haar toebehoorden in hun bezit hadden, gevraagd werden zich te melden. Haar verblijfplaats was op dat moment onbekend. Pas op 26 februari 1949 kon haar vader een rouwadvertentie plaatsen, waarin hij mededeelde dat zijn dochter op 26 maart 1943 in Sobibor vergast was.
Het blok woningen waar de Korte Delft 23 deel van uitmaakte, werd in de jaren ’70 gesloopt om plaats te maken voor een parkeerterrein. De struikelsteen voor Elisabeth Barkelau wordt gelegd op de plaats waar het pand volgens de oude kadasterkaarten eens stond.

Katie Heyning

Elisabeth Barkelau
Vlissingen, 11 november 1900
Sobibor, 26 maart 1943
Bereikte de leeftijd van 42 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Eliazar Gokkes, Geertruida Gokkes-Keizer en Betsy Suzanna Gokkes

Bleek 11

Eliazar Gokkes

 

 

 

 

 

 

Gokkes werd op 16 januari 1882 in Harlingen geboren. Hij was een zoon van koopman Benjamin Gokkes (1853-1929) en Betje de Vries (1860-1923). In 1909 trouwde hij in Hasselt met Geertruida Keizer, de jongste dochter van Abraham Keizer (1835-1922) en Susanna Potsdammer (1845-1927), aldaar geboren op 30 januari 1886. Samen kregen zij een dochter, Betsy Suzanna geboren in Delfzijl op 10 augustus 1915.

Na enige jaren in Delfzijl en Emmen als godsdienstleraar gewerkt te hebben, verhuisde Eliazar Gokkes in de zomer van 1926 naar Zeeland. Hier werd hij benoemd tot chazzan (voorzanger) in de Middelburgse sjoel, een functie die hij met veel toewijding vervulde. Al na een jaar werd hem op 13 mei 1927 lof toegezwaaid in het Nieuw Israëlitisch Weekblad: ‘Met genoegen valt te constateren, dat nu de heer Gokkes hier een jaar is, van meerder godsdienstig leven gewaagd kan worden. Het synagogebezoek neemt toe, en van de sjoeldiensten kan niet anders dan met lof worden gesproken.’ Eliazar Gokkes was niet alleen in Middelburg werkzaam. Ook de andere Zeeuwse Joden konden op hem rekenen. Zo herinnerde Clara Zilverberg-Labzowski zich hoe de heer Gokkes om de veertien dagen op woensdagmiddag met de boot naar Zierikzee kwam om de kinderen daar Joodse les te geven.

Gokkes in de synagoge in Delfzijl 1912, Coll. NIW, Joods Historisch Museum

Tien jaar na zijn komst naar Middelburg werd op 19 april 1936 zijn 30-jarig ambtsjubileum groots gevierd. Zijn echtgenote Geertruida en dochter Betsy hadden er een prachtige dag van gemaakt. Tientallen personen en instellingen stuurden gelukwensen, bloemen en cadeaus en de hele dag was het een komen en gaan in de Bleek. Om 12 uur meldden de kerkenraden van Middelburg en Vlissingen zich in huize Gokkes. De voorzitters van beide kerkbesturen voerden het woord en prezen de jubilaris voor de wijze waarop hij zijn taak zowel in Middelburg als in Vlissingen, waar geen eigen ambtenaar was, vervulde. Telkens weer had men hem – zowel ‘bij treur als bij vreugd’ – in beide gemeenten bereid gevonden zijn diensten te verlenen. Als bewijs van erkentelijkheid overhandigden beide voorzitters hem dan ook een envelop met inhoud. In zijn dankwoord ging Gokkes uit van de tekst ‘el hannangar hazzeeh hispalloltie’. Hij bedankte in de eerste plaats God die hem deze dag had doen beleven, daarna beide kerkbesturen en tot slot zijn vrouw en dochter die het initiatief voor dit feest hadden genomen. Ter afsluiting zong dochter Betsy een zelf gecomponeerde feestcantate.

Betsy woonde in die jaren nog bij haar ouders. Na de verhuizing uit Emmen was zij ingeschreven op de Rijksleerschool in de Middelburgse binnenstad. Twee jaar later werd zij toegelaten tot de Middelburgse Meisjesschool, waar zij in juli 1932 slaagde voor het Mulo-examen. Na haar middelbare-schoolopleiding ging Betsy naar de Handelsavondschool, waar zij in juni 1934 de diploma’s machineschrijven en kantoorstenograaf en een jaar later het diploma Engelse handelscorrespondentie behaalde. In 1937 werd haar ook nog het Asso-diploma Kinderverzorgster-Kinderjuffrouw uitgereikt. Toch lijkt zij dat vak niet te hebben uitgeoefend, in 1940 werkte zij volgens het adresboek als kantoorbediende.

Samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg werd het gezin Gokkes op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat E. Gokkes verhuisd was van Bleek 11, Middelburg naar de Plantage Franschelaan 11a in Amsterdam. Vlak voor hun vertrek had Gokkes nog het een en ander in veiligheid proberen te brengen. Na de oorlog probeerden nabestaanden deze zaken terug te krijgen en plaatste mevrouw S.E. van Ham-Keizer op 23 november 1946 een oproep in de PZC waarin zij degenen die geld, sieraden of goederen in bewaring hadden van de familie Gokkes verzocht met haar contact op te nemen. Of hieraan gehoor is gegeven, is niet bekend. Decennia later werd na de heropening van de Middelburgse synagoge een kistje dat Eliazar Gokkes bij een van zijn buren in de Bleek in bewaring had gegeven, door een mevrouw uit Geldermalsen aan de synagoge geschonken.

Briefkaart aan de buren, 1942. Coll. R. van Wittene

Kort na aankomst in Amsterdam stuurde de familie Gokkes nog een briefkaart aan hun oude buren om te laten weten dat het goed met hen ging. Op 2 september werd het gezin echter op transport gezet naar Westerbork en op 4 september gingen zij door naar Auschwitz. Hier werden Eliazar en Geertruida op 7 september vermoord. Betsy bleef nog ruim een week in leven, maar op 18 september 1942 kwam ook aan haar jonge bestaan een eind.

Katie Heyning

Eliazar Gokkes
Harlingen, 16 januari 1882
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 60 jaar
Geertruida Gokkes-Keizer
Hasselt, 30 januari 1886
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 56 jaar
Betsy Suzanna Gokkes
Delfzijl, 10 augustus 1915
Auschwitz, 25 september 1942

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

 

Bernard Boasson

Bernard BoassonLange Noordstraat 21

Bernard Boasson werd op 3 augustus 1910 in Middelburg geboren. Hij was het tweede kind van Izaak Marcus Boasson (Middelburg 1878 – Amsterdam 1946) en Adriana Koopmans (Groningen 1886 – Middelburg 1970). Izaak, zoon van Herman Boasson en Henriette Seckel en Adriana, dochter van Herman Koopmans en Henriette Spanjaard waren op 25 september 1906 in het huwelijk getreden en hadden zich in Middelburg gevestigd. Daar werd hun oudste zoon Herman in 1908 geboren. Zoon Bernard volgde in 1910, Hans Karel in 1915.

Als kind hield Bernard duidelijk van zwemmen. Niet alleen tijdens de strandvakanties in Domburg waar het gezin van Izaak Boasson zich in de zomers van 1917 en 1921 ophield, maar ook bij de Middelburgse zweminrichting in het Kanaal. Bij de feestelijke zwemwedstrijden op 9 juli 1921 ter ere van het zilveren jubileum van zwemmeester Van der Staal deed de 11-jarige Bernard dan ook enthousiast mee. Het was een fleurige middag daar langs het Kanaal met bootjes op het water en publiek langs de kant, terwijl het muziekgezelschap Excelsior voor de nodige muzikale omlijsting zorgde. Na enkele serieuze nummers waarbij hard gezwommen werd, was er tijd voor vertier. De meisjes mochten ‘eierlepel zwemmen’, de jongens in het water naar bordjes happen. Bernard was niet de snelste, maar mocht met een score van 25 2/5 seconde de derde prijs in ontvangst nemen. Twee jaar later behaalde hij weer een derde prijs bij een dergelijk festijn, deze keer met een mindere score. Nu had hij 52 2/5 seconde nodig om het bord te pakken te krijgen. Dat er door hem ook serieus werd gezwommen, blijkt uit het behalen van het diploma van de Maatschappij tot redding van drenkelingen en het daaropvolgend aspirant-lidmaatschap van de reddingsbrigade Luctor et Emergo in juli 1924.

Ondertussen was Bernard in 1923 naar de HBS in Middelburg gegaan. In juli 1924 ging hij keurig over van de eerste naar de tweede klas. Waarom hij zijn opleiding daarna op de Rijks HBS in Oostburg voortzette, is niet bekend. Problemen in huiselijke kring of wangedrag op school? De kranten melden dat Bernard in Oostburg in juli 1926 van de derde naar de vierde klas bevorderd werd en daar in juli 1930 voor het eindexamen slaagde. Na zijn schooljaren verliet Bernard Middelburg. Van december 1931 tot maart 1932 was hij in Reichenberg (Tsjechoslowakije), aansluitend verbleef hij enige maanden op verschillende adressen in Rotterdam. Eind mei 1933 was hij  nu koopman genoemd  weer even bij zijn ouders op de Lange Noordstraat L 181 om binnen de kortste keren naar Antwerpen en vandaar naar Limburg te vertrekken.

Pas na het bombardement op Middelburg in mei 1940 keerde Bernard definitief terug. De Limburger Koerier van 8 juni 1940 meldde dat B. Boasson van de Wijker Brugstraat 61 in Maastricht naar de Lange Noordstraat 21 in Middelburg was vertrokken. Een verhuizing die in de Middelburgse Courant van 19 juni bevestigd werd. Bernard, die inmiddels bijna 30 was, zal op eigen benen hebben willen staan en ging niet met zijn ouders en broer mee naar St. Laurens. Hij vond woonruimte in het pand Gortstraat 44, het oude woonhuis van de families Van Wittene en Jesaijes. Vandaar verliet Bernard op 24 maart 1942 gedwongen de stad. De Provinciale Zeeuwse Courant meldde op 30 juli dat vertegenwoordiger B. Boasson verhuisd was van de Gortstraat 44 in Middelburg naar de Eendrachtstraat 2 in Amsterdam.
Daar woonde Bernard nog bijna een jaar. Secretaris-generaal Frederiks van het Departement van Binnenlandse Zaken, die zich had ingespannen voor een uitzonderingspositie voor het gezin van Izaak Marcus Boasson, wist helaas alleen te bereiken dat Izaak en Adriana in februari 1943 in Barneveld geïnterneerd werden. Voor Herman en Bernard werd geen toestemming gegeven. Zij werden naar Westerbork en vandaar naar Polen gedeporteerd.
Bernards ouders overleefden de oorlog. Zijn vader overleed op 8 november 1946 in Amsterdam aan een noodlottig ongeval, zijn moeder stierf in 1970. Ook zijn oudere broer Herman keerde terug. Zijn herinneringen aan Auschwitz, waar hij als cellist in het orkest speelde, werden in 1981 gepubliceerd onder de titel Uit het nabije verleden. Aan Bernards leven kwam op 30 april 1943 in Sobibor een einde.

Katie Heyning

Bernard Boasson
Middelburg, 3 augustus 1910
Sobibor, 30 april 1943
Bereikte de leeftijd van 32 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Bevolkingsregister Rotterdam
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
NIOD, Archief kabinet Dept. Van Binnenlandse Zaken, inv.nrs. 153, 394.
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Anna Wilhelmina van Itallie-van Raalte en Frerik Bart van Itallie

Anna Wilhelmina van Italie-van RaalteLaan van Nieuwenhove 5

Anna Wilhelmina van Raalte werd in Vlissingen geboren op 6 februari 1912 als dochter van de directeur van NV Steenkolenhandel F. Wibaut & ZN en vice-consul van Italië, George Reginald Eduard van Raalte (1882-1933) en Janna Margaretha van Maren Bentz van den Berg (1884-1966). Zij trouwde op 15 mei 1937 met Robbert Victor van Itallie, geboren in Amsterdam op 3 januari 1907 als zoon van apotheker Victor van Itallie (1874-1946) en Josephine Vos (1874-1947). Samen kregen zij op 3 september 1941 een zoontje, Frerik Bart genaamd.

Een familiefeest in oktober 1924 tgv de 80e verjaardag van grootvader Jos van Raalte. Ankie is de 2e zittend van links. Gemeentearchief Vlissingen.

Ankie van Raalte was een telg uit een prominente Vlissingse familie. Haar grootvader Joseph van Raalte was vanaf de oprichting in 1875 tot 1919 directeur van de Koninklijke Maatschappij de Schelde en van 1880 tot 1919 lid van de Vlissingse gemeenteraad geweest en veel van haar familieleden bekleedden prominente functies. Na haar schooljaren vertrok Ankie – waarschijnlijk om te gaan studeren – in het najaar van 1931 naar Leiden waar zij haar intrek nam op Morssingel 8. Erg succesvol lijkt dit verblijf niet geweest te zijn, in januari 1934 keerde zij naar Vlissingen terug. Daar zal zij werktuigbouwkundig ingenieur Robbert van Itallie, die in januari 1931 als marinetekenaar bij De Schelde was komen werken, ontmoet hebben. Ankie was 25 toen zij met hem trouwde en haar intrek op Boulevard Bankert 32 nam. Pas in 1940 verhuisden Robbert en Ankie naar de Laan van Nieuwenhove 5 in Middelburg. Daar werd op 3 september 1941 hun zoontje Frerik geboren.

Advertentie van de geboorte van Frerik Bart. Provinciale Zeeuwse Courant, 3 september 1941.

In tegenstelling tot de andere Joodse inwoners van Middelburg verliet het gezin Van Itallie de stad niet op 24 maart 1942. In verband met ‘zaken’ mochten zij tot 6 april blijven. Maar ook zij moesten Zeeland verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli 1942 meldde dat R.V. van Itallie was verhuisd van Laan van Nieuwenhove 5, Middelburg naar Nic. Beetsstraat 130 in Amsterdam. Of ze daar gebleven zijn, is niet duidelijk. Een half jaar later – in januari 1943 – werd Ankie met haar moeder en zoontje opgepakt in Zeist. Valse persoonsbewijzen op naam van Bartelds konden hen niet redden en beiden werden naar Westerbork afgevoerd.
Toen zij in maart 1944 op transport naar Polen gezet dreigden te worden, deed het Departement van Binnenlandse Zaken nog een poging Ankie en haar zoontje te redden. In een brief namens Secretaris-Generaal K.J. Frederiks vroeg de heer S. Kloosterman S.S. Sturmscharführer Fischer om bemiddeling: ‘Tenslotte moge ik nog onder uw aandacht brengen dat Anna Wilhelmina van Itallie geboren van Raalte, waarover U hedenmorgen met de Secr. Gen. hebt gesproken, in 1932 is gedoopt en als zoodanig op de officieele lijst van gedoopte joden voorkomt. Het zou de aangewezen oplossing zijn, dat genoemde van Itallie-van Raalte in de gedoopte barak wordt ondergebracht.’ Tevens werd gesteld dat zij mogelijk tot de naar Amerika geëmigreerde Arische tak van de familie behoorde. Fischer wilde echter geen uitzondering maken. Dat zou oneerlijk zijn tegenover andere Joden. De zaak was hopeloos en Ankie en haar kind werden afgevoerd naar Auschwitz waar beiden kort na aankomst op 8 april 1944 overleden.

Robbert van Itallie wist in de onderduik te overleven en keerde na de oorlog terug naar Zeeland waar hij tot zijn pensionering in 1972 bij De Schelde zou blijven werken. Hij hertrouwde met Anna Geertruida Maria van den Broeke en overleed op 28 november 1990 te Vlissingen.

Katie Heyning

Anna Wilhelmina van Itallie-van Raalte
Vlissingen, 6 februari 1912
Auschwitz, 8 april 1944
Bereikte de leeftijd van 32 jaar

Frerik Bart van Itallie
Middelburg, 3 september 1941
Auschwitz, 8 april 1944

Bronnen:
Gemeentearchief Vlissingen, Adresboeken; Bevolkingsregister
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
NIOD, Archief 101B, inv.nrs. 128, 477
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Abraham Samuel Frenk

04_IMG_0227Sint Domusstraat 19

Abraham Samuel Frenk was de oudste zoon van Salomon (Abraham) Frenk (geboren Zierikzee 14 november 1845, overleden Rotterdam 6 november 1929) en Mietje van Klaveren (geboren Schoonhoven 20 juli 1852, overleden Zierikzee 9 september 1932).

Salomon was een zoon van Abraham Marcus Frenk en Sara Mozes Cohen en dus een broer van Maria Abraham Frenk, de moeder van Betje Frenk (zie Maarstraat 15): een waarachtig Zierikzeese familie dus.

Moeder Mietje met Abraham en Mozes. Joods Historisch Museum F007704.
Moeder Mietje met Abraham en Mozes. Joods Historisch Museum F007704.

Salomon en Mietje trouwden in Zierikzee op 1 augustus 1882 en kregen in totaal tien kinderen, die allemaal in Zierikzee geboren werden. Hun eerste kind kwam ter wereld op 9 mei 1883 en werd Abraham Samuel genoemd. Hun tweede kind, Mozes Salomon, geboren op 2 mei 1884, overleed vijf maanden na zijn geboorte op 7 oktober 1884. De derde zoon was Nathan Salomon, geboren in Zierikzee op 25 mei 1885 en overleden in Bergen Belsen op 22 februari 1945. Hij was getrouwd met Sophia van Creveld. De vierde zoon, Mozes Salomon, geboren 30 januari 1887, trouwde met Wilhelmina Labzowski (zie Lange Nobelstraat 10).

Ook in de jaren daarna kwamen er kinderen. Marcus Salomon, later getrouwd met Anna Catharina van der Ven, zag op 9 maart 1888 het levenslicht, Benjamin Salomon een klein jaar later op 29 mei 1889. Op 13 december 1890 kregen Salomon en Mietje eindelijk een dochter, Kaatje. Op 22 september 1892 volgde Sara, later getrouwd met Jacob Vet en op 5 april 1894 Elisabeth, die met Zacharias Eijl trouwde. Hun laatste kind was dochter Mietje, geboren op 19 december 1896. Zij zou ongehuwd blijven en later directrice worden van het Joods Ziekenhuis in Rotterdam, waar haar zuster Kaatje hoofd van de huishouding was. Tijdens de oorlog doken Mietje en Kaatje samen onder in een vakantiehuisje in Coldenhove. Waarschijnlijk door verraad werden ze op 12 juni 1944 het slachtoffer van een overval door de Sicherheitspolizei. Mietje vroeg of ze naar het toilet mocht en slikte daar de cyaankali, die ze altijd bij zich had (zie www.maxvandam.info).

Het gezin woonde tot 1906 in Zierikzee op Appelmarkt 1 (destijds B9), op de hoek van de Dam. Van de toenmalige woning is niets meer over. In 2016 is op dat perceel al jarenlang een vestiging van de drogisterijketen Het Kruidvat. De familie Frenk was nauw bij het Joodse leven in Zierikzee betrokken, in 1888 was het Abraham Samuel die op vijfjarige leeftijd de eerste steen van de ‘nieuwe’ synagoge in de Meelstraat legde.

De voormalige synagoge aan de Meelstraat 55 in 1962. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto G.J. Dukker.
De voormalige synagoge aan de Meelstraat 55 in 1962. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto G.J. Dukker.

Salomon en Mietje trokken in 1906 met hun gezin naar Rotterdam. Daar beheerden zij een koosjer hotel-restaurant aan de Veemarkt 24, Hotel-Restaurant Frenk. De Rotterdamse Veemarkt was gevestigd aan de Goudserijweg/Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. Tegenwoordig bestaat het niet meer, in 1973 werden hier woningen gebouwd. Wel bleef de naam behouden, een van de straten kreeg de naam ‘Veemarktstraat’.

Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was de veehandel erg in trek. De handelaren trokken hierbij naar de grote markten om hun vee te verkopen, en de Rotterdamse markt was in dit kader een belangrijke veemarkt in Nederland. Logeermogelijkheden waar koosjer gegeten kon worden en op Joodse wijze geleefd kon worden, waren dus van belang. Salomon Frenk was zich hiervan terdege bewust. Onderstaande advertentie werd ter gelegenheid van Rosh Hasjanah in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 24 september 1919 geplaatst.

Nieuw Israëlitisch Weekblad 24-9-1919.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 24-9-1919.
Hotel de Beer aan de Veemarkt, eerder Hotel-Restaurant Frenk.
Hotel de Beer aan de Veemarkt, eerder Hotel-Restaurant Frenk.
De Joodse veemarkt in Rotterdam.
De Joodse veemarkt in Rotterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salomon overleed in Rotterdam in 1929. Zes jaar daarvoor was het hotel overgenomen door Morits Leon de Beer en zijn vrouw Eva Bamberger en ging het verder onder de naam Hotel de Beer.

Naast het hotel op de Veemarkt dreven Salomons zonen een handel in vee. Op Veemarkt 24a waren de gebroeders Frenk geregistreerd als commissionairs in vee en paarden. Hoe de kindertijd van Salomons oudste zoon Abraham Samuel verliep, weten we niet, maar zodra het kon, moet hij zich zijn gaan bezighouden met de veehandel en slachterij. Dat deed hij samen met zijn broers, Mozes en Marcus. Eerst in Rotterdam, maar al snel ook in Zierikzee. In 1915 haalde Abraham Samuel de banden met zijn geboortestad weer aan, in 1923 vestigde zijn broer Mozes zich weer in Zierikzee (zie Lange Nobelstraat 10). De gebroeders Frenk waren een begrip in Zierikzee en stonden bekend onder de naam ‘Gebroeders Frenk zn.’.

Zierikzeesche Nieuwsbode 3-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 3-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-11-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-11-1917.

 

 

 

 

 

 

Ierseksche en Thoolse courant 29-8-1908.
Ierseksche en Thoolse courant 29-8-1908.

Ook op de andere eilanden was men met het vlees van de gebroeders Frenk bekend.

In 1917 werd de verkoop verplaatst van de Stadswaag naar de Sint Domusstraat. Was er weerstand tegen de volksvleeshouwerij in de Stadswaag? Of was er een andere reden dat daar maar voor enkele weken goedkoop vlees verkocht mocht worden?

 

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 12-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 12-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-10-1917.

De gebroeders Frenk gingen in ieder geval hun vlees elders verkopen en wel via de slagerij van J. Dekker in de Sint Domusstraat 96 (toen D264), tegenover het Korte Groendal.

Soms lijken de gebroeders Frenk in hun handelsijver een beetje te zijn doorgeslagen. In maart 1916 leidde dit tot protesten van concurrerende handelaren. De gebroeders Frenk hadden de concurrentie geheel uitgeschakeld door ver boven de marktprijs te bieden. De Zierikzeesche Nieuwsbode schonk aandacht aan de kwestie. Ook de Middelburgse Courant vermeldde het voorval. De situatie zat de concurrentie niet lekker. Er werd gemord en er waren heel wat scheve gezichten. Maar de zaak kreeg een andere wending dan menigeen verwachtte. Een anonieme briefschrijver zette daarom een en ander recht. De gebroeders Frenk hadden hun concurrenten grootmoedig schadeloos gesteld.

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1916.
Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1916.
Middelburgsche Courant 20-3-1916.
Middelburgsche Courant 20-3-1916.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 24-3-1916.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-3-1916.

Ondertussen was Abraham Samuel op 27 januari 1916 in Rotterdam getrouwd met Esther Brandel, geboren in Rotterdam op 3 juni 1880. Zij was een dochter van Abraham Brandel en Sara Cohen. Samen kregen zij twee kinderen: Mietje Anna, geboren in Rotterdam op 10 november 1916 en Mies, geboren in Rotterdam op 28 januari 1922. In Rotterdam woonden zij eerst op de Spiegelnisserkade 4b, daarna op heel veel andere adressen. Abraham Samuel en Esther scheidden in Rotterdam op 2 september 1930. Hun beide dochters hebben de oorlog overleefd. Esther overleed vermoedelijk in Eindhoven op 4 augustus 1965.

Abraham Samuel keerde in 1936 definitief terug naar Zierikzee. Daar woonde hij eerst op Poststraat 54 en later in 1939 ook nog op het adres Balie 11. In 1940 woonde hij op de Oude Haven 10, in 1941 op Lange Nobelstraat 2 en tenslotte vanaf 13 september 1941 in de Sint Domusstraat 19. Dat was zijn laatste woonadres in Zierikzee. Daarnaast had hij een eigen slachthuis aan de Hem (nu Hem 24). Op de gevel is dit nog steeds te zien. Daar is een steen aangebracht met de naam van zijn bedrijf.

 

Gevelsteen Hem 24 met de tekst: Slachthuis van de Fam AS Frenk. Foto J. Kroesen.
Gevelsteen Hem 24 met de tekst: Slachthuis van de Fam AS Frenk. Foto J. Kroesen.

 

 

 

Het slachthuis Hem 24 in 2016. Foto J. Kroesen.
Het slachthuis Hem 24 in 2016. Foto J. Kroesen.
Sint Domusstraat 19 in 2016. Foto J. Kroesen.
Sint Domusstraat 19 in 2016. Foto J. Kroesen.

Dat Abraham Samuel in 1941 nog steeds actief was in de veehandel, blijkt uit een politierapport over drie onbeheerde kalveren:

Aan Heer Stabsofficier der Ordnungspolizei Beauftragte des Reichskommissaris te Middelburg.

Door de politie werden op den openbaren weg den Dam aangetroffen 3 kalveren, welke onbeheerd aldaar liepen.

Deze dieren zijn ondergebracht in de aan de Gemeente Zierikzee toebehoorende Schutskooi en vervolgens teruggeven aan den eigenaar A. Frenk, wonende te Zierikzee.

Op last van de Wachtmeester der Marechaussee te Oosterland ontslagen de arrestant Cornelis Groot, nadat deze een volledige bekentenis had afgelegd.

Zierikzee, 26 augustus 1941.

De agent van politie.

(Chr. C. van Ast)

In 1942 werd Abraham Samuel echter net als de andere Joodse inwoners van Zierikzee gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Een officieel stuk noemt de in beslag genomen goederen.

Aan de Sicherheitspolitie te Amsterdam:

Politie-Zierikzee

No. 471.

Zierikzee, 26 Maart 1942.

Onderwerp: Rapporten inzaken evacuatie Joden.

 Ik heb de eer U te doen toekomen de rapporten betreffende de evacuatie der in Zierikzee wonende Joden.

[…]

Ik deel U verder nog mede dat van Abraham Samuel Frenk geen rapport aanwezig is daar ik deze niet heb ontvangen. Wel is van hem een inventarislijst van de goederen die hij heeft medegenomen aanwezig.

Deze treft U hierbij ingesloten aan.

De burgemeester van Zierikzee.

 

Aan ‘den Heer Hausrater-fassum te Amsterdam’:

Politie – Zierikzee, N2

Zierikzee, den 26 Maart 1942.

Ik heb de eer U te doen toekomen een lijst van inbeslaggenomen levensmiddelen, welke inbeslaggenomen zijn bij de hier ter plaatse wonende Joden, die inmiddels zijn geëvacueerd.

± 3 hectoliter aardappelen; een hoeveelheid rijst; 1 bus in houdende basterd suiker; 1 bus doperwten;  8 pakken lucifer; 3 flesschen azijn; 5 pakken koffie-surrogaat; elk pak inhoudende 250 gram; enkele vetkaarsen; 2 pakken stijfsel met nog een hoeveelheid in een bus; 5 bussen vim; 1 flesch azijnessenoe; 3 doozen, gedeeltelijk met beschuit en koekjes gevuld; 1 flesch ammonia; 2 flesschen calve saus; enkele pakken beschuit; verschillende zakjes inhoudende bruine en witte boonen; 1 flesch met augurken; 1 flesch zoete most; 1 flesch met limonade-extract; een kleine hoeveelheid thee; 3 pond witte suiker met nog een kleine hoeveelheid in een bus; verschillende kleine hoeveelheden bakmeel, maizena, puddingpoeder enz; eenige appelen; ± 5 pond zout; verschillende restjes wijn; 1 doos schoencreme; 1 doos meubelwas; 1 tubel poets-extract; enkele ledige flesschen; Een hoeveelheid cacao; enkele jusblokjes; 250 gram speksteenpoeder; 1 zakje gort; verschillende restjes havermout, vermecelli, bakpoeder, jam, koffie-surrogaat, stroop, mosterd, peper enz, dit zijn echter alle zeer kleine hoeveelheden.

Opgemerkt zij, dat bovenstaande levensmiddelen niet aan direct bederf onderhevig zijn.

De Burgemeester van Zierikzee.

Ik verzoek U beleefd mij wel te willen berichten hoe met deze levensmiddelen gehandeld moet worden.
In Amsterdam kreeg Abraham onderdak op de Nieuwe Keizersgracht 68 I. Niet lang daarna werd hij gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.

Jan Kroesen

Abraham Samuel Frenk
Zierikzee, 9 mei 1883
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 59 jaar

 

Bronnen
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Archief Gemeente Zierikzee, Geboorten 1887/20.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Archief Gemeente Zierikzee, Huwelijksakte 1916/b57.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeentepolitie te Zierikzee 1852-1958, Stukken betreffende de Joodse inwoners en hun deportatie 1940-1943, inv.nr. 40/116.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeente Zierikzee 1898-1996, Politierapporten 1941, inv.nr.23/1504.

Irma Jacobs

Irma Jacobs steenBurghseweg 84, Burgh-Haamstede

Irma Jacobs werd op 16 mei 1895 in Schaarbeek (België) geboren als vijfde en jongste kind in het gezin van Louis Jacobs (geboren Zwolle 16 december 1847, overleden Rotterdam 1 april 1921, van beroep handelsagent) en Ottilie (Milia) Meijer (geboren Koblenz 5 september 1854, overleden Rotterdam 23 mei 1914). Louis – zoon van Alexander Jacobs en Aaltje Levij de Beer – en Ottilie – dochter van Joseph Meijer en Julie Rothschildt – trouwden in Bonn op 22 oktober 1878. Irma’s oudere broers en zusjes waren: Alexander (geboren Rotterdam 2 november 1879), Julius (geboren Rotterdam 15 maart 1882), Nelly (geboren Rotterdam 28 oktober 1885, overleden Auschwitz 22 oktober 1942) en Alida (geboren Rotterdam 4 juni 1888, overleden Rotterdam 26 juni 1888). In 1893 verhuisde het gezin voor vier jaar naar Schaarbeek, in 1897 keerden zij terug naar Rotterdam.

Gemeentearchief Schaarbeek, Geboorten 1894-1895, akte nr. 508.
Gemeentearchief Schaarbeek, Geboorten 1894-1895, akte nr. 508.

Irma lijkt op 10 februari 1914 op 18-jarige leeftijd zelfstandig te zijn gaan wonen. Op een persoonskaart uit 1916 staat dat zij eerst inwoonde in de Westenstraat 22, ten huize van de familie Van Amerongen, daarna op de Maaskade 90a bij de familie De Lang, en tenslotte toch weer vanaf 19 juni 1914 in het ouderlijk huis op de West-Kruiskade 11a. Misschien omdat haar moeder op 23 mei 1914 overleden was? Of zij toen al een opleiding tot verpleegster volgde, is niet bekend. Maar vijf jaar later werkte zij van december 1919 tot 1 februari 1921 in het kindersanatorium Hoog Blaricum in Laren (NH). Op 24 maart 1921 was zij echter weer terug in Rotterdam, mogelijk vanwege de gezondheid van haar vader die een week later op 1 april overleed. Op een bepaald moment moet zij zijn teruggekeerd naar het Gooi. Op 8 mei 1923 verhuisde Irma namelijk van Huizen (NH) naar Den Haag, waar zij ging wonen op Westeinde 43 en ingeschreven stond als leerling-verpleegster. Ook hier bleef ze slechts kort. Op 5 februari 1925 stond zij ingeschreven op de Jacob Obrechtstraat 92 in Amsterdam. Een jaar later verhuisde zij naar het huis van een neef, D. Cohen Pereira, in de Sarphatistraat 143. Steeds werd als beroep leerling-verpleegster genoteerd.

Op 30 november 1926 ging Irma werken bij de Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee, een tehuis voor oud-zeelieden. In de negentiende eeuw had Egmond aan Zee te kampen gehad met een groot aantal cholera- en tyfusepidemieën. Toen bij een ziektegolf in 1871 vooral veel jonge vissers overleden en steeds meer ouderen aangewezen raakten op de armenzorg van de Nederlandsch Hervormde Gemeente, kwam de diaconie in de problemen. Besloten werd een gesticht voor ouden van dagen van alle gezindten op te richten dat met name gericht was op oud-zeelieden. Prins Hendrik de Zeevaarder, de broer van Koning Willem III, legde de eerste steen en gaf zijn naam aan het tehuis. Pas aan het begin van deze eeuw werd deze instelling een algemeen tehuis voor ouderen.

De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.
De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.

Irma woonde van 1926 tot 1931 in deze instelling. Het is aannemelijk dat zij toen haar opleiding tot verpleegster voltooid had. Op 21 mei 1931 keerde ze echter toch weer voor korte tijd terug naar de Sarphatistraat 143 in Amsterdam. Vandaar ging zij op 31 mei 1932 naar Arnhem waar ze ging werken in het Israëlitisch Tehuis voor Ouden van Dagen op de Markt 5. Zij bleef daar tot 27oktober 1933, toen zij weer terugkeerde naar Rotterdam.

 

De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.
De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.

Daar begon zij aan een zwervend bestaan. Eerst was zij inwonend in de Schoonebergerweg 32a en later in de Volmarijnstraat 30b. Ook Messcherstraat 4a en Mathenesserdijk 161b worden in bronnen als woonadres genoemd. Het lijkt erop dat Irma tussendoor ook nog in Enschede was, en van Rotterdam op 20 november 1934 naar ’s-Gravenhage is gegaan, waar zij op de Houtmarkt 41 ging wonen. Aan haar omzwervingen lijkt geen eind te komen. Op 22 augustus 1935 verhuisde zij van Den Haag naar Haamstede, Ring 21. Daar ging ze, met de aantekening ‘zonder beroep’, inwonen bij onderwijzeres Barendina Wilhelmina Elizabet Köhler, geboren 9 mei 1909 te Amsterdam. Barendina Köhler werd op 21 augustus 1935 in de gemeente ingeschreven, Irma een dag later. Bij juffrouw Köhler werd aangetekend dat zij uit Amsterdam kwam, van de Kromme Leimuidenstraat 26 I. Later zouden Irma en Barendina samen naar de Kloosterweg 257a in Haamstede verhuizen. Merkwaardig genoeg werd Irma Jacobs daarbij geregistreerd als Nederlands Hervormd. Op 22 september 1938 verhuisden zij samen naar Burgh. Daar werden zij geregistreerd op
op het huidige adres Burghseweg 84 (toen eerst B5 en later B6). Nog steeds stond Irma geregistreerd ‘zonder beroep’, wel stond zij nu weer als Joods te boek.

Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84 in 2016. Foto J. Kroesen.
Burghseweg 84 in 2016. Foto J. Kroesen.

Desondanks werd Irma Jacobs in maart 1942 gedwongen te vertrekken naar Amsterdam. In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 6 augustus 1942 staat onder de rubriek ‘Uit Stad en Provincie’ vermeld:
Burgh […] Vertrokken 14. Irma Jacobs naar Amsterdam.

In Amsterdam kwam Irma op de Stadionkade 131 terecht bij haar broer Alexander. Wat er met haar vriendin Köhler gebeurde, is niet bekend. Zij overleed op 15 maart 1981 en werd begraven in ’t Harde.

Irma werd op 30 december 1942 samen met haar broer uit Amsterdam gedeporteerd. De aanduiding VOW op de persoonskaart betekent: Vertrokken Onbekend Waarheen. Deze afkorting betekent soms dat er sprake is van een onderduik. Waarschijnlijk is dat hier niet, want enkele maanden later werd Irma Jacobs op 23 april 1943 op 47-jarige leeftijd in Sobibor vermoord. Haar broer Alexander overleefde de oorlog.

Jan Kroesen

Irma Jacobs
Schaarbeek, 16 mei 1895
Sobibor, 23 april 1943
Bereikte de leeftijd van 47 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Rotterdam, Burgerlijke Stand
Gemeentearchief Zwolle, Burgerlijke Stand

Wilhelmina Frenk-Labzowski

08_IMG_0063Lange Nobelstraat 10 (toen A169)

 

 

 

 

Wilhelmina Labowski (1897-1943).
Wilhelmina Labowski (1897-1943).

Wilhelmina Labzowski werd geboren in Zierikzee op 22 november 1897 als dochter van Jacob Labzowski (geboren Deretchin 25 april 1869, overleden Auschwitz 17 september 1943) en Betsij Bregman (geboren Deretchin 9 maart 1871, overleden Noordgouwe 26 december 1919).  Haar ouders hadden een manufacturenzaak aan het Havenpark 5, toen Oude Haven A330 (zie aldaar).

Zierikzeesche Nieuwsbode 25-11-1897.
Zierikzeesche Nieuwsbode 25-11-1897.

Wilhelmina slaagde op 16 januari 1909 voor het toelatingsexamen voor de Rijks-HBS in Zierikzee. Niet duidelijk is of zij de HBS heeft afgemaakt. Waarschijnlijk niet, want drie jaar later volgde zij de lessen op de Handelsavondschool.

 

Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-7-1909.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-7-1909.

Na haar opleiding ging Wilhelmina (bijna iedereen noemde haar Mien) in augustus 1921 naar Rotterdam, waar zij tot 1923 op de Veemarkt 24b bij de familie Frenk woonde. Dit pand lag naast het Hotel-Restaurant Frenk, dat door Salomon en Mietje Frenk gedreven werd. Daar zal Wilhelmina haar toekomstige man Mozes Salomon Frenk hebben leren kennen (zie Sint Domusstraat 19).

Nieuw Israëlitisch Weekblad 31-8-1923.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 31-8-1923.

Wilhelmina zal ongetwijfeld een goede leerschool hebben gehad in de zaak van haar vader, want na haar huwelijk op 30 augustus 1923 in Rotterdam met Mozes Salomon Frenk (geboren Zierikzee 30 januari 1887, overleden Rotterdam 6 november 1929) keerde zij met haar man terug naar Zierikzee en begon ook zij een manufacturenzaakje en wel op de Oude Haven 5 (toen A360). Als een van de eersten kregen zij telefoon.

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1923.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1923.
Zierikzeesche Nieuwsbode 4-7-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 4-7-1924.

 

 

 

 

 

Een jaar later, in september 1924 kondigde Wilhelmina aan dat zij haar zaak zou verplaatsen naar de Lange Nobelstraat 10 (toen A169). Na een ingrijpende verbouwing ging de nieuwe winkel half oktober open.

Lange Nobelstraat, Zierikzee. Rechts het huis met de stoephekken waar Wilhelmina en Mozes woonden. Foto: Beeldbank Zierikzee.
Lange Nobelstraat, Zierikzee. Rechts het huis met de stoephekken waar Wilhelmina en Mozes woonden. Foto: Beeldbank Zierikzee.
Zierikzeesche Nieuwsbode 29-10-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 29-10-1924.
Lange Nobelstraat in 2016. Van de winkel is niets overgebleven. Foto J. Kroesen.
Lange Nobelstraat in 2016. Van de winkel is niets overgebleven. Foto J. Kroesen.
Zierikzeesche Nieuwsbode 27-10-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 27-10-1924.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mozes Salomon Frenk had ondertussen zijn eigen besognes. Hij was veehandelaar en deed veel zaken samen met zijn broers, vooral met zijn oudste broer Abraham (Sint Domusstraat 19). Na tien jaar was het huwelijk over. Vanaf 1933 leefden Wilhelmina en haar man in principe gescheiden van elkaar. Mozes verhuisde dat jaar. Eerst naar een tehuis van de AMVJ op de Calandstraat 24b in Rotterdam, op 7 december 1933 naar de Duistervoordseweg L 42 in Voorst bij Twello. Een klein jaar later vertrok hij weer om zich op 9 augustus 1934 te vestigen in Den Haag. Daar woonde hij op diverse adressen: Theresiastraat 316, Weimarstraat 241 en in 1936 op Annastraat 17.

De zaken gingen ondertussen voor Wilhelmina goed: haar winkel werd een begrip in Zierikzee en in 1937 werd het 12-jarig bestaan van de zaak gevierd. Een feestelijke gebeurtenis die met een kortingsactie commercieel werd gevierd.

Zierikzeesche Nieuwsbode 5-6-1925.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-6-1925.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1926.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1926.
Zierikzeesche Nieuwsbode 23-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 23-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een jaar later werd de winkel uitgebreid. De benedenruimte, waar de winkel was, werd vergroot ten koste van de woonruimte. Wekelijks werd er geadverteerd en geregeld werd er opruiming gehouden.

En toen in 1940 de bezetter binnenviel werd de situatie voor de Joden in Zierikzee steeds slechter. Ook Wilhelmina ondervond dat. Net als de andere Zierikzeese Joden werd zij in 1942 gedwongen werd haar woning te verlaten en naar Amsterdam te vertrekken. Vlak voor haar vertrek verwijderde zij nog de mezoezoth van de kozijnen en gaf zij die aan haar dienstmeisje ter bewaring. Vele jaren later werden ze teruggegeven aan Ruth Frenk, een kleindochter van Nathan Salomon Frenk, een broer van Wilhelmina’s man Mozes.

Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.

Op www.joodserfgoedrotterdam.nl/ is deze geschiedenis beschreven:
De mezoezoth die terug kwamen

Ruth Frenk
Mevrouw Elly Lems fietste in september 2012 door Zierikzee. Daar passeerde ze een monument ter nagedachtenis aan de Joden uit Zierikzee die in de Tweede Wereldoorlog vermoord zijn. Er stonden wat mensen en ze besloot te gaan kijken wat er aan de hand was. Een van de mensen was rabbijn Lody van der Kamp uit Amsterdam die deze plaats bezichtigde en met anderen in gesprek was. Ze besloot hem aan te spreken om met hem te praten over twee mezoezoth die haar moeder, die nu 90 jaar oud is, kreeg van een Joodse vrouw waar ze werkte toen ze 18 was.

Ze schreef de volgende mail naar rabbijn Van der Kamp op 11 september 2012.

Geachte Rabbijn v.d.Kamp

Mijn moeder Corrie Schot-de Regt was 18 – 19 jaar toen zij als dienstmeisje bij ‘Mien’ Frenk in de Lange Nobelstraat in Zierikzee werkte, zij had daar een manufacturenzaak. Haar leeftijd was toen rond de 50 jaar ze woonde daar alleen (of ze gescheiden of weduwe was is bij mijn moeder niet bekend ook niet of ze kinderen had). Ze is gedeporteerd naar Amsterdam en nooit meer terug gekomen. Voor ze wegging heeft mijn moeder 2 kleine kokertjes gekregen met daarin papieren rolletjes met Joodse teksten. Ze zou dit graag aan familie van haar willen geven.

Met vriendelijke groeten

Elly Lems

En daarmee begon de zoektocht.

De rabbijn schreef een vriend in Rotterdam, Simon Cohen, en vroeg hem of hij iets wist over de familie Frenk in Rotterdam. Simon is een oude vriend van mijn familie, kende mijn mailadres en vroeg me of ik informatie had over Wilhelmina Frenk. En we hadden geluk: we hadden een paar jaar eerder Max van Dam in Israël ontmoet, een achterneef van mijn man Paul. Max is een genealoog. Verleden jaar had ik Max gevraagd voor mij een digitale stamboom van de familie Frenk te maken.

Ik stuurde Max een mail, het antwoord kwam 45 minuten later:

Aan zekerheid grenzend denk ik, dat ik de gevraagde ‘Mien’ al gevonden heb. Het is naar alle waarschijnlijkheid Wilhelmina Frenk – Labzowski. Het was het enige Joodse echtpaar, dat in de Lange Nobelstraat in Zierikzee woonde. Haar man was veehandelaar en zij was winkelierster in manufacturen blijkens de in Amsterdam aanwezige persoonskaart. Mozes Salomon Frenk, de echtgenoot van ‘Mien’ is een broer van je grootvader.

Corrie Schot-de Regt herinnert zich dat ze haar in Amsterdam heeft opgezocht. Ze liepen samen door de stad: Wilhelmina met de Jodenster op hun jas. Behoorlijk riskant in het bezette Nederland. Wilhelmina ging in onderduik in Bennekom, op Algemeer 32. Ze werd verraden op 4 september 1943 en gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze op 24 september 1943 werd vermoord. De persoon die haar verraadde, werd na de oorlog opgepakt en veroordeeld.

Haar man, Mozes Salomon Frenk, werd geboren op 30 januari 1897 in Zierikzee. Hij werd gedeporteerd naar Westerbork op 3 Juni 1943 en in Sobibor vermoord op 23 juli 1943.

Rotterdam, 30 oktober 2012

Tijdens onze vakantie in Nederland besloten mijn man Paul en ik om twee dagen naar Rotterdam te gaan, mijn geboortestad.

Voor onze ontmoeting met mevr. Corrie Schot-de Regt en haar familie hadden we een lunchafspraak met Simon Cohen. Om drie uur ‘s-middags kwamen mevr. Elly Lems, haar man en haar 90-jarige moeder erbij.

Zij waren vanuit Zierikzee gekomen en wilden ons graag ontmoeten en ze gaven ons de twee mezoezoth die Wilhelmina Frenk 70 jaar eerder aan haar gegeven had. Het was een geweldige ontmoeting. Mevr. Schot-de Regt probeerde zich alle gebeurtenissen van zo lang geleden te herinneren. Haar liefde en bewondering voor Wilhelmina Frenk was overduidelijk. Ze had zelfs een foto gevonden van Wilhelmina. Ze was regelmatig verhuisd en had altijd de foto en de mezoezoth meegenomen. Ze overhandigde ze aan me, het was een ontroerende en bijzondere middag.

Ruth Frenk heeft de mezoezoth overhandigd aan het Joods Historisch Museum. Daar maken ze vanaf 2013 deel uit van de collectie.

Toen Wilhelmina in 1942 gedwongen werd naar Amsterdam te verhuizen, ging zij wonen in de Vossiusstraat 14hs, bij haar broer Elias. Vandaar dook zij onder in Bennekom, Algemeer 32. Op 4 september 1943 werd echter verraden en alsnog gedeporteerd naar Auschwitz.

Haar man Mozes kwam in Amsterdam te wonen op de Muiderschans 87. Hij ging op 1 juni 1943 naar Westerbork en werd vandaar gedeporteerd naar Sobibor, waar hij op 13 juli 1943 werd vermoord.

Jan Kroesen

Wilhelmina Labzowski
Zierikzee, 22 november 1897
Auschwitz, 24 september 1943
Bereikte de leeftijd van 45 jaar