Marcus Nathan

Wagenaarstraat 10

Marcus Nathan werd op 28 september 1869 in Goes geboren als zoon van Levi Nathan en Sara Cohen. Hij was het derde kind in dit gezin. Zijn oudere zusje Cornelia was op 1 maart 1867 geboren, zijn broer en naamgenoot Marcus – geboren op 16 augustus 1868 – overleed al na negen weken. Marcus bleef lang vrijgezel en trouwde pas op 50-jarige leeftijd op 6 mei 1920 in Middelburg met de 46-jarige Mathilda Eva Cohen, geboren op 17 december 1873 als dochter van vleeshouwer Joseph Nathan Cohen en Eva Helena Bannet. Mathilda zou tien jaar later, op 27 april 1938 in Middelburg overlijden.

Aankondiging van zijn huwelijk, Goessche Courant 27 april 1920

Vader Levi Nathan stond in Goes bekend als koopman en had een winkel in ‘Oudheden, Oud porselein, Schilderstukken, Munten, Meubels enz’ in de Lange Vorststraat. In 1916 haalde hij de krant nadat hij een spectaculaire winst behaald had. Een vuil en gehavend schilderij van ‘een ruiter in oude klederdracht’ dat de heer Van Waarde tijdens de verbouwing van zijn huis aan de Kade boven een schoorsteen had teruggevonden, was een waardevol stuk gebleken. Nathan, die het schilderij voor f 20,- had overgenomen, had het volgens een plaatselijk blad voor maar liefst f 500,- aan een kunstliefhebber in Middelburg weten te slijten! Na restauratie bleek het een portret van prins Willem I te paard.

Ook zoon Marcus zat in de antiekhandel. Na de dood van zijn ouders in respectievelijk 1919 en 1920 nam Marcus de zaak aan de Lange Vorststraat 29-31 over. Om onduidelijke redenen hield hij het na een paar jaar voor gezien in Goes. Op 12 augustus 1924 werden woning, winkelhuis en pakhuis openbaar verkocht en twee maanden later vertrok Marcus naar Amsterdam. Zijn verblijf in de hoofdstad was echter van korte duur. Op 8 april 1925 kwam Marcus Nathan terug naar Zeeland en liet hij zich inschrijven in Middelburg. In eerste instantie in de Lange Noordstraat, later verhuisde hij met zijn vrouw naar de Wagenaarstraat 10. Hier lijkt hij wederom in oude spullen gehandeld te hebben, zo vroeg hij in de krant van 27 juni 1936 of iemand een antiek kabinet of kerkorgel te koop had.

Samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg werd Marcus Nathan op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat M. Nathan verhuisd was van de Wagenaarstraat 10 in Middelburg naar de Nieuwe Prinsengracht 4 in Amsterdam. Op 5 februari overleed hij in Auschwitz op 73-jarige leeftijd.

Katie Heyning

Marcus Nathan
Goes, 28 september 1869
Auschwitz, 5 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 73 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Simon Polak

Gortstraat 2Simon Polak8

Simon Polak werd op 1 mei 1905 in Middelburg geboren als het derde kind in het gezin van Lion Juda Polak (1872-1937) en Sara Braasem (1869-1943). Uit de rouwadvertentie bij het overlijden van zijn vader blijkt dat hij zich in 1937 verloofd had. De naam van zijn geliefde werd echter niet vermeld en tot een huwelijk lijkt het niet te zijn gekomen.

 

Simon ging in Middelburg na het doorlopen van het basis- en middelbaar onderwijs naar de Handelsdagschool. In juli 1920 werd hij op deze school van de eerste naar de tweede klas bevorderd. Een paar jaar later zal hij zijn diploma gehaald hebben. Wegens broederdienst vrijgesteld van de dienstplicht ging hij al jong zelfstandig aan de slag. Op 13 mei 1925 verleende de Middelburgse kantonrechter de toen 20-jarige Simon vergunning om handel in manufacturen en aanverwante artikelen te drijven en hiervoor alle noodzakelijke verbintenissen aan te gaan. Aan zijn manufacturenzaak besteedde Simon de nodige aandacht. Bij de viering van de 50e verjaardag van H.M. de Koningin in 1930 won hij de tweede prijs in de etalagewedstrijd waaraan de hele Middelburgse middenstand had meegedaan. En in 1939 sloot hij zich aan bij de MIDZA, een samenwerkingsverband van vooraanstaande Middelburgse middenstandszaken die klanten met buitengewone voordeeltjes en wekelijkse prijzenregens probeerden te lokken.

Bijschrift: Simon Polak op het strand. Part. coll.

Zijn vrije tijd bracht Simon door bij de voetbalvereniging MV & AV Middelburg. Toen die in mei 1932 de 1e klasse van de KNVB wist te bereiken, speelde Simon een rol bij de muzikale rondgang die de leden en supporters door de stad maakten. Vanaf het clublokaal De Eendracht trok de stoet – voorafgegaan door politie te paard en begeleid door fanfarecorpsen – als eerste naar het huis van de aanvoerder van het eerste elftal. Daarna zette men koers naar de Gortstraat naar de woning van de voorzitter van de vereniging, Simons broer Mozes. Na over en weer speeches en gelukwensen te hebben uitgewisseld, zocht men vervolgens trainer Krottenau op. Het was Simon die bij die gelegenheid de trainer in het Duits hulde bracht en de wens uitsprak dat hij de club nog vele jaren zou blijven begeleiden.

Toen in de daaropvolgende jaren de politieke situatie verslechterde en oorlog dichterbij kwam, sprak de familie Polak af en toe over de noodzaak van vertrek. Tot daadwerkelijk weggaan kwam het echter niet, steeds was er weer een reden om het nog even uit te stellen. Pas in de meidagen van 1940 realiseerde de familie Polak zich dat zij Nederland beter konden verlaten. Op 14 mei verlieten Mozes, Mouritz, Simon, Henriette en hun moeder Sara met echtgenoten en kinderen in vier auto’s van de ijzerhandel Polak de stad. Het begin was angstaanjagend. Al op de weg naar Koudekerke werden zij door een Duitse piloot bestookt en ook bij het Vlissingse station, waar de overtocht naar Breskens geregeld moest worden, ontsnapten zij ternauwernood aan het geweervuur. Omdat de veerpont alleen nog ’s nachts bleek te varen, moest bijna het hele gezelschap, dat 21 personen telde, de oversteek op een kleine duwboot wagen. Pas na het invallen van de duisternis sloten Mozes en Mouritz zich met de auto’s, waarvoor zij op de veerpont een plaats hadden weten te regelen, weer bij hun familieleden aan. Van Breskens ging de reis met horten en stoten verder. Even werd nog getwijfeld of het niet beter was via Calais naar Engeland te gaan. Berichten over voortdurende aanvallen op de boten naar Engeland maakten Frankrijk een aantrekkelijker optie en na een tocht van een kleine veertien dagen streek het hele gezelschap neer in La Sauvagère, een klein dorpje in de Basse-Normandie, waar een groot huis werd gehuurd. Hun verblijf was echter van korte duur. Toen de Duitsers enkele weken later Nantes binnentrokken, oordeelde de familie het beter terug te keren. Eind september was de hele familie weer in Middelburg.

Samen met de andere Joodse inwoners werd Simon Polak op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat koopman S. Polak verhuisd was van de Gortstraat 28 in Middelburg naar de Geleenstraat 9 in Amsterdam. Daar werd hij tijdens een razzia samen met zijn moeder en enkele familieleden opgepakt. Simon overleed op 31 december 1942 in Auschwitz op 37-jarige leeftijd. Ook zijn moeder en zusje Henriette keerden nimmer terug. Voor hen werden in 2016 in Middelburg struikelstenen gelegd. Simons broers Mozes en Mouritz overleefden de oorlog.

Katie Heyning

Simon Polak
Middelburg, 1 mei 1905
Auschwitz, 31 december 1942
Bereikte de leeftijd van 37 jaar

Bronnen:
D. Polak, I did it my way [getypte herinneringen]
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

 

Henricus Alberg en Sibilla Alberge

Sibilla Alberg-AlbergeGravenstraat 24 (nu tussen 6a en 7a)

Henri Alberg werd geboren in Antwerpen op 16 juni 1874 als zoon van Abraham Hijman Alberg en Rozette Friezer. Hij trouwde op 8 november 1899 met Evelina Alberge, de in 1870 geboren dochter van de Middelburgse schoenmaker David Alberge en Judith Braasem. Samen woonden zij in Antwerpen waar Henri als diamantslijper werkzaam was. Hun zoon Abraham David en dochter Rosetta Judith werden daar in respectievelijk 1902 en 1905 geboren. Na het overlijden van zijn echtgenote op 25 mei 1921 hertrouwde Henri op 18 oktober 1922 in Middelburg met haar oudere zuster Sibilla, geboren in Middelburg op 9 april 1867 en toen 55 jaar oud.

Henri Alberg verliet het diamantwezen toen hij naar Middelburg verhuisde. Daar verdiende hij de kost als handelaar in manufacturen en was hij een vertrouwd gezicht op de donderdagse markt. Bij een wedstrijd onder de marktkooplieden voor de mooist versierde kraam kreeg hij in augustus 1923 zelfs een eervolle vermelding. De crisisjaren vielen echter niet mee. In de winter van 1932/1933 was Henri een van de werklozen die op de Tentoonstelling van Huisvlijt in de Gereformeerde Kerk zijn producten aan de man probeerde te brengen. Namens de aanwezige werkers sprak Alberg op 18 mei bij de sluiting van de tentoonstelling zijn dank uit voor de geboden gelegenheid. Indien de tijdsomstandigheden niet verbeterden, hoopte hij de volgende winter hiertoe weer in staat te worden gesteld.

De Gravenstraat aan het begin van de 20e eeuw. Zeeuws Archief, ZI-P-1918
Kadastrale kaartje

Een ander dieptepunt in het leven van Henri en Sibilla moet de felle, uitslaande brand geweest zijn, die op 22 januari 1929 in de Gravenstraat uitbrak. Twee panden werden die middag volledig verwoest. Met verschillende slangenwagens en twee motorspuiten had men net kunnen voorkomen dat de panden aan weerszijden en tegenover deze huizen door het vuur werden aangetast. Wel hadden enkele van deze woningen, waaronder die van de familie Alberg veel waterschade opgelopen. Drie dagen later betuigde Henri Alberg via een advertentie in de krant zijn dank aan de Assurantie Compagnie voor de snelle afhandeling van de schade. Zijn buurtgenoten dankte hij voor de geboden hulp en het verleende onderdak. Elf jaar later zou zijn woning bij de beschieting van Middelburg op 17 mei 1940 wel in vlammen opgaan. Bij de herbouw van de binnenstad werd het tracé van de straat verlegd.

Na de verwoesting van de Middelburgse binnenstad in mei 1940 woonden Henri en Sibilla Alberg nog enige tijd bij de familie Polak in de Gortstraat 53 en op de Verwerijstraat nummer 6. In de Provinciale Zeeuwse Courant van 17 juli 1942 werd gemeld dat koopman H. Alberg van de Verwerijstraat 6 naar de Hunzestraat 71bis in Amsterdam was verhuisd. Henricus Alberg en zijn echtgenote gingen op 27 april 1943 vanuit Westerbork op transport naar Sobibor, waar op 30 april een eind aan hun leven kwam.

Katie Heyning

Henricus Alberg
Antwerpen, 16 juni 1874
Sobibor, 30 april 1943
Bereikte de leeftijd van 68 jaar

Sibilla Alberg-Alberge
Middelburg, 9 april 1867
Sobibor, 30 april 1943
Bereikte de leeftijd van 76 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Samuel Cohen

Samuel CohenGortstraat 37 (nu Kerspel 19)

Samuel Cohen werd geboren in Vlissingen op 21 april 1898. Hij was van de vijf kinderen van Joseph Cohen (geboren in Den Haag als zoon van Abraham Cohen en Mirtje Hamme) en Catharina Hamme (geboren in Vlissingen als dochter van Leon Hamme en Esther de Beer) de enige die de middelbare leeftijd bereikte. Zijn drie zusjes – Mietje geboren in 1899, Esther Frederika geboren in 1902 en Helena geboren in 1905 – stierven allen binnen enkele maanden. Zijn broer Abraham, geboren in 1895, overleed in 1915. Zijn broer Leon, geboren in 1897, was 27 toen hij in 1924 stierf. Ook Samuels ouders, die op 20 februari 1895 getrouwd waren, overleden voor het uitbreken van de oorlog in respectievelijk 1936 en 1939.

Mauritz Jesaijes, Samuel Cohen en Maurits van Wittene. Part.coll.

Samuel bracht de eerste jaren van zijn leven in Vlissingen door. Pas op 2 maart 1918 verhuisde hij met zijn ouders naar Middelburg, waar zijn vader zich als koopman liet registreren. Eind 1930 blijkt Samuel samen met hen in de Lange Gortstraat te wonen, een pand waar naar het schijnt ook gewerkt werd. Advertenties in de Faam om eenieder een gelukkig nieuwjaar te wensen en de aankondiging dat bij hem de loten voor de loterij ten behoeve van de Joodsche Invalide verkrijgbaar waren, wijzen op een redelijk voorspoedig bestaan. In zijn vrije tijd was Samuel te vinden bij de Middelburgse damclub, waar hij deel uitmaakte van het eerste team. Bij de wedstrijd tussen Souburg I en Middelburg I op 22 februari 1937 wist hij echter niet te winnen. Maar niet getreurd. Hoewel Samuel gelijk gespeeld had tegen J. van Eenennaam, hadden de Middelburgers hun tegenstanders met 11-4 verslagen.

Vanaf maart 1940 adverteerde Samuel bijna maandelijks in de lokale kranten om de aandacht te vestigen op het tweedehands huisraad dat bij hem verkrijgbaar was. Kabinetkachels, linnenkasten, kapstokken, spiegels, vloerkleden, spiegels en dergelijke werden door hem opgekocht en aangeboden. Eerst in de Gortstraat 37, na het bombardement op Middelburg waarbij zijn huis totaal uitbrandde, in de Lombardstraat 36 en vanaf maart 1942 in de Latijnsche Schoolstraat 23. De verwoesting van zijn woning dwong Samuel ook elders woonruimte te zoeken. Het was niet eenvoudig, twee jaar lang zwierf hij door de stad. Eerst vond hij onderdak in een pakhuisje in de Jodengang, vanaf mei 1941 woonde hij op Koepoortstraat 15 en vanaf maart 1942 op Seisdam 32. Het pand Gortstraat 37 werd niet meer opgebouwd. De struikelsteen voor Samuel Cohen wordt op de plaats gelegd waar het pand zich volgens de kadastrale kaart voor mei 1940 bevond.

Samen met de andere Joodse inwoners van Middelburg werd Samuel Cohen op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat S. Cohen verhuisd was van de Seisdam 32 in Middelburg naar de Plantage Franschelaan 11 hg in Amsterdam. Vanuit Westerbork werd hij op 6 april 1943 naar Sobibor gedeporteerd, waar hij op 9 april overleed.

Katie Heyning

Samuel Cohen
Vlissingen, 21 april 1898
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 44 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Levie Zwartverwer en Maria Zwartverwer-Ziff

Levie Zwarterwer

 

 

 

 

 

 

Heerenstraat 10

Levie Zwartverwer werd op 7 november 1880 in Amsterdam geboren. Hij was een van de acht kinderen van Samuel Zwartverwer en Rebecca Fresco. Op 17 februari 1883 trouwde hij met de in Leeds, Engeland geboren Maria Ziff. Samen kwamen zij in 1923 vanuit Amsterdam naar Middelburg, waar zij op 16 november in het bevolkingsregister werden ingeschreven.

Over dit echtpaar is weinig te vinden. Levie wordt afwisselend koopman en pakhuisknecht genoemd. Als woonadressen worden in 1937 Nieuwepoortstraat 19 en van 1940 tot 1942 Heerenstraat 10 genoemd, het oude winkelpand van Betje en Levie van Wittene.

De Heerenstraat aan het begin van de 20e eeuw. Zeeuws Archief, ZI-P-1937.

Samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg werd het echtpaar Zwartverwer op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat koopman L. Zwartverwer verhuisd was van de Heerenstraat 10 in Middelburg naar de Govert Flinckstraat 321 in Amsterdam. Later woonden ze ook nog op Amstel 280 II. Levie en Maria overleden beiden op 11 december 1942 in Auschwitz.

Katie Heyning

Levie Zwartverwer
Amsterdam, 7 november 1880
Auschwitz, 11 december 1942
Bereikte de leeftijd van 62 jaar

Maria Zwartverwer-Ziff
Leeds, 17 februari 1883
Auschwitz, 11 december 1942
Bereikte de leeftijd van 59 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Maurits Joseph Cohen, Louise Cohen-Wijnberg en Joseph Isidoore Cohen

Vlasmarkt 19

Maurits Cohen werd op 9 december 1876 in Middelburg geboren als zoon van Joseph Nathan Cohen en Eva Helena Bannet. In 1918 trouwde hij in Amsterdam met Louise Wijnberg, geboren op 14 februari 1885 als dochter van Izaak Jacob Wijnberg en Eva Tunningen. Samen kregen zij drie kinderen: een doodgeboren kindje in maart 1919, zoon Joseph Isidoore in 1920 en dochter Eva in 1922.

 

De Vlasmarkt, rond 1900. Het pand van de familie Cohen is het zesde huis van links, met de topgevel. Zeeuws Archief, HTAM-A-0121.

Maurits werkte vanaf 1890 mee in de slagerij van zijn vader op de Vlasmarkt en werd in 1913 compagnon. Vanaf dat moment voerden zij de naam J.N. Cohen & Zoon. Ook na de dood van zijn vader in 1918 behield de zaak die naam. Wel breidde Maurits de werkzaamheden uit. In juli 1920 kreeg hij vergunning tot het oprichten van een zouterij annex bewaarplaats van huiden in de Suikerpoort, in december 1933 ging de gemeente akkoord met de aanleg van een vleesrokerij in het pand op de Vlasmarkt.

In de verschillende lokale kranten wordt de vleeshouwerij regelmatig genoemd. Uiteraard in advertenties met aanbiedingen, maar ook in een verslag van een rechtszitting waarbij drie maanden voorwaardelijke gevangenisstraf werd geëist voor slagersknecht J. de G., die in 1932 en 1933 grepen in de kas had gedaan en in totaal f 74,25 van de firma had gestolen. Volop aandacht trok ook een bij Krabbendijke gevangen das die in het voorjaar van 1937 enige tijd voor het raam van de zaak hing. Een zeldzaamheid in Zeeland volgens de Middelburgsche Courant, die meldde dat het hier om een afgedwaald exemplaar moest gaan, net als het geval was met de potvissen die van tijd tot tijd in de Schelde gesignaleerd werden. Op 1 april werd de das naar Amsterdam gestuurd om gevild en geprepareerd te worden, waarna het volgens de journalist ‘als bont zijn weg wel zou vinden’.

Van Maurits en Louises dochter Eva is niet meer bekend dan dat zij in Middelburg de Meisjesschool op de Dwarskaai bezocht. In 1938 werd zij van de derde naar de vierde klas bevorderd. Zoon Joseph deed in 1933 met succes toelatingsexamen voor de Middelburgse Rijks-HBS en slaagde in 1938 voor zijn eindexamen. In zijn vrije tijd was hij een enthousiast damspeler. In verschillende competitiewedstrijden van de Zeeuwsche Dambond kwam hij uit voor het eerste team van Middelburg. Het verloop van zijn wedstrijd tegen B.F. Montenari werd zelfs in de krant van 1 mei 1937 beschreven.

Hoewel Joseph ongetwijfeld van tijd tot tijd in de zaak zal hebben geholpen, lijkt hij andere ambities gehad te hebben. De slagerij van de familie Cohen werd op 2 maart 1940 gesloten. De enige slagerij in Zeeland waar ritueel werd geslacht, was hiermee na 128 jaar opgeheven. Begonnen in Souburg door het echtpaar Bonnet-Cohen, was de zaak in 1846 naar Middelburg verplaatst. Aanvankelijk vestigden zij zich in de Gravenstraat, later verhuisde de vleeshouwerij via de Langeviele naar de Vlasmarkt 156 (nu nummer 19). Daar stond het vanaf 1859 onder leiding van M.J. Cohen. In 1861 nam zijn broer Joseph Nathan de leiding over. Nu hij geen opvolger had, hield diens zoon Maurits voor gezien.
Na de definitieve sluiting van de slagerij verhuisde Maurits Cohen. Hoewel hij plannen in die richting al bij de opheffing van de zaak had aangekondigd, lijkt het onwaarschijnlijk dat hij in gewone tijden naar de Noordweg 151g in St. Laurens zou zijn verhuisd. Daar trok hij met zijn gezin in juni 1940 bij zijn moeder in. Vlasmarkt 19, waar hij zoveel jaren had gewoond, is door de Werkgroep Struikelstenen Zeeland dan ook als het laatste woonadres aangemerkt. Van St. Laurens gingen Maurits en Louise in 1942 naar Amsterdam, waar zij terechtkwamen op de Plantage Franschelaan 11a. Daar overleed Louise Cohen-Wijnberg in september 1942 op 57-jarige leeftijd. Dochter Eva overleefde de oorlog. Maurits en Joseph overleden in Auschwitz en Sobibor.

Katie Heyning

Maurits Joseph Cohen
Middelburg, 9 december 1876
Auschwitz, 19 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 66 jaar

Louise Cohen-Wijnberg
Amsterdam 14 februari 1885
Amsterdam, 9 september 1942
Bereikte de leeftijd van 57 jaar

Joseph Isidoore Cohen
Middelburg, 2 juni 1920
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 22 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Hans Karel Boasson

Hans Karel BoassonLange Noordstraat 21

Hans Karel Boasson werd op 27 juni 1915 in Middelburg geboren. Hij was het derde kind van Izaak Marcus Boasson (Middelburg 1878- Amsterdam 1946) en Adriana Koopmans (Groningen 1886- Middelburg 1970). Izaak, zoon van Herman Boasson en Henriette Seckel en Adriana, dochter van Herman Koopmans en Henriette Spanjaard waren op 25 september 1906 in het huwelijk getreden en hadden zich in Middelburg gevestigd. Daar werden in 1908 Herman en in 1910 Bernard geboren. Hans Karel was een nakomertje en kwam in 1915 ter wereld.

Klas 6, school J aan de Nederstraat in mei 1927. Hans staat helemaal links op 2e rij. Zeeuws Archief, HTAM-SchoolJ-41.

Net als zijn oudere broers zal Hans genoten hebben van de strandvakanties in Domburg waar het gezin van Izaak Boasson zich in de zomers van 1917 en 1921 ophield. Van verdere sportieve activiteiten is echter niets bekend. In Middelburg bezocht hij school J aan de Bree. Op klassenfoto’s uit 1925 en 1927 poseert hij netjes gekleed met een ernstig gezicht. In 1929 slaagde Hans – toen 14 jaar oud – voor het toelatingsexamen voor de HBS. Zijn schoolloopbaan was voorspoedig, jaarlijks berichtte de Middelburgsche Courant bevorderingen naar een volgende klas. Of Hans net als zijn oudere broer Bernard een tijdje uit Middelburg is vertrokken, is niet bekend. Wel behaalde hij nog in juni 1941 het middenstandsdiploma Algemene Handelskennis.

De verwoestingen in de Middelburgse binnenstad zullen het gezin van Izaak en Adriana Boasson ertoe gedwongen hebben naar St. Laurens te verhuizen. In juni 1940 verhuisden zij naar de Noordweg B 53b in St. Laurens. In januari 1941 en 1942 wensten zij van daaruit eenieder als vanouds per advertentie een gelukkig nieuwjaar. Voor Hans zal het ouderlijk huis in de Lange Noordstraat het laatste ‘gewone’ woonhuis geweest zijn, al ging hij met zijn ouders mee. Na de oorlog zou zijn moeder daarheen terugkeren.

Wanneer Hans Karel Middelburg verliet, is onduidelijk. Noch hij, noch zijn ouders worden in de verhuisberichten in de Provinciale Zeeuwse Courant vermeld. Ook over zijn deportatie bestaat onzekerheid. Volgens de administratie van Westerbork werd hij daar op 4 september 1942 op transport naar Auschwitz gezet, waar hij op 5 september overleden zou zijn. In de papieren van secretaris-generaal Frederiks van het Departement van Binnenlandse Zaken staat echter dat hij in december 1942 met zijn ouders in de Niersstraat 1 in Amsterdam woonde. Vandaar zouden zij gedrieën volgens dezelfde bron in februari 1943 naar Barneveld zijn gegaan.

Hans’ ouders overleefden de oorlog. Zijn vader overleed op 8 november 1946 in Amsterdam aan een noodlottig ongeval, zijn moeder stierf in 1970. Ook zijn oudere broer Herman keerde terug. Zijn herinneringen aan het verblijf in Auschwitz, waar hij als cellist in het orkest speelde, werden in 1981 gepubliceerd door Uitgeverij Jimmink onder de titel Uit het nabije verleden. Aan Bernards leven was op 30 april 1943 in Sobibor een eind gekomen. Hoewel de exacte datum van zijn overlijden niet zeker is, is wel duidelijk dat ook het jongste kind uit dit gezin de oorlog niet overleefde.

Katie Heyning

Hans Karel Boasson
Middelburg, 27 juni 1915
Auschwitz, 5 september 1942
Bereikte de leeftijd van 27 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
NIOD, Archief kabinet Dept. Van Binnenlandse Zaken, inv.nrs. 153, 394.
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Eva Jesaijes-Braasem

Eva Jesaijes-BraasemLange Geere 30

Eva Braasem werd geboren in Middelburg op 2 maart 1874. Zij was het vijfde kind van Maurits Eliazar Braasem en Rebecca Bartha van Oss. Van hun acht kinderen overleden er vijf op jonge leeftijd. De drie overgebleven dochters Sara, Betje en Eva trouwden en kregen kinderen en kleinkinderen. Voor Sara Polak-Braasem werd in 2016 een struikelsteen gelegd op de Langevielesingel. Voor Eva Jesaijes-Braasem en Betje van Wittene-Braasem wordt in het najaar van 2017 een steen geplaatst ter hoogte van het voormalige pand Lange Geere 30.

Eva Jesaijes, Joods Monument.

Eva trouwde op 26 oktober 1898 met de in Zwolle in mei 1868 geboren Salomon Jesaijes, zoon van Jesaijes Jesaijes en Klara Davidson. Samen kregen zij drie kinderen: Jesaijes die op 11 maart 1900 werd geboren en vier weken later overleed, Mauritz geboren op 27 juni 1901 en Jesaijes (gewoonlijk Justus genoemd) geboren op 17 augustus 1904.

In de zomer voordat Eva en Salomon trouwden, was Salomon aangesteld als stationskruier bij de Maatschappij tot Exploitatie van de Staatsspoorwegen. Eenieder die passagiersgoed op het station in Middelburg wou laten bezorgen of afhalen, kon zich tot hem wenden. In de daaropvolgende jaren adverteerde hij met enige regelmaat in De Faam, de Middelburgsche Courant en ’s zomers in het Domburgsch Badnieuws om klandizie te werven. In de eerste huwelijksjaren verhuisden Eva en Salomon regelmatig: van de St. Janstraat ging het naar de Gortstraat, vervolgens naar Heerenstraat 138 en tenslotte in 1919 weer naar de Lange Gortstraat. Hier kocht Salomon op 27 februari 1919 voor f 6476 een huis met erf en tuin, bekend als K 26. Tegenwoordig is dit Gortstraat nummer 44.

 

Eva Jesaijes-Braasem met haar zoon Justus en een knecht voor de zaak in de Gortstraat.

 

 

 

 

 

 

 

 

De advertentie waarin Salomon zich aanprijst als kruier. Middelburgsche Courant 4-7-1898.

Salomon zou zijn hele leven als stationskruier werkzaam blijven. Op 29 juni 1923 adverteerden enkele van zijn vrienden in de Middelburgsche Courant dat op 1 juli aanstaande de dag herdacht zou worden waarop Salomon 25 jaar eerder bij de Spoorwegen in dienst trad. Het zal een feestelijke dag geweest zijn, evenals zijn zestigste verjaardag in mei 1928. De opbrengst van de collecte die toen werd gehouden, leverde f 36 op. Het geld werd verdeeld over verschillende goede doelen zoals het Centraal Israëlitisch Doorgangsweeshuis in Leiden, de Joodsche Zee- en Boschkolonie, de Rudelheimstichting en de Joodsche Invalide.

Salomon overleed in 1935 en werd begraven op de Joodse begraafplaats aan de Walensingel. Zijn twee zonen waren inmiddels verloofd en trouwden enkele jaren later. Mauritz op 13 oktober 1937 met Theodora Maria Back, Justus op 17 januari 1940 met Elisabeth van Roo. Beiden bleven wonen in het ouderlijk huis in de Gortstraat. Moeder Eva trok ergens tussen 1938 en 1940 in bij haar zuster Betje van Wittene-Braasem op de Lange Geere 30.

Staand van links naar rechts Salomon Jesaijes, zijn zoon Justus, Eva Jesaijes-Braasem en Andries van Wittene. Zittend Betje van Wittene-Braasem en haar man Levie van Wittene. Begin jaren ’30. Part. coll.

Nog voordat de Joodse inwoners van Middelburg in april 1942 gedwongen werden de stad te verlaten, was Mauritz al vertrokken. Bij de opmars van de SS-troepen in Zeeland leek het hem beter naar Zeeuws-Vlaanderen te vluchten, zijn niet-joodse vrouw en dochtertje achterlatend. Op een politielijst van april 1942 wordt hij vermeld als ‘voortvluchtig sedert mei 1940’. Zijn jongere broer Justus was wel in Middelburg gebleven. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dan ook dat J. Jesaijes, musicus verhuisd was van Gortstraat 44 naar Kribbestraat 23 in Amsterdam. Ook hun moeder moest vertrekken. Eva Jesaijes-Braasem zou op 1 oktober 1942 in Auschwitz overlijden. Mauritz keerde na de bevrijding als onderofficier bij de Irene-brigade in Nederland terug. Ook Justus overleefde de oorlog.

Katie Heyning

Eva Jesaijes-Braasem
Middelburg, 2 maart 1874
Auschwitz, 1 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 68 jaar

 

 

 

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
NRC, 21.11.1994, bijdrage Annet van Eenennaam
Stadsarchief Amsterdam, Archiefkaart
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Elisabeth Barkelau

Elisabeth BarkelauKorte Delft 23

Elisabeth Barkelau werd op 11 november 1900 in Vlissingen geboren. Zij was het vierde en jongste kind van Samuel Marcus Barkelau en Helena Hamme, die op 22 februari 1893 in het huwelijk waren getreden. Samuel Marcus Barkelau was een zoon van Marcus Samuel Barkelau en Elisabeth Speelman. Hij werd geboren in Zierikzee op 18 september 1863 en overleed in Dordrecht op 2 februari 1950. Helena was een dochter van Leon Hamme en Esther de Beer en werd in Vlissingen geboren op 1 februari 1870. Helena overleed in Middelburg op 1 februari 1940. Elisabeths ouders vestigden zich na hun huwelijk in Vlissingen, waar Samuel, die bij zijn huwelijk sergeant bij de infanterie was, na enige tijd koster van de Israëlitische Gemeente werd. Vijf maanden na hun trouwen werd hun oudste zoon Marcus geboren. Het jongetje bleek echter niet levensvatbaar en overleed twee weken na zijn geboorte. In 1894 volgde hun volgende kind, Esther. In 1899 werd Levie geboren, in 1900 Elisabeth.

Elisabeth zou haar leven lang vrijgezel blijven en haar brood als modiste verdienen. Tenminste vanaf 1931 had zij haar eigen modemagazijn – De Vlinder – in de Middelburgse Korte Delft. Met jaarlijkse advertenties in verschillende kranten probeerde zij de aandacht op de aanwezigheid van dit atelier te vestigen. Ook met de fraaie etalage die zij in 1932 ter gelegenheid van een wedstrijd van de ‘Vereniging Handelsbelang’ had ingericht, zal zij bekijks hebben getrokken. Met 508 punten kreeg Elisabeth op 2 september de tweede prijs in de groep van de ‘meest artistieke’ etalages. De aansporingen van voorzitter Boasson bij de prijsuitreiking in de Sociëteit de Vergenoeging onderstreepten het belang van dergelijke wedstrijden wanneer het economisch tij niet mee zat: ‘Scherpt meer dan ooit het brein, ziet uit naar nieuwe mogelijkheden, naar nieuwe handelsrelatien, naar zakenuitbouw, vermeerdert Uw inspanning, staalt Uw energie. Dit is de eenige manier om zich door deze periode heen te werken naar betere tijden, die toch zonder twijfel weder moeten komen.

Betsy Barkelau, Joods Monument

Tijdens de eerste jaren als zelfstandig modiste bleef Elisabeth bij haar ouders in de Badhuisstraat 102 in Vlissingen wonen. Pas in februari 1935 verhuisde zij naar Middelburg om boven haar winkel op de Korte Delft te gaan wonen. Haar moeder ging direct met haar mee, haar vader die op 15 april 1934 zijn 40-jarig jubileum als koster van de Israëlitische Gemeente had gevierd, volgde enkele maanden later. Toen Elisabeth samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg op 24 maart 1942 gedwongen werd de stad te verlaten, waren haar ouders daar niet bij. Haar moeder was een paar maanden eerder overleden, van haar vader wordt geen melding gemaakt. De Provinciale Zeeuwse Courant meldde op 30 juli alleen dat mej. E. Barkelau verhuisd was van de Korte Delft 23 in Middelburg naar de Jekerstraat 62 in Amsterdam. Vandaar verhuisde zij nog naar Muiderstraat 12 alvorens naar Westerbork te gaan. Daar werd zij op 23 maart 1943 in een spoorwagen gedreven en naar Polen afgevoerd. Niet wetend wat haar te wachten stond, had zij nog om een bontmuts gevraagd voor haar tocht naar ‘het koude noorden’. Elisabeth overleed drie dagen later in Sobibor.

Na de oorlog verschenen in maart en oktober diverse oproepen in de Provinciale Zeeuwse Courant waarbij mensen die bedragen verschuldigd waren aan Elisabeth Barkelau, dan wel vorderingen op haar hadden of goederen van waarde die haar toebehoorden in hun bezit hadden, gevraagd werden zich te melden. Haar verblijfplaats was op dat moment onbekend. Pas op 26 februari 1949 kon haar vader een rouwadvertentie plaatsen, waarin hij mededeelde dat zijn dochter op 26 maart 1943 in Sobibor vergast was.
Het blok woningen waar de Korte Delft 23 deel van uitmaakte, werd in de jaren ’70 gesloopt om plaats te maken voor een parkeerterrein. De struikelsteen voor Elisabeth Barkelau wordt gelegd op de plaats waar het pand volgens de oude kadasterkaarten eens stond.

Katie Heyning

Elisabeth Barkelau
Vlissingen, 11 november 1900
Sobibor, 26 maart 1943
Bereikte de leeftijd van 42 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Eliazar Gokkes, Geertruida Gokkes-Keizer en Betsy Suzanna Gokkes

Bleek 11

Eliazar Gokkes

 

 

 

 

 

 

Gokkes werd op 16 januari 1882 in Harlingen geboren. Hij was een zoon van koopman Benjamin Gokkes (1853-1929) en Betje de Vries (1860-1923). In 1909 trouwde hij in Hasselt met Geertruida Keizer, de jongste dochter van Abraham Keizer (1835-1922) en Susanna Potsdammer (1845-1927), aldaar geboren op 30 januari 1886. Samen kregen zij een dochter, Betsy Suzanna geboren in Delfzijl op 10 augustus 1915.

Na enige jaren in Delfzijl en Emmen als godsdienstleraar gewerkt te hebben, verhuisde Eliazar Gokkes in de zomer van 1926 naar Zeeland. Hier werd hij benoemd tot chazzan (voorzanger) in de Middelburgse sjoel, een functie die hij met veel toewijding vervulde. Al na een jaar werd hem op 13 mei 1927 lof toegezwaaid in het Nieuw Israëlitisch Weekblad: ‘Met genoegen valt te constateren, dat nu de heer Gokkes hier een jaar is, van meerder godsdienstig leven gewaagd kan worden. Het synagogebezoek neemt toe, en van de sjoeldiensten kan niet anders dan met lof worden gesproken.’ Eliazar Gokkes was niet alleen in Middelburg werkzaam. Ook de andere Zeeuwse Joden konden op hem rekenen. Zo herinnerde Clara Zilverberg-Labzowski zich hoe de heer Gokkes om de veertien dagen op woensdagmiddag met de boot naar Zierikzee kwam om de kinderen daar Joodse les te geven.

Gokkes in de synagoge in Delfzijl 1912, Coll. NIW, Joods Historisch Museum

Tien jaar na zijn komst naar Middelburg werd op 19 april 1936 zijn 30-jarig ambtsjubileum groots gevierd. Zijn echtgenote Geertruida en dochter Betsy hadden er een prachtige dag van gemaakt. Tientallen personen en instellingen stuurden gelukwensen, bloemen en cadeaus en de hele dag was het een komen en gaan in de Bleek. Om 12 uur meldden de kerkenraden van Middelburg en Vlissingen zich in huize Gokkes. De voorzitters van beide kerkbesturen voerden het woord en prezen de jubilaris voor de wijze waarop hij zijn taak zowel in Middelburg als in Vlissingen, waar geen eigen ambtenaar was, vervulde. Telkens weer had men hem – zowel ‘bij treur als bij vreugd’ – in beide gemeenten bereid gevonden zijn diensten te verlenen. Als bewijs van erkentelijkheid overhandigden beide voorzitters hem dan ook een envelop met inhoud. In zijn dankwoord ging Gokkes uit van de tekst ‘el hannangar hazzeeh hispalloltie’. Hij bedankte in de eerste plaats God die hem deze dag had doen beleven, daarna beide kerkbesturen en tot slot zijn vrouw en dochter die het initiatief voor dit feest hadden genomen. Ter afsluiting zong dochter Betsy een zelf gecomponeerde feestcantate.

Betsy woonde in die jaren nog bij haar ouders. Na de verhuizing uit Emmen was zij ingeschreven op de Rijksleerschool in de Middelburgse binnenstad. Twee jaar later werd zij toegelaten tot de Middelburgse Meisjesschool, waar zij in juli 1932 slaagde voor het Mulo-examen. Na haar middelbare-schoolopleiding ging Betsy naar de Handelsavondschool, waar zij in juni 1934 de diploma’s machineschrijven en kantoorstenograaf en een jaar later het diploma Engelse handelscorrespondentie behaalde. In 1937 werd haar ook nog het Asso-diploma Kinderverzorgster-Kinderjuffrouw uitgereikt. Toch lijkt zij dat vak niet te hebben uitgeoefend, in 1940 werkte zij volgens het adresboek als kantoorbediende.

Samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg werd het gezin Gokkes op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat E. Gokkes verhuisd was van Bleek 11, Middelburg naar de Plantage Franschelaan 11a in Amsterdam. Vlak voor hun vertrek had Gokkes nog het een en ander in veiligheid proberen te brengen. Na de oorlog probeerden nabestaanden deze zaken terug te krijgen en plaatste mevrouw S.E. van Ham-Keizer op 23 november 1946 een oproep in de PZC waarin zij degenen die geld, sieraden of goederen in bewaring hadden van de familie Gokkes verzocht met haar contact op te nemen. Of hieraan gehoor is gegeven, is niet bekend. Decennia later werd na de heropening van de Middelburgse synagoge een kistje dat Eliazar Gokkes bij een van zijn buren in de Bleek in bewaring had gegeven, door een mevrouw uit Geldermalsen aan de synagoge geschonken.

Briefkaart aan de buren, 1942. Coll. R. van Wittene

Kort na aankomst in Amsterdam stuurde de familie Gokkes nog een briefkaart aan hun oude buren om te laten weten dat het goed met hen ging. Op 2 september werd het gezin echter op transport gezet naar Westerbork en op 4 september gingen zij door naar Auschwitz. Hier werden Eliazar en Geertruida op 7 september vermoord. Betsy bleef nog ruim een week in leven, maar op 18 september 1942 kwam ook aan haar jonge bestaan een eind.

Katie Heyning

Eliazar Gokkes
Harlingen, 16 januari 1882
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 60 jaar
Geertruida Gokkes-Keizer
Hasselt, 30 januari 1886
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 56 jaar
Betsy Suzanna Gokkes
Delfzijl, 10 augustus 1915
Auschwitz, 25 september 1942

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, deel I, Middelburg 1979
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht