Abraham Samuel Frenk

04_IMG_0227Sint Domusstraat 19

Abraham Samuel Frenk was de oudste zoon van Salomon (Abraham) Frenk (geboren Zierikzee 14 november 1845, overleden Rotterdam 6 november 1929) en Mietje van Klaveren (geboren Schoonhoven 20 juli 1852, overleden Zierikzee 9 september 1932).

Salomon was een zoon van Abraham Marcus Frenk en Sara Mozes Cohen en dus een broer van Maria Abraham Frenk, de moeder van Betje Frenk (zie Maarstraat 15): een waarachtig Zierikzeese familie dus.

Moeder Mietje met Abraham en Mozes. Joods Historisch Museum F007704.
Moeder Mietje met Abraham en Mozes. Joods Historisch Museum F007704.

Salomon en Mietje trouwden in Zierikzee op 1 augustus 1882 en kregen in totaal tien kinderen, die allemaal in Zierikzee geboren werden. Hun eerste kind kwam ter wereld op 9 mei 1883 en werd Abraham Samuel genoemd. Hun tweede kind, Mozes Salomon, geboren op 2 mei 1884, overleed vijf maanden na zijn geboorte op 7 oktober 1884. De derde zoon was Nathan Salomon, geboren in Zierikzee op 25 mei 1885 en overleden in Bergen Belsen op 22 februari 1945. Hij was getrouwd met Sophia van Creveld. De vierde zoon, Mozes Salomon, geboren 30 januari 1887, trouwde met Wilhelmina Labzowski (zie Lange Nobelstraat 10).

Ook in de jaren daarna kwamen er kinderen. Marcus Salomon, later getrouwd met Anna Catharina van der Ven, zag op 9 maart 1888 het levenslicht, Benjamin Salomon een klein jaar later op 29 mei 1889. Op 13 december 1890 kregen Salomon en Mietje eindelijk een dochter, Kaatje. Op 22 september 1892 volgde Sara, later getrouwd met Jacob Vet en op 5 april 1894 Elisabeth, die met Zacharias Eijl trouwde. Hun laatste kind was dochter Mietje, geboren op 19 december 1896. Zij zou ongehuwd blijven en later directrice worden van het Joods Ziekenhuis in Rotterdam, waar haar zuster Kaatje hoofd van de huishouding was. Tijdens de oorlog doken Mietje en Kaatje samen onder in een vakantiehuisje in Coldenhove. Waarschijnlijk door verraad werden ze op 12 juni 1944 het slachtoffer van een overval door de Sicherheitspolizei. Mietje vroeg of ze naar het toilet mocht en slikte daar de cyaankali, die ze altijd bij zich had (zie www.maxvandam.info).

Het gezin woonde tot 1906 in Zierikzee op Appelmarkt 1 (destijds B9), op de hoek van de Dam. Van de toenmalige woning is niets meer over. In 2016 is op dat perceel al jarenlang een vestiging van de drogisterijketen Het Kruidvat. De familie Frenk was nauw bij het Joodse leven in Zierikzee betrokken, in 1888 was het Abraham Samuel die op vijfjarige leeftijd de eerste steen van de ‘nieuwe’ synagoge in de Meelstraat legde.

De voormalige synagoge aan de Meelstraat 55 in 1962. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto G.J. Dukker.
De voormalige synagoge aan de Meelstraat 55 in 1962. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, foto G.J. Dukker.

Salomon en Mietje trokken in 1906 met hun gezin naar Rotterdam. Daar beheerden zij een koosjer hotel-restaurant aan de Veemarkt 24, Hotel-Restaurant Frenk. De Rotterdamse Veemarkt was gevestigd aan de Goudserijweg/Hugo de Grootstraat, op de grens tussen Kralingen en Crooswijk. Tegenwoordig bestaat het niet meer, in 1973 werden hier woningen gebouwd. Wel bleef de naam behouden, een van de straten kreeg de naam ‘Veemarktstraat’.

Met name onder de Joodse inwoners van Noord- en Oost-Nederland was de veehandel erg in trek. De handelaren trokken hierbij naar de grote markten om hun vee te verkopen, en de Rotterdamse markt was in dit kader een belangrijke veemarkt in Nederland. Logeermogelijkheden waar koosjer gegeten kon worden en op Joodse wijze geleefd kon worden, waren dus van belang. Salomon Frenk was zich hiervan terdege bewust. Onderstaande advertentie werd ter gelegenheid van Rosh Hasjanah in het Nieuw Israëlitisch Weekblad van 24 september 1919 geplaatst.

Nieuw Israëlitisch Weekblad 24-9-1919.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 24-9-1919.
Hotel de Beer aan de Veemarkt, eerder Hotel-Restaurant Frenk.
Hotel de Beer aan de Veemarkt, eerder Hotel-Restaurant Frenk.
De Joodse veemarkt in Rotterdam.
De Joodse veemarkt in Rotterdam.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Salomon overleed in Rotterdam in 1929. Zes jaar daarvoor was het hotel overgenomen door Morits Leon de Beer en zijn vrouw Eva Bamberger en ging het verder onder de naam Hotel de Beer.

Naast het hotel op de Veemarkt dreven Salomons zonen een handel in vee. Op Veemarkt 24a waren de gebroeders Frenk geregistreerd als commissionairs in vee en paarden. Hoe de kindertijd van Salomons oudste zoon Abraham Samuel verliep, weten we niet, maar zodra het kon, moet hij zich zijn gaan bezighouden met de veehandel en slachterij. Dat deed hij samen met zijn broers, Mozes en Marcus. Eerst in Rotterdam, maar al snel ook in Zierikzee. In 1915 haalde Abraham Samuel de banden met zijn geboortestad weer aan, in 1923 vestigde zijn broer Mozes zich weer in Zierikzee (zie Lange Nobelstraat 10). De gebroeders Frenk waren een begrip in Zierikzee en stonden bekend onder de naam ‘Gebroeders Frenk zn.’.

Zierikzeesche Nieuwsbode 3-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 3-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-11-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-11-1917.

 

 

 

 

 

 

Ierseksche en Thoolse courant 29-8-1908.
Ierseksche en Thoolse courant 29-8-1908.

Ook op de andere eilanden was men met het vlees van de gebroeders Frenk bekend.

In 1917 werd de verkoop verplaatst van de Stadswaag naar de Sint Domusstraat. Was er weerstand tegen de volksvleeshouwerij in de Stadswaag? Of was er een andere reden dat daar maar voor enkele weken goedkoop vlees verkocht mocht worden?

 

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 12-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 12-9-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-10-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-10-1917.

De gebroeders Frenk gingen in ieder geval hun vlees elders verkopen en wel via de slagerij van J. Dekker in de Sint Domusstraat 96 (toen D264), tegenover het Korte Groendal.

Soms lijken de gebroeders Frenk in hun handelsijver een beetje te zijn doorgeslagen. In maart 1916 leidde dit tot protesten van concurrerende handelaren. De gebroeders Frenk hadden de concurrentie geheel uitgeschakeld door ver boven de marktprijs te bieden. De Zierikzeesche Nieuwsbode schonk aandacht aan de kwestie. Ook de Middelburgse Courant vermeldde het voorval. De situatie zat de concurrentie niet lekker. Er werd gemord en er waren heel wat scheve gezichten. Maar de zaak kreeg een andere wending dan menigeen verwachtte. Een anonieme briefschrijver zette daarom een en ander recht. De gebroeders Frenk hadden hun concurrenten grootmoedig schadeloos gesteld.

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1916.
Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1916.
Middelburgsche Courant 20-3-1916.
Middelburgsche Courant 20-3-1916.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 24-3-1916.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-3-1916.

Ondertussen was Abraham Samuel op 27 januari 1916 in Rotterdam getrouwd met Esther Brandel, geboren in Rotterdam op 3 juni 1880. Zij was een dochter van Abraham Brandel en Sara Cohen. Samen kregen zij twee kinderen: Mietje Anna, geboren in Rotterdam op 10 november 1916 en Mies, geboren in Rotterdam op 28 januari 1922. In Rotterdam woonden zij eerst op de Spiegelnisserkade 4b, daarna op heel veel andere adressen. Abraham Samuel en Esther scheidden in Rotterdam op 2 september 1930. Hun beide dochters hebben de oorlog overleefd. Esther overleed vermoedelijk in Eindhoven op 4 augustus 1965.

Abraham Samuel keerde in 1936 definitief terug naar Zierikzee. Daar woonde hij eerst op Poststraat 54 en later in 1939 ook nog op het adres Balie 11. In 1940 woonde hij op de Oude Haven 10, in 1941 op Lange Nobelstraat 2 en tenslotte vanaf 13 september 1941 in de Sint Domusstraat 19. Dat was zijn laatste woonadres in Zierikzee. Daarnaast had hij een eigen slachthuis aan de Hem (nu Hem 24). Op de gevel is dit nog steeds te zien. Daar is een steen aangebracht met de naam van zijn bedrijf.

 

Gevelsteen Hem 24 met de tekst: Slachthuis van de Fam AS Frenk. Foto J. Kroesen.
Gevelsteen Hem 24 met de tekst: Slachthuis van de Fam AS Frenk. Foto J. Kroesen.

 

 

 

Het slachthuis Hem 24 in 2016. Foto J. Kroesen.
Het slachthuis Hem 24 in 2016. Foto J. Kroesen.
Sint Domusstraat 19 in 2016. Foto J. Kroesen.
Sint Domusstraat 19 in 2016. Foto J. Kroesen.

Dat Abraham Samuel in 1941 nog steeds actief was in de veehandel, blijkt uit een politierapport over drie onbeheerde kalveren:

Aan Heer Stabsofficier der Ordnungspolizei Beauftragte des Reichskommissaris te Middelburg.

Door de politie werden op den openbaren weg den Dam aangetroffen 3 kalveren, welke onbeheerd aldaar liepen.

Deze dieren zijn ondergebracht in de aan de Gemeente Zierikzee toebehoorende Schutskooi en vervolgens teruggeven aan den eigenaar A. Frenk, wonende te Zierikzee.

Op last van de Wachtmeester der Marechaussee te Oosterland ontslagen de arrestant Cornelis Groot, nadat deze een volledige bekentenis had afgelegd.

Zierikzee, 26 augustus 1941.

De agent van politie.

(Chr. C. van Ast)

In 1942 werd Abraham Samuel echter net als de andere Joodse inwoners van Zierikzee gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Een officieel stuk noemt de in beslag genomen goederen.

Aan de Sicherheitspolitie te Amsterdam:

Politie-Zierikzee

No. 471.

Zierikzee, 26 Maart 1942.

Onderwerp: Rapporten inzaken evacuatie Joden.

 Ik heb de eer U te doen toekomen de rapporten betreffende de evacuatie der in Zierikzee wonende Joden.

[…]

Ik deel U verder nog mede dat van Abraham Samuel Frenk geen rapport aanwezig is daar ik deze niet heb ontvangen. Wel is van hem een inventarislijst van de goederen die hij heeft medegenomen aanwezig.

Deze treft U hierbij ingesloten aan.

De burgemeester van Zierikzee.

 

Aan ‘den Heer Hausrater-fassum te Amsterdam’:

Politie – Zierikzee, N2

Zierikzee, den 26 Maart 1942.

Ik heb de eer U te doen toekomen een lijst van inbeslaggenomen levensmiddelen, welke inbeslaggenomen zijn bij de hier ter plaatse wonende Joden, die inmiddels zijn geëvacueerd.

± 3 hectoliter aardappelen; een hoeveelheid rijst; 1 bus in houdende basterd suiker; 1 bus doperwten;  8 pakken lucifer; 3 flesschen azijn; 5 pakken koffie-surrogaat; elk pak inhoudende 250 gram; enkele vetkaarsen; 2 pakken stijfsel met nog een hoeveelheid in een bus; 5 bussen vim; 1 flesch azijnessenoe; 3 doozen, gedeeltelijk met beschuit en koekjes gevuld; 1 flesch ammonia; 2 flesschen calve saus; enkele pakken beschuit; verschillende zakjes inhoudende bruine en witte boonen; 1 flesch met augurken; 1 flesch zoete most; 1 flesch met limonade-extract; een kleine hoeveelheid thee; 3 pond witte suiker met nog een kleine hoeveelheid in een bus; verschillende kleine hoeveelheden bakmeel, maizena, puddingpoeder enz; eenige appelen; ± 5 pond zout; verschillende restjes wijn; 1 doos schoencreme; 1 doos meubelwas; 1 tubel poets-extract; enkele ledige flesschen; Een hoeveelheid cacao; enkele jusblokjes; 250 gram speksteenpoeder; 1 zakje gort; verschillende restjes havermout, vermecelli, bakpoeder, jam, koffie-surrogaat, stroop, mosterd, peper enz, dit zijn echter alle zeer kleine hoeveelheden.

Opgemerkt zij, dat bovenstaande levensmiddelen niet aan direct bederf onderhevig zijn.

De Burgemeester van Zierikzee.

Ik verzoek U beleefd mij wel te willen berichten hoe met deze levensmiddelen gehandeld moet worden.
In Amsterdam kreeg Abraham onderdak op de Nieuwe Keizersgracht 68 I. Niet lang daarna werd hij gedeporteerd en in Auschwitz vermoord.

Jan Kroesen

Abraham Samuel Frenk
Zierikzee, 9 mei 1883
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 59 jaar

 

Bronnen
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Archief Gemeente Zierikzee, Geboorten 1887/20.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Archief Gemeente Zierikzee, Huwelijksakte 1916/b57.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeentepolitie te Zierikzee 1852-1958, Stukken betreffende de Joodse inwoners en hun deportatie 1940-1943, inv.nr. 40/116.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeente Zierikzee 1898-1996, Politierapporten 1941, inv.nr.23/1504.

Irma Jacobs

Irma Jacobs steenBurghseweg 84, Burgh-Haamstede

Irma Jacobs werd op 16 mei 1895 in Schaarbeek (België) geboren als vijfde en jongste kind in het gezin van Louis Jacobs (geboren Zwolle 16 december 1847, overleden Rotterdam 1 april 1921, van beroep handelsagent) en Ottilie (Milia) Meijer (geboren Koblenz 5 september 1854, overleden Rotterdam 23 mei 1914). Louis – zoon van Alexander Jacobs en Aaltje Levij de Beer – en Ottilie – dochter van Joseph Meijer en Julie Rothschildt – trouwden in Bonn op 22 oktober 1878. Irma’s oudere broers en zusjes waren: Alexander (geboren Rotterdam 2 november 1879), Julius (geboren Rotterdam 15 maart 1882), Nelly (geboren Rotterdam 28 oktober 1885, overleden Auschwitz 22 oktober 1942) en Alida (geboren Rotterdam 4 juni 1888, overleden Rotterdam 26 juni 1888). In 1893 verhuisde het gezin voor vier jaar naar Schaarbeek, in 1897 keerden zij terug naar Rotterdam.

Gemeentearchief Schaarbeek, Geboorten 1894-1895, akte nr. 508.
Gemeentearchief Schaarbeek, Geboorten 1894-1895, akte nr. 508.

Irma lijkt op 10 februari 1914 op 18-jarige leeftijd zelfstandig te zijn gaan wonen. Op een persoonskaart uit 1916 staat dat zij eerst inwoonde in de Westenstraat 22, ten huize van de familie Van Amerongen, daarna op de Maaskade 90a bij de familie De Lang, en tenslotte toch weer vanaf 19 juni 1914 in het ouderlijk huis op de West-Kruiskade 11a. Misschien omdat haar moeder op 23 mei 1914 overleden was? Of zij toen al een opleiding tot verpleegster volgde, is niet bekend. Maar vijf jaar later werkte zij van december 1919 tot 1 februari 1921 in het kindersanatorium Hoog Blaricum in Laren (NH). Op 24 maart 1921 was zij echter weer terug in Rotterdam, mogelijk vanwege de gezondheid van haar vader die een week later op 1 april overleed. Op een bepaald moment moet zij zijn teruggekeerd naar het Gooi. Op 8 mei 1923 verhuisde Irma namelijk van Huizen (NH) naar Den Haag, waar zij ging wonen op Westeinde 43 en ingeschreven stond als leerling-verpleegster. Ook hier bleef ze slechts kort. Op 5 februari 1925 stond zij ingeschreven op de Jacob Obrechtstraat 92 in Amsterdam. Een jaar later verhuisde zij naar het huis van een neef, D. Cohen Pereira, in de Sarphatistraat 143. Steeds werd als beroep leerling-verpleegster genoteerd.

Op 30 november 1926 ging Irma werken bij de Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee, een tehuis voor oud-zeelieden. In de negentiende eeuw had Egmond aan Zee te kampen gehad met een groot aantal cholera- en tyfusepidemieën. Toen bij een ziektegolf in 1871 vooral veel jonge vissers overleden en steeds meer ouderen aangewezen raakten op de armenzorg van de Nederlandsch Hervormde Gemeente, kwam de diaconie in de problemen. Besloten werd een gesticht voor ouden van dagen van alle gezindten op te richten dat met name gericht was op oud-zeelieden. Prins Hendrik de Zeevaarder, de broer van Koning Willem III, legde de eerste steen en gaf zijn naam aan het tehuis. Pas aan het begin van deze eeuw werd deze instelling een algemeen tehuis voor ouderen.

De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.
De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.

Irma woonde van 1926 tot 1931 in deze instelling. Het is aannemelijk dat zij toen haar opleiding tot verpleegster voltooid had. Op 21 mei 1931 keerde ze echter toch weer voor korte tijd terug naar de Sarphatistraat 143 in Amsterdam. Vandaar ging zij op 31 mei 1932 naar Arnhem waar ze ging werken in het Israëlitisch Tehuis voor Ouden van Dagen op de Markt 5. Zij bleef daar tot 27oktober 1933, toen zij weer terugkeerde naar Rotterdam.

 

De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.
De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee.

Daar begon zij aan een zwervend bestaan. Eerst was zij inwonend in de Schoonebergerweg 32a en later in de Volmarijnstraat 30b. Ook Messcherstraat 4a en Mathenesserdijk 161b worden in bronnen als woonadres genoemd. Het lijkt erop dat Irma tussendoor ook nog in Enschede was, en van Rotterdam op 20 november 1934 naar ’s-Gravenhage is gegaan, waar zij op de Houtmarkt 41 ging wonen. Aan haar omzwervingen lijkt geen eind te komen. Op 22 augustus 1935 verhuisde zij van Den Haag naar Haamstede, Ring 21. Daar ging ze, met de aantekening ‘zonder beroep’, inwonen bij onderwijzeres Barendina Wilhelmina Elizabet Köhler, geboren 9 mei 1909 te Amsterdam. Barendina Köhler werd op 21 augustus 1935 in de gemeente ingeschreven, Irma een dag later. Bij juffrouw Köhler werd aangetekend dat zij uit Amsterdam kwam, van de Kromme Leimuidenstraat 26 I. Later zouden Irma en Barendina samen naar de Kloosterweg 257a in Haamstede verhuizen. Merkwaardig genoeg werd Irma Jacobs daarbij geregistreerd als Nederlands Hervormd. Op 22 september 1938 verhuisden zij samen naar Burgh. Daar werden zij geregistreerd op
op het huidige adres Burghseweg 84 (toen eerst B5 en later B6). Nog steeds stond Irma geregistreerd ‘zonder beroep’, wel stond zij nu weer als Joods te boek.

Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84, voor de oorlog.
Burghseweg 84 in 2016. Foto J. Kroesen.
Burghseweg 84 in 2016. Foto J. Kroesen.

Desondanks werd Irma Jacobs in maart 1942 gedwongen te vertrekken naar Amsterdam. In de Zierikzeesche Nieuwsbode van 6 augustus 1942 staat onder de rubriek ‘Uit Stad en Provincie’ vermeld:
Burgh […] Vertrokken 14. Irma Jacobs naar Amsterdam.

In Amsterdam kwam Irma op de Stadionkade 131 terecht bij haar broer Alexander. Wat er met haar vriendin Köhler gebeurde, is niet bekend. Zij overleed op 15 maart 1981 en werd begraven in ’t Harde.

Irma werd op 30 december 1942 samen met haar broer uit Amsterdam gedeporteerd. De aanduiding VOW op de persoonskaart betekent: Vertrokken Onbekend Waarheen. Deze afkorting betekent soms dat er sprake is van een onderduik. Waarschijnlijk is dat hier niet, want enkele maanden later werd Irma Jacobs op 23 april 1943 op 47-jarige leeftijd in Sobibor vermoord. Haar broer Alexander overleefde de oorlog.

Jan Kroesen

Irma Jacobs
Schaarbeek, 16 mei 1895
Sobibor, 23 april 1943
Bereikte de leeftijd van 47 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Rotterdam, Burgerlijke Stand
Gemeentearchief Zwolle, Burgerlijke Stand

Wilhelmina Frenk-Labzowski

08_IMG_0063Lange Nobelstraat 10 (toen A169)

 

 

 

 

Wilhelmina Labowski (1897-1943).
Wilhelmina Labowski (1897-1943).

Wilhelmina Labzowski werd geboren in Zierikzee op 22 november 1897 als dochter van Jacob Labzowski (geboren Deretchin 25 april 1869, overleden Auschwitz 17 september 1943) en Betsij Bregman (geboren Deretchin 9 maart 1871, overleden Noordgouwe 26 december 1919).  Haar ouders hadden een manufacturenzaak aan het Havenpark 5, toen Oude Haven A330 (zie aldaar).

Zierikzeesche Nieuwsbode 25-11-1897.
Zierikzeesche Nieuwsbode 25-11-1897.

Wilhelmina slaagde op 16 januari 1909 voor het toelatingsexamen voor de Rijks-HBS in Zierikzee. Niet duidelijk is of zij de HBS heeft afgemaakt. Waarschijnlijk niet, want drie jaar later volgde zij de lessen op de Handelsavondschool.

 

Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-7-1909.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-7-1909.

Na haar opleiding ging Wilhelmina (bijna iedereen noemde haar Mien) in augustus 1921 naar Rotterdam, waar zij tot 1923 op de Veemarkt 24b bij de familie Frenk woonde. Dit pand lag naast het Hotel-Restaurant Frenk, dat door Salomon en Mietje Frenk gedreven werd. Daar zal Wilhelmina haar toekomstige man Mozes Salomon Frenk hebben leren kennen (zie Sint Domusstraat 19).

Nieuw Israëlitisch Weekblad 31-8-1923.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 31-8-1923.

Wilhelmina zal ongetwijfeld een goede leerschool hebben gehad in de zaak van haar vader, want na haar huwelijk op 30 augustus 1923 in Rotterdam met Mozes Salomon Frenk (geboren Zierikzee 30 januari 1887, overleden Rotterdam 6 november 1929) keerde zij met haar man terug naar Zierikzee en begon ook zij een manufacturenzaakje en wel op de Oude Haven 5 (toen A360). Als een van de eersten kregen zij telefoon.

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1923.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-9-1923.
Zierikzeesche Nieuwsbode 4-7-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 4-7-1924.

 

 

 

 

 

Een jaar later, in september 1924 kondigde Wilhelmina aan dat zij haar zaak zou verplaatsen naar de Lange Nobelstraat 10 (toen A169). Na een ingrijpende verbouwing ging de nieuwe winkel half oktober open.

Lange Nobelstraat, Zierikzee. Rechts het huis met de stoephekken waar Wilhelmina en Mozes woonden. Foto: Beeldbank Zierikzee.
Lange Nobelstraat, Zierikzee. Rechts het huis met de stoephekken waar Wilhelmina en Mozes woonden. Foto: Beeldbank Zierikzee.
Zierikzeesche Nieuwsbode 29-10-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 29-10-1924.
Lange Nobelstraat in 2016. Van de winkel is niets overgebleven. Foto J. Kroesen.
Lange Nobelstraat in 2016. Van de winkel is niets overgebleven. Foto J. Kroesen.
Zierikzeesche Nieuwsbode 27-10-1924.
Zierikzeesche Nieuwsbode 27-10-1924.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mozes Salomon Frenk had ondertussen zijn eigen besognes. Hij was veehandelaar en deed veel zaken samen met zijn broers, vooral met zijn oudste broer Abraham (Sint Domusstraat 19). Na tien jaar was het huwelijk over. Vanaf 1933 leefden Wilhelmina en haar man in principe gescheiden van elkaar. Mozes verhuisde dat jaar. Eerst naar een tehuis van de AMVJ op de Calandstraat 24b in Rotterdam, op 7 december 1933 naar de Duistervoordseweg L 42 in Voorst bij Twello. Een klein jaar later vertrok hij weer om zich op 9 augustus 1934 te vestigen in Den Haag. Daar woonde hij op diverse adressen: Theresiastraat 316, Weimarstraat 241 en in 1936 op Annastraat 17.

De zaken gingen ondertussen voor Wilhelmina goed: haar winkel werd een begrip in Zierikzee en in 1937 werd het 12-jarig bestaan van de zaak gevierd. Een feestelijke gebeurtenis die met een kortingsactie commercieel werd gevierd.

Zierikzeesche Nieuwsbode 5-6-1925.
Zierikzeesche Nieuwsbode 5-6-1925.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1926.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1926.
Zierikzeesche Nieuwsbode 23-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 23-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een jaar later werd de winkel uitgebreid. De benedenruimte, waar de winkel was, werd vergroot ten koste van de woonruimte. Wekelijks werd er geadverteerd en geregeld werd er opruiming gehouden.

En toen in 1940 de bezetter binnenviel werd de situatie voor de Joden in Zierikzee steeds slechter. Ook Wilhelmina ondervond dat. Net als de andere Zierikzeese Joden werd zij in 1942 gedwongen werd haar woning te verlaten en naar Amsterdam te vertrekken. Vlak voor haar vertrek verwijderde zij nog de mezoezoth van de kozijnen en gaf zij die aan haar dienstmeisje ter bewaring. Vele jaren later werden ze teruggegeven aan Ruth Frenk, een kleindochter van Nathan Salomon Frenk, een broer van Wilhelmina’s man Mozes.

Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 24-4-1937.

Op www.joodserfgoedrotterdam.nl/ is deze geschiedenis beschreven:
De mezoezoth die terug kwamen

Ruth Frenk
Mevrouw Elly Lems fietste in september 2012 door Zierikzee. Daar passeerde ze een monument ter nagedachtenis aan de Joden uit Zierikzee die in de Tweede Wereldoorlog vermoord zijn. Er stonden wat mensen en ze besloot te gaan kijken wat er aan de hand was. Een van de mensen was rabbijn Lody van der Kamp uit Amsterdam die deze plaats bezichtigde en met anderen in gesprek was. Ze besloot hem aan te spreken om met hem te praten over twee mezoezoth die haar moeder, die nu 90 jaar oud is, kreeg van een Joodse vrouw waar ze werkte toen ze 18 was.

Ze schreef de volgende mail naar rabbijn Van der Kamp op 11 september 2012.

Geachte Rabbijn v.d.Kamp

Mijn moeder Corrie Schot-de Regt was 18 – 19 jaar toen zij als dienstmeisje bij ‘Mien’ Frenk in de Lange Nobelstraat in Zierikzee werkte, zij had daar een manufacturenzaak. Haar leeftijd was toen rond de 50 jaar ze woonde daar alleen (of ze gescheiden of weduwe was is bij mijn moeder niet bekend ook niet of ze kinderen had). Ze is gedeporteerd naar Amsterdam en nooit meer terug gekomen. Voor ze wegging heeft mijn moeder 2 kleine kokertjes gekregen met daarin papieren rolletjes met Joodse teksten. Ze zou dit graag aan familie van haar willen geven.

Met vriendelijke groeten

Elly Lems

En daarmee begon de zoektocht.

De rabbijn schreef een vriend in Rotterdam, Simon Cohen, en vroeg hem of hij iets wist over de familie Frenk in Rotterdam. Simon is een oude vriend van mijn familie, kende mijn mailadres en vroeg me of ik informatie had over Wilhelmina Frenk. En we hadden geluk: we hadden een paar jaar eerder Max van Dam in Israël ontmoet, een achterneef van mijn man Paul. Max is een genealoog. Verleden jaar had ik Max gevraagd voor mij een digitale stamboom van de familie Frenk te maken.

Ik stuurde Max een mail, het antwoord kwam 45 minuten later:

Aan zekerheid grenzend denk ik, dat ik de gevraagde ‘Mien’ al gevonden heb. Het is naar alle waarschijnlijkheid Wilhelmina Frenk – Labzowski. Het was het enige Joodse echtpaar, dat in de Lange Nobelstraat in Zierikzee woonde. Haar man was veehandelaar en zij was winkelierster in manufacturen blijkens de in Amsterdam aanwezige persoonskaart. Mozes Salomon Frenk, de echtgenoot van ‘Mien’ is een broer van je grootvader.

Corrie Schot-de Regt herinnert zich dat ze haar in Amsterdam heeft opgezocht. Ze liepen samen door de stad: Wilhelmina met de Jodenster op hun jas. Behoorlijk riskant in het bezette Nederland. Wilhelmina ging in onderduik in Bennekom, op Algemeer 32. Ze werd verraden op 4 september 1943 en gedeporteerd naar Auschwitz, waar ze op 24 september 1943 werd vermoord. De persoon die haar verraadde, werd na de oorlog opgepakt en veroordeeld.

Haar man, Mozes Salomon Frenk, werd geboren op 30 januari 1897 in Zierikzee. Hij werd gedeporteerd naar Westerbork op 3 Juni 1943 en in Sobibor vermoord op 23 juli 1943.

Rotterdam, 30 oktober 2012

Tijdens onze vakantie in Nederland besloten mijn man Paul en ik om twee dagen naar Rotterdam te gaan, mijn geboortestad.

Voor onze ontmoeting met mevr. Corrie Schot-de Regt en haar familie hadden we een lunchafspraak met Simon Cohen. Om drie uur ‘s-middags kwamen mevr. Elly Lems, haar man en haar 90-jarige moeder erbij.

Zij waren vanuit Zierikzee gekomen en wilden ons graag ontmoeten en ze gaven ons de twee mezoezoth die Wilhelmina Frenk 70 jaar eerder aan haar gegeven had. Het was een geweldige ontmoeting. Mevr. Schot-de Regt probeerde zich alle gebeurtenissen van zo lang geleden te herinneren. Haar liefde en bewondering voor Wilhelmina Frenk was overduidelijk. Ze had zelfs een foto gevonden van Wilhelmina. Ze was regelmatig verhuisd en had altijd de foto en de mezoezoth meegenomen. Ze overhandigde ze aan me, het was een ontroerende en bijzondere middag.

Ruth Frenk heeft de mezoezoth overhandigd aan het Joods Historisch Museum. Daar maken ze vanaf 2013 deel uit van de collectie.

Toen Wilhelmina in 1942 gedwongen werd naar Amsterdam te verhuizen, ging zij wonen in de Vossiusstraat 14hs, bij haar broer Elias. Vandaar dook zij onder in Bennekom, Algemeer 32. Op 4 september 1943 werd echter verraden en alsnog gedeporteerd naar Auschwitz.

Haar man Mozes kwam in Amsterdam te wonen op de Muiderschans 87. Hij ging op 1 juni 1943 naar Westerbork en werd vandaar gedeporteerd naar Sobibor, waar hij op 13 juli 1943 werd vermoord.

Jan Kroesen

Wilhelmina Labzowski
Zierikzee, 22 november 1897
Auschwitz, 24 september 1943
Bereikte de leeftijd van 45 jaar

 

 

Laura Labzowski-Heuman, Betsy en Rosa Labzowski

Het gezin van Henoch Labzowski en Laura Heuman. Vlnr: Rosa, Laura, Betsy, Henoch en Clara.
Het gezin van Henoch Labzowski en Laura Heuman. Vlnr: Rosa, Laura, Betsy, Henoch en Clara.

02_IMG_0162

 

 

 

 

 

 

 

Havenpark 5

De familie Labzowski deed zijn intrede in Zeeland in de persoon van Jacob Labzowski (geboren 25 april 1869 te Deretchin, Litouwen). Via Vlissingen kwam hij in 1894 in Zierikzee. Daar trouwde hij in 1895 met de eveneens uit Litouwen afkomstige Betsy Bregman, geboren in Deretchin of Slonim. Samen vestigden zij zich in de Sint Domusstraat, waar zij een manufacturenwinkeltje begonnen.

Zierikzeesche Nieuwsbode 26-3-1895.

Zierikzeesche Nieuwsbode 26-3-1895.

Zierikzeesche Nieuwsbode 18-1-1896.
Zierikzeesche Nieuwsbode 18-1-1896.

 

 

 

Op 18 maart 1896 werd zoon Henoch geboren. Een jaar later kondigde zich een tweede baby aan en werd op 22 november 1897 hun dochter Wilhelmina geboren. Op 19 juli 1899 volgde dochter Fenny (overleden Auschwitz 22 oktober 1943), twee jaar later, op 8 juli 1901 zoon Isidoor (overleden Sobibor 16 juli 1943).

Henoch Labzowski, circa 1899. Joods Historisch Museum F009646.
Henoch Labzowski, circa 1899. Joods Historisch Museum F009646.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-9-1902.
Zierikzeesche Nieuwsbode 2-9-1902.

De manufacturenwinkel liep voorspoedig en in 1902 verhuisde de zaak naar de Oude Haven A330 (nu Havenpark 5). Na deze verhuizing volgden nog twee kinderen: Lion (geboren 26 augustus 1902, overleden Sobibor 16 april 1943) en Elias (geboren 8 oktober 1904, overleden Auschwitz 23 november 1943). Allen kregen een Joodse opvoeding, in 1909 werd Henoch bar mitswa.

Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-3-1909.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 19-3-1909.

Hun dochter Wilhelmina zou later trouwen met Mozes Salomon Frenk (zie Lange Nobelstraat 10). Hun oudste zoon Henoch verloofde zich in 1918 met Laura Heuman. Een klein jaar later, op 11 augustus 1919 trouwden zij in Nijmegen. Laura was in Gulpen geboren op 11 december 1894 als vijfde kind van Izaak Heuman en Rosa Landau. Haar jongere zuster Gisella Heuman zou een paar jaar later ook naar Zierikzee komen en met Jacob van Dijk trouwen (zie Sint-Domusstraat 17).

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 23-7-1919.
Zierikzeesche Nieuwsbode 23-7-1919.

1919 was niet alleen een heugelijk jaar. Op 26 december 1919 overleed Henochs moeder, Betsy Bregman. Jacob Labowski hertrouwde op 12 oktober 1920 in Amsterdam met Rebecca van Amerongen en verliet Zierikzee. Beiden zouden in Auschwitz sterven.

Henoch Labzowski en Laura Heuman waren in 1919 na hun huwelijk gaan wonen aan de Appelmarkt. Op nummer D364, tegenwoordig de nummers 10 en 12. Gezinsuitbreiding volgde snel. Op 29 juni 1920 werd hun dochter Betsy geboren, twee jaar later gevolgd door dochter Rosa, geboren op 14 oktober 1922. Een derde dochter, Clara Sara, werd geboren op 10 januari 1924. Na zijn vaders vertrek uit de stad had Henoch de manufacturenzaak overgenomen. Vandaar dat het gezin enige tijd later verhuisde naar het voormalig ouderlijk woonhuis op Oude Haven A330 (nu Havenpark 5).

 

Afb. 8
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-8-1921.
Havenpark rond 1920. Rechts de winkel van Labzowski. Foto Beeldbank Zierikzee.
Havenpark rond 1920. Rechts de winkel van Labzowski. Foto Beeldbank Zierikzee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Betsy, Clara en Rosa in 1925. Joods Historisch Museum F009648.
Betsy, Clara en Rosa in 1925. Joods Historisch Museum F009648.

Laura Labzowski-Heuman werkte mee in de zaak van haar man en droeg haar steentje bij om de winkel van de Labzowski’s een chique uitstraling te geven. Zo organiseerde zij van tijd tot tijd modeshows. Op de eerste verdieping werd confectie verkocht, op de begane grond de echt mooie kleding en andere luxe-artikelen. Clara Zilverberg-Labzowski vertelt daarover:

Wij woonden op de tweede verdieping. Er was een trap naar beneden, naar de eerste verdieping. Daar werd confectie verkocht. Daar mochten we als kinderen niet komen. Er was een knipje op de deur. Dat was net te hoog voor mij, ik kon er niet bij. Dus ik kon er ook niet komen.

Mijn moeder deed de inkoop vaak. Ze had ook af en toe modeshows. Ja, het was soms wel chique. Ik zie mijn vader nog voor me als hij advertenties voor de krant aan het maken was. Daar was hij veel mee bezig.

Laura deed voor de zaak ook zo af en toe de inkoop en omdat een reis naar Rotterdam vanuit Schouwen-Duiveland geen sinecure was en veel tijd vergde, nam ze dan vanuit Haamstede het vliegtuig naar vliegveld Waalhaven bij Rotterdam.

Laura Labzowski-Heuman op vliegveld Waalhaven 1936. Collectie mevr. C.S. Zilverberg-Labzowski.
Laura Labzowski-Heuman op vliegveld Waalhaven 1936. Collectie mevr. C.S. Zilverberg-Labzowski.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-8-1938.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-8-1938.

 

 

Betsy en Rosa bezochten de Openbare Lagere school in de Nieuwe Boogerdstraat, waar zij onder andere les kregen bij meester De Bree. Eens in de veertien dagen kregen zij op woensdagmiddag ook Joodse les. Clara Zilverberg-Labzowski: Ja, we kregen af en toe Joodse les. Ik had er niet veel zin in, hoor. Dan kwam er iemand uit Middelburg: meneer Gokkes. Om de 14 dagen. Op de woensdagmiddag! Dat vond ik niet zo leuk, ik was liever vrij.

 

. De drie zusjes Labzowski. Collectie mevr. C.S. Zilverberg-Labzowski.
. De drie zusjes Labzowski. Collectie mevr. C.S. Zilverberg-Labzowski.
Schoolfoto van Rosa genomen in mei 1937. Joods Historisch Museum F009654.
Schoolfoto van Rosa genomen in mei 1937. Joods Historisch Museum F009654.
De klas van Betsy circa 1927. Betsy is het meisje rechts van het midden met het matrozenkraagje. Joods Historisch Museum F009650.
De klas van Betsy circa 1927. Betsy is het meisje rechts van het midden met het matrozenkraagje. Joods Historisch Museum F009650.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Naast de verkoop van kledingstukken en aanverwante zaken, werden door de Labzowski’s ook andere bronnen van inkomsten beproefd. Soms met succes, zoals een agentschap voor het verven en stomen van kleding.

Zierikzeesche Nieuwsbode 14-9-1931.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-9-1931.
De winkel van Labzowski in 1940. Joods Historisch Museum F009654
De winkel van Labzowski in 1940. Joods Historisch Museum F009654

 

 

 

 

 

 

 

De meisjes Labzowski lieten zich vooral op sportief gebied gelden. Daarmee haalden ze in de jaren ’30 herhaaldelijk de krant. Moeder Laura zette zich in deze periode in voor de hulp aan Joodse vluchtelingen.

Zierikzeesche Nieuwsbode 22-8-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 22-8-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 30-11-1938.
Zierikzeesche Nieuwsbode 30-11-1938.
Het echtpaar Labzowski-Heuman in 1939. Joods Historisch Museum F007863.
Het echtpaar Labzowski-Heuman in 1939. Joods Historisch Museum F007863.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Nog in 1941 namen Betsy en Clara Labzowski in Dreischor deel aan atletiekwedstrijden die door de gymnastiekverenigingen Jong Dreischor en Olympia uit Zierikzee werden georganiseerd. Op de 80 meter hardlopen voor dames won Betsy de eerste prijs. Een eerste prijs won ze ook bij het verspringen eind augustus in Zierikzee. Hierbij haalde zij een afstand van 4.07 meter. Bij het kogelstoten werd ze toen tweede met 6.40 meter. Bij het hardlopen over 80 meter werd Betsy opnieuw eerste met een tijd van 11.9 sec. Haar zus Clara bezette de derde plaats met een tijd van 12.6 sec.

In 1942 werd de familie Labzowski gedwongen naar Amsterdam te gaan. Zij vonden als gezin woonruimte in de Biesboschstraat 40 II. Clara wist de oorlog te overleven door ondermeer in Zeist en Hollandsche Rading onder te duiken. Ook Henoch, Laura, Betsy en Rosa probeerden aan deportatie te ontkomen. Zij werden echter verraden. Op het moment van de inval was vader Henoch niet thuis. Hij was naar Den Haag gereisd om daar iemand te bezoeken en moest bij terugkomst constateren dat zijn vrouw Laura en dochters Rosa en Betsy waren opgepakt.

Vanuit Amsterdam was er in het begin nog wel contact met Zierikzee geweest. Rosa schreef zeer frequent aan haar vriendinnen in Zierikzee, vooral aan Dina Timmerman.

Rosa Labzowski in 1941. Joods Historisch Museum F 007861.
Rosa Labzowski in 1941. Joods Historisch Museum F 007861.

In haar brieven beschrijft ze hoe ze Zierikzee mist, dat ze werk vindt als hulp in de huishouding en later in een crèche aan de Plantage Middenlaan. De vriendinnen vragen elkaar om bonnen, kleding, voedsel en houden elkaar op de hoogte van nieuwtjes uit hun Zierikzeese kring. Rosa vertelt hoe ze in Amsterdam nieuwe kennissen maakt, en een vriendje, Appie (de Lara) krijgt. Haar vrije tijd spendeert ze met een vriendengroepje, dat wel wat jonger is dan zij. Ze maakt zich veel zorgen om haar moeder die ziek is en naar Westerbork wordt gestuurd. Wanneer ook haar vader en langzamerhand al haar kennissen zich hebben moeten melden voor transport, is ze zenuwachtig om ook als ‘gesperrde’ een oproep te ontvangen. Wanneer die inderdaad komt, schrijft ze haar laatste brief aan Dina, op de ochtend voor haar vertrek naar Westerbork:

Joods Historisch Museum, documentencollectie 00012140.
Joods Historisch Museum, documentencollectie 00012140.

[…] Het is nu maandagmiddag 2.30. Iesje belde me vanochtend. Of dat ik vanmiddag een oproep krijg. Ik moet dan morgen weg. Je kunt je voorstellen wat er op dit ogenblik in me omgaat. Ik kan gewoon niet meer. Ik hoorde dat Gerrit ook moet. Lieve Dina, onderaan deze brief zul je wel lezen of ik er een ontvangen heb of niet. Ik houd het bijna niet meer vol. Ik ben zo beroerd en vervelend. Ik moet nog zo veel doen maar mijn handen weigeren den dienst. Het is om gek te worden. Bracht God toch maar eens uitkomst. Ik heb het zo nodig. Zou ik je ooit nog terugzien? Ik ben er erg bang voor. Groet je alle vrienden en bekende, ook Ad nog van mij. Voor allen een vaarwel en hopend dat ik jullie allen nog eens mag terugzien.

Straks zal ik de brief eindigen.

Henoch keerde als enige van de familie op 6 december 1945 terug naar Zierikzee. Hij heropende de zaak op het Havenpark en hertrouwde op 24 december 1946 in Zierikzee met Sara Drukker. Hij overleed in 1975 op 78-jarige leeftijd en ligt begraven op Utrecht Daelwijck. Clara, die de oorlog eveneens overleefde, trouwde op 19 april 1948 met Jacques Zilverberg, een zoon van Mozes Zilverberg en Elisabeth ter Beek.

Betsy overleed op 12 maart 1945, in een subkamp van Buchenwald, Extern Kommando Raguhn bei Dessau, 14 km ten zuiden van Dessau (Sachsen-Anhalt). Sonderlager Raguhn was een barakkenkamp waar mensen dwangarbeid moesten verrichten bij Heerbrandt Werke, een fabriek voor vliegtuigonderdelen (Junkers) en een stanserij. Het kamp was in bedrijf van september 1944 tot maart 1945. Ongeveer 250 Joodse vrouwen van verschillende nationaliteiten zaten hier gevangen. Rosa en haar moeder Laura waren al eerder, in 1943 in Auschwitz vermoord.

Jan Kroesen

Laura Labzowski-Heuman
Gulpen, 11 december 1894
Sobibor, 5 maart 1943
Bereikte de leeftijd van 48 jaar

Betsy Labzowski
Zierikzee, 29 juni 1920
Extern Kommando Raghun, 12 maart 1945
Bereikte de leeftijd van 24 jaar

Rosa Labzowski
Zierikzee, 14 oktober 1922
Auschwitz, 3 september 1943
Bereikte de leeftijd van 20 jaar

Bronnen
Joods Historisch Museum Documentencollectie 00012140
Nieuw Israëlitisch Weekblad
Zierikzeesche Nieuwsbode

Abraham, Selma en Adolph Abraham Wilkens

10_IMG_0102Breedstraat 10

 

 

 

 

 

Abraham Wilkens. Coll. M. de Ruiter.
Abraham Wilkens. Coll. M. de Ruiter.

Abraham Wilkens werd geboren op 28 oktober 1874 als oudste zoon in een gezin van vijf kinderen. Zijn ouders waren Izaak Wilkens (geboren Den Haag 9 oktober 1841) en Lena Frenk (geboren Zierikzee 4 november 1841). Hoewel Abraham in Den Haag geboren was, kwam hij al op zesjarige leeftijd naar Zierikzee. Hier trok hij in bij zijn moeders zusje, Maria Frenk, die met haar drie kinderen in de Maarstraat 15 woonde (zie aldaar). Twintig jaar later keerde Abraham op 20 maart 1900 voor korte tijd terug naar Den Haag. Na zijn huwelijk met Regina Gras (geboren Bastheimden 29 november 1872 als dochter van Joël Gras en Sara Wollmann) op 24 augustus 1903 in Gulpen (L.) keerde hij terug. Samen gingen zij in Zierikzee in de Sint Domusstraat wonen, waar Abraham als vleeshouwer een zaak begon.

Abraham Wilkens en Regina Gras. Collectie A.M. Wilkens.
Abraham Wilkens en Regina Gras. Collectie A.M. Wilkens.

Uit dit huwelijk werden vijf kinderen geboren: Selma, Izaak Abraham (zie Hofferstraat 38), Lena, Herman Abraham en Adolph Abraham. Selma was hun oudste kind (geboren 7 juni 1904), Adolph Abraham de jongste (geboren 28 november 1914). Izaak Abraham werd geboren op 19 juni 1905, dochter Lena op 19 september 1906. Het vierde kind, Herman Abraham, werd op 15 oktober 1910 geboren.
Al voor zijn huwelijk, toen hij nog bij zijn tante Maria Frenk inwoonde, was Abraham Wilkens een slagerswinkel begonnen. In 1896 vroeg hij de gemeente Zierikzee toestemming het pand aan de Maarstraat 15 te mogen inrichten voor de verkoop van vlees. Met hulp van zijn tante, nicht en neven begon hij in het voorvertrek van het huis een slagerswinkel. Na zijn huwelijk keerde hij hier niet terug, maar begon een slagerij in de Sint Domusstraat 42 (toen C143).

Abraham deed op slagersgebied goed van zich horen, getuige de vele advertenties om de aandacht te vestigen op de slagerij in de Sint Domusstraat. Zierikzeesche Nieuwsbode 19-7-1904.
Abraham deed op slagersgebied goed van zich horen, getuige de vele advertenties om de aandacht te vestigen op de slagerij in de Sint Domusstraat.
Zierikzeesche Nieuwsbode 19-7-1904.
Zierikzeesche Nieuwsbode 8-1-1917.
Zierikzeesche Nieuwsbode 8-1-1917.

 

 

 

 

 

 

Later zou hij met zijn gezin in de Breedstraat 10 (toen C562) gaan wonen. De familie Wilkens was in Zierikzee bekend om zijn slagerijen. Zowel Abraham als zijn zoon Izaak waren vleeshouwer van beroep. Toen collega slager en neef Abraham Simon Frenk, die de slagerij in de Maarstraat bestierde, overleed, nam Abraham Wilkens een aantal jaren later ook die zaak over.

Zierikzeesche Nieuwsbode 11-4-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 11-4-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 11-4-1932.
De slagerij aan Maarstraat 15 in de jaren ’30. Grootvader Abraham Wilkens trekt aan het touw, zoon Izaak staat in het midden tussen de koeien. Dochter Selma staat rechtsachter. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
De slagerij aan Maarstraat 15 in de jaren ’30. Grootvader Abraham Wilkens trekt aan het touw, zoon Izaak staat in het midden tussen de koeien. Dochter Selma staat rechtsachter. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.

In 1937 was Abraham 63 jaar oud. Blijkbaar was het voor hem tijd om zijn – niet koosjere – slagerijen in de Maarstraat en de Sint Domusstraat, waar varkensvlees en spek verkocht werden, over te dragen aan zijn zoon Izaak. Deze was inmiddels getrouwd en woonde in de Hofferstraat 38 (zie aldaar).

Zierikzeesche Nieuwsbode 14-6-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-6-1937.

Enkele jaren eerder, in 1933, hadden Abraham en Regina hun 30-jarig huwelijk gevierd. Zij woonden toen in de Breedstraat.

Nederlands Israëlitisch Weekblad 25-8-1933.
Nederlands Israëlitisch Weekblad 25-8-1933.
Breedstraat 10. Uit: Zierikzee zoals het was, dl. 4, afb. 58.
Breedstraat 10. Uit: Zierikzee zoals het was, dl. 4, afb. 58.

Hun kinderen hadden toen al deels het ouderlijk huis verlaten. Dochter Lena was op 28 augustus 1924 naar Schiedam vertrokken, waar zij als winkeljuffrouw ging werken. Zij woonde daar in bij de familie Goldsmit op de Bilderdijkstraat 52b, maar verhuisde op 27 oktober 1926 naar de Hoogstraat 113, waar zij inwoonde bij de familie Lafeber. Op 25 januari 1933 trouwde zij met de 30-jarige Jan de Ruiter, zoon van Jan de Ruiter en Maria Lammerse. Deze was kapper en sinds 1925 eigenaar van een kapperszaak in de Lange Kerkstraat 15 in Schiedam (nu Land van Belofte 13). Jan de Ruiter overleed op 23 februari 1963. Lena was toen nog in leven. Het feit dat Lena niet joods getrouwd was, is vermoedelijk de reden dat zij de oorlog overleefde.

Lena en haar broer Dolf? Coll. A.M. Wilkens.
Lena en haar broer Dolf? Coll. A.M. Wilkens.
Herman Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.
Herman Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.

Zoon Herman was naar Voorburg gegaan, keerde terug naar Zierikzee, maar verhuisde daarna toch weer naar Amsterdam waar hij op 13 januari 1932 met Maria Theresia Theodora Stuster trouwde. Zijn zoon Bram (A.M. Wilkens) vertelde hier tijdens een interview het volgende over: Ik weet niet waarom m’n vader in Voorburg heeft gezeten. Hij is weer naar Zierikzee gekomen en heeft het waarschijnlijk niet kunnen verwerken en toen is hij naar Amsterdam gegaan. Hij was kapper. Hij zal het vak ergens geleerd hebben.

Herman Abraham en zijn echtgenote woonden in Amsterdam op diverse adressen, op 12 juli 1939 woonden ze in de Tweede Jan van der Heijdenstraat 47 III. Samen kregen zij twee kinderen: Hans (geboren op 23 april 1932) en Abraham Maria (geboren op 7 september 1936). In de oorlog werd er nog een zoon Hendrikus Johannes Maria (geboren 28 juni 1943) en na de oorlog nog een dochter Margaretha Regina Selma Maria (geboren 1 december 1946). Later, in 1964, is Herman gescheiden en in hetzelfde jaar hertrouwd met Helena Wilhelmina Hendriks. Herman heeft de oorlog samen met zijn gezin overleefd, dankzij het feit dat hij katholiek geworden was en gemengd gehuwd was, hoewel zij wel werden opgepakt.

Bram (A.M.) Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.
Bram (A.M.) Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.
Maria Theresia Theodora Stuster. Coll. A.M. Wilkens.
Maria Theresia Theodora Stuster. Coll. A.M. Wilkens.

Zoon Bram wist daar het volgende over te vertellen: We hebben met het gezin in de Hollandsche Schouwburg gezeten voor op transport te gaan, m’n vader, m’n moeder, ikzelf en m’n andere broer. We hebben er 2 dagen en 2 nachten gezeten. We kregen er wel eten. Ik heb daar met andere kinderen wel gespeeld. Als kind van, hoe oud was ik, 7 jaar, dan begrijp je helemaal niet wat er aan de hand is. Je zit daar in zo’n theater, je kreeg er ook wel eten en je ziet allerlei mensen binnenkomen. Ik zie nog een dikke Duitser die op het podium klom, om stilte vroeg en dan riep hij namen af van de mensen die naar buiten moesten. Buiten stonden overvalwagens die ze naar het Amstelstation brachten waar ze dan naar Westerbork gingen. Ik heb nonnetjes gezien, paters heb ik gezien, ik heb er van alles gezien, kinderen. Nou ja, op een gegeven moment word je omgeroepen en pak je je speelgoed en ik weet niet wat, we hadden alleen maar een tasje bij ons, want alles moesten we achterlaten en dan ga je naar de ingang en dan zegt er zo’n k….z.., die achter zo’n desk zit, een Duitser, die zegt, je mag naar huis. Nou dat is heel raar. Maar dat is gekomen doordat, dat ik hier nog zit, dat komt omdat m’n moeder katholiek was, ze waren gemengd gehuwd. We waren christelijk opgevoed, katholiek gedoopt en zo. Dat zijn natuurlijk allemaal dingen die meegespeeld hebben. We zijn naar huis gegaan en m’n vader is gelijk gaan onderduiken. Na de oorlog is hij weer boven water gekomen: had hij aan de overkant van de straat ondergedoken gezeten; hij zag ons elke dag!
Over de oorlogstijd wist hij zich het volgende te herinneren:

In Amsterdam was het een verschrikkelijke tijd. Je lag als gezin uit elkaar. Je had een vader die met een ster op liep. Hij was al een paar keer opgepakt, dan moest hij in Schiphol gaan werken. M’n moeder, ja: er was geen eten, niets. Maar soms kwam m’n vader ’s avonds en waar hij het vandaan had, … kwam hij met een kat! En dan slachtte hij die; kattenvlees smaakt als kip, hoor. Ik was een dierenliefhebber, dus die kat mocht die nacht bij mij in bed. Maar de volgende morgen: m’n vader was kapper, dus die had een heel scherp scheermes, dus, in de keuken …. Ik heb het wel gegeten. Er was anders niks. We waren zo arm, dat m’n broer en ik, we gingen huis aan huis aanbellen, je had geen schoenen meer, je liep op je blote voeten en je bedelde om aardappelschillen. Je zag de mensen doodvallen op straat. In de Sarphatistraat lag het vuil meters hoog opgestapeld. Je kon er bijna niet meer in. Het vuil werd niet meer opgehaald.

Je hebt eigenlijk geen jeugd gehad, hè. Je ging niet naar school en op straat werd je gediscrimineerd. Als kind zijnde, wist je veel: ‘Je vader is een jood, je vader is een jood’, riepen ze. Je beseft het op dat moment niet, maar later ga je denken. Natuurlijk heeft niet iedereen zo geleefd, dat je zo beperkt was, maar toch …

Mijn moeder moest overal voor zorgen. Bijvoorbeeld: in de Van Woustraat liep de tram en daar waren allemaal van die houten blokjes, die lagen tussen de tramrails. Nou, huppakee, ’s morgens vroeg ging ze die halen, dan konden we die in ’t potkacheltje doen. En ja, dan werd ze gearresteerd, heeft ze twee dagen in het politiebureau gezeten en dan wist je niet waar je moeder was. Je vader was er niet, was vaak weg. Wat hij deed, wist ik niet.

Op een dag was er geen hout meer. En ik vergeet het nooit meer. Ik ben toen samen met m’n broer naar de Portugese synagoge gegaan, ben daar naar binnen gegaan en heb daar planken uit de vloer gesloopt. Dat gebouw lieten ze voor wat het was, wonderlijk, hè? En dan liepen we met dat hout weer naar huis en dan hadden we weer wat voor het potkacheltje. We zijn ook in andere huizen geweest, leegstaande huizen, misschien van Joodse mensen. Ja, je gaat op de roof. Op de Amstel lagen bijvoorbeeld schepen, barstensvol met aardappelen. Je had zelf niet te eten, er was helemaal niks. Dat werd in zakken gedaan, stonden Duitsers bij, hè, en dat werd dan op een vrachtauto geladen en je had een zakmes en een tas eronder (zo …) en je had een tas vol met aardappelen … Je was op die leeftijd al zelfstandig. Dat heeft je voor de rest van je leven gevormd.

We woonden in de Tweede Jan van der Heijdenstraat, bij de Van Woustraat, bij de Ceintuurbaan, de Valeriusstraat, bij de Albert Cuypstraat, zeg maar. Daar heeft zich van alles afgespeeld met die Duitsers. Het was een buurt, het was eigenlijk het Joodse gedeelte van Amsterdam, daar woonden voor de oorlog de meeste Joden. Er zijn bij ons in de straat en al die andere straten zo veel Joden weggehaald, ongelooflijk veel; mannen, vrouwen, kindertjes, ze namen alles mee …

Dan is het in Zierikzee (hier, waar ik nu woon), nog redelijk geweest. Er is hier ook weinig gebrek geweest, hoewel het geen vetpot was. Je had hier de boeren, natuurlijk. Mijn moeder is trouwens ook wel op de fiets, over de Amstelbrug, gegaan en dan langs de boer.

Mijn oudste broer is intussen overleden. Die was van 1932 (ik ben van ’36). Ik heb nog een zus van 1946, die heeft de oorlog dus niet meegemaakt en ik heb een broer uit 1943, een oorlogskindje dus, maar die heeft dat ook niet bewust meegemaakt, hij was 2 jaar toen de oorlog afgelopen was. Hoe is het mogelijk dat als je in zo’n situatie zit, die zo explosief is, dat je dan nog kinderen ging maken!
Net als zijn zuster Lena overleefde Herman Wilkens de oorlog. Hij stierf op 1 oktober 1967 te Amsterdam.

Breedstraat 10 in 2016. Foto J. Kroesen.
Breedstraat 10 in 2016. Foto J. Kroesen.

Zierikzee

Toen de oorlog uitbrak, woonden hun ouders, Abraham en Regina Wilkens met dochter Selma en zoon Dolf nog in Zierikzee op Breedstraat 10 (toen Breestraat C 562). Regina zijn de verschrikkingen van de oorlog bespaard gebleven. Zij overleed op 16 december 1941 in Zierikzee en ligt daar begraven op de Joodse begraafplaats.

 

De Joodse begraafplaats in Zierikzee met de grafsteen van Regina Gras. Foto J. Kroesen.
De Joodse begraafplaats in Zierikzee met de grafsteen van Regina Gras. Foto J. Kroesen.
De Joodse begraafplaats in Zierikzee met de grafsteen van Regina Gras. Foto J. Kroesen.
De Joodse begraafplaats in Zierikzee met de grafsteen van Regina Gras. Foto J. Kroesen.

 

 

 

 

 

 

 

Abraham, Selma en Adolph moesten in 1942 gedwongen naar Amsterdam verhuizen. Abraham ging inwonen bij zijn zoon Herman in de Tweede Jan van der Heijdenstraat 47 III. Bram Wilkens over de gedwongen verhuizing vanuit Zierikzee naar Amsterdam: Ze zeiden, jullie moeten allemaal hier Zeeland uit naar Amsterdam en dan was het de bedoeling dat ze naar het getto zouden gaan. Je moest het zelf maar uitzoeken. Als je niets had, een huis, om te huren, ja, dan moest je naar de Joodse wijk.
Ook Selma ging naar Amsterdam. Waar zij onderdak vond, is niet achterhaald. Neef Bram: Selma is ook naar Amsterdam gegaan. Ze woonde niet bij ons. Ik heb haar wel ontmoet. Ze kwam dan met m’n vader praten, natuurlijk, het was een angstige tijd. Ik weet niet waar ze terecht kwam.

Dolf en Herman Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.
Dolf en Herman Wilkens. Coll. A.M. Wilkens.

Zoon Dolf was naar Den Haag gegaan, waar hij woonde op de Neuhuyskade 94. Toen ook hij naar Amsterdam moest, kwam hij daar terecht in de Rapenburgstraat 52hs. Bram Wilkens: Dolf was naar Den Haag gegaan. Hij kreeg daar verkering, is ondergedoken. Zij werd gearresteerd en de SD heeft haar gedwongen te vertellen waar hij ondergedoken zat. Als je daarmee te maken had, met de SD. Hij had z’n haar geblondeerd en zo. Hij was nog erg jong, 29 geloof ik. En zo is iedereen ellendig aan z’n eind gekomen. Zowel Selma als Dolf werden uiteindelijk gedeporteerd.

Vader Abraham Wilkens werd op 12 juli 1943 opgepakt en gedeporteerd: Opa Abraham is toen hij in Amsterdam kwam, een poosje bij ons komen wonen. Je moest je eerst bij de Joodse Raad melden waar je ging wonen. Ik herinner me niet veel van hem, het leek me een hele oude man, in het zwart gekleed, wat ze dan noemen ouderwets. Hij heeft me eens een klap voor m’n kop gegeven, omdat ik met de ijverig gespaarde bruine bonen zat te spelen. Tja, dat mocht niet. En verder: hij was vaak weg, m’n vader natuurlijk ook, wat ze deden weet ik niet. … Hij had een groot kleed, wit met zwart, met een heleboel knopen, dat had hij meegenomen toen hij verplicht was om naar Amsterdam te gaan. Ik weet nog dat hij het in huis had bij ons. Hij heeft vergeten het mee te nemen toen hij opgehaald werd. … Ik zie nog voor me hoe hij weggehaald is. Er kwam een Nederlander met een zwarte leren jas en een SS-er met een hoop lawaai boven. Ze moesten Abraham Wilkens hebben. Ze kijken in de voorkamer en in de achterkamer. Toen zei die Duitser, nou klaar, dan gaan we weer, maar toen zei die Nederlander, wat is daar. Hij bedoelde het zijkamertje. Het was maar een klein huisje hoor, een voorkamer, een zijkamertje en een achterkamer. Maar in die zijkamer lag m’n opa. Nou, aankleden en mee. We hebben nog voor het raam gestaan toen hij in de overvalwagen stapte. Nou, dat is het laatste wat ik van hem gezien heb …

Jan Kroesen

Abraham Wilkens
’s-Gravenhage, 28 oktober 1874
Auschwitz, 5 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 68 jaar

Selma Wilkens
Zierikzee, 7 juni 1904
Sobibor, 2 juli 1943
Bereikte de leeftijd van 39 jaar

Adolph Abraham Wilkens
Zierikzee, 28 november 1914
Polen, 31 maart 1944
Bereikte de leeftijd van 29 jaar

Izaak Abraham Wilkens, Estella Lina Wilkens-Israëls en Bertha Regina Wilkens

09_IMG_0089Hofferstraat 38

 

 

 

 

 

Izaak Wilkens fietsend op de Oude Haven in Zierikzee ca 1935. Collectie A.M. Wilkens.
Izaak Wilkens fietsend op de Oude Haven in Zierikzee ca 1935. Collectie A.M. Wilkens.
. Stella Israëls in december 1925. Collectie B. Israëls.
. Stella Israëls in december 1925. Collectie B. Israëls.
Bertha Regina Wilkens. Collectie B. Israëls.
Bertha Regina Wilkens. Collectie B. Israëls.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Izaak Abraham (Ies) Wilkens werd op 19 juni 1905 in Zierikzee geboren als oudste zoon van Abraham Wilkens en Regina Gras. Hij trouwde op 20 maart 1934 in Winschoten met Estella Lina (Stella) Israëls, geboren in Sappemeer op 17 april 1907 als dochter van Jozef Israëls en Bertha Bath Sebah Cohen. Hun dochter Bertha Regina werd op 13 augustus 1936 geboren.

Het bruidspaar Izaak Abraham Wilkens en Estella Lina Israëls. Collectie B. Israëls.
Het bruidspaar Izaak Abraham Wilkens en Estella Lina Israëls. Collectie B. Israëls.
. Zierikzeesche Nieuwsbode 28-3-1934.
Zierikzeesche Nieuwsbode 28-3-1934.

Izaak en Stella woonden eerst op Havenplein 14 (toen Oude Haven D376), maar verhuisden in het najaar van 1934 naar Hofferstraat 38 (toen Hofferplein B 151). Daar werd op in augustus 1936 hun dochter Bertha Regina geboren.

 

 

 

 

Het Hofferplein circa 1930. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Het Hofferplein circa 1930. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Hofferstraat 38 in 2016. Foto Jan Kroesen.
Hofferstraat 38 in 2016. Foto Jan Kroesen.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-8-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-8-1936.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Net als zijn vader was Izaak vleeshouwer van beroep. In eerste instantie werkte hij bij zijn vader in de zaak, in 1937 nam hij de leiding over het bedrijf met winkels in de Sint Domusstraat en de Maarstraat van hem over. De laatste winkel werd bij die gelegenheid gemoderniseerd en kreeg toen voor het eerst een koelcel.

Zierikzeesche Nieuwsbode 14-6-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-6-1937.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-1-1939.
Zierikzeesche Nieuwsbode 17-1-1939.
Maarstraat 15 in de jaren ’30. Grootvader Abraham Wilkens trekt aan het touw, zoon Izaak staat in het midden tussen de koeien. Dochter Selma staat rechts achter. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Maarstraat 15 in de jaren ’30. Grootvader Abraham Wilkens trekt aan het touw, zoon Izaak staat in het midden tussen de koeien. Dochter Selma staat rechts achter. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.

Izaak, Stella en Bertha Wilkens werden in maart 1942 gedwongen Zierikzee te verlaten en naar Amsterdam te gaan. Een boekje met een opschrift ter nagedachtenis aan het wegvoeren van de toen vijfjarige Bertha getiteld Het avontuur van Kobus Knabbel werd jaren later teruggevonden.

De Avonturen van Kobus Knabbel, een jeugdboek uit 1941/1942. Auteur: El Pintor, pseudoniem voor het kunstenaarsechtpaar Anna (Galinka) Ehrenfest (1910-1979) en Jacob Kloot (1916-1943). Collectie A.M. Wilkens.
De Avonturen van Kobus Knabbel, een jeugdboek uit 1941/1942. Auteur: El Pintor, pseudoniem voor het kunstenaarsechtpaar Anna (Galinka) Ehrenfest (1910-1979) en Jacob Kloot (1916-1943). Collectie A.M. Wilkens.

A.M. Wilkens (Bram), een zoon van Izaak’s broer Herman, vertelde hier tijdens een interview het volgende over:
Dit is eigenlijk een wonder. Want wat is er gebeurd. Dat verhaal van het Avontuur van Kobus Knabbel is van m’n nichtje Bertha, die met haar vader(Izaak) en moeder (Estella) in Amsterdam was – ze hebben zichzelf aangegeven omdat ze dachten dat ze naar een werkkamp in Polen gingen; ze hebben nog afscheid genomen, ik kan het nog helemaal voor me halen, ze was net zo oud als ik – dat verhaal van Kobus Knabbel, een soort sprookje, dat heeft zo’n 70 jaar op een opslagzolder van het Leger des Heils gelegen. Er staat iets achterop geschreven: ter nagedachtenis aan Bertha Wilkens, adres zo en zo in Zierikzee, dat ze weggehaald zijn. Het is in Amsterdam gevonden, het is misschien per ongeluk achtergebleven. Ergens terechtgekomen, ik weet niet waar en via via bij het Leger des Heils; toen ze daar een paar jaar geleden die zolder opruimden is er daar iemand zo clever geweest, die het opgestuurd heeft naar het gemeentearchief van Zierikzee. …
 
In Amsterdam besloten Ies en Stella zich vrijwillig aan te melden voor transport naar een werkkamp in Duitsland. Ook dit wist Bram Wilkens zich nog goed te herinneren:

Ik zie ze nog voor ons staan aan de Churchill-laan. Ze zeiden, we gaan misschien een beter leven tegemoet als we naar Duitsland of Polen gaan. Zo hebben we afscheid genomen. Mijn moeder had nog warme dingen voor ze gemaakt, warme sloffen en handschoenen en zo. Mijn vader had ook nog wel het idee om ze op te volgen om ons ook aan te geven. Maar daar is op een of andere manier niets van gekomen, waarschijnlijk omdat hij in de gaten kreeg wat er aan de hand was.

Jan Kroesen

Izaak Abraham Wilkens
Zierikzee, 19 mei 1905
Sobibor, 28 mei 1943
Bereikte de leeftijd van 38 jaar

Estella Lina Wilkens-Israëls
Sappemeer, 17 april 1907
Sobibor, 28 mei 1943
Bereikte de leeftijd van 36 jaar

Bertha Regina Wilkens
Zierikzee, 13 augustus 1936
Sobibor, 28 mei 1943
Bereikte de leeftijd van 6 jaar

Betje Frenk

07_IMG_0041Maarstraat 15

Betje Frenk werd geboren in Zierikzee op 6 februari 1859. Zij was het oudste kind van Maria Abraham (geboren op 2 januari 1835 in Zierikzee, als dochter van Abraham Marcus Frenk en Sara Mozes Cohen) en Simon Frenk (geboren op 9 maart 1816, als zoon van Levi Marcus Frenk en Elisabeth Simonet). Het echtpaar Frenk-Abraham trouwde op 21 april 1858 en kreeg na Betje nog twee zonen: Abraham Simon, geboren 5 februari 1860 en Lion, geboren 31 maart 1861. De laatste zou zijn vader nooit leren kennen, Simon Frenk overleed een half jaar na Lions geboorte op 27 september 1861.
Maria, die als koopvrouw de kost verdiende, ging op 1 februari 1862 met haar drie kinderen in de Korte Sint Jansstraat 22 wonen. Later verhuisden zij naar Meelstraat 24 en via Poststraat 22 tenslotte naar Maarstraat 15 (toen B 378), hoek Beddeweeg. In oktober 1880 werd op dat adres ook hun zesjarig neefje Abraham Wilkens (geboren 28 oktober 1874 in Den Haag) ingeschreven (zie ook Breedstraat 10).
Het was deze Abraham Wilkens, die in 1896 de gemeente toestemming vroeg het pand aan de Maarstraat 15 te mogen inrichten voor de verkoop van vlees. Met hulp van zijn tante, nicht en neven begon hij in het voorvertrek van het huis een slagerswinkel.

De Maarstraat in 1900. De slagerij is het laatste pand achteraan op de hoek.
De Maarstraat in 1900. De slagerij is het laatste pand achteraan op de hoek.

In 1900 keerde Abraham Wilkens terug naar Den Haag, waar hij enkele jaren bleef. In deze periode trouwde hij met Regina Gras. Spoedig kwam hij echter terug naar Zierikzee, waar hij in de Sint Domusstraat voor zichzelf begon. Zijn tante, die in 1904 overleed, bestierde in deze jaren samen met haar kinderen de winkel in de Maarstraat. Abraham Simon werkte als schapenslachter, Lion als slagersknecht en koopman in huiden en vellen.

 

 

Zierikzeesche Nieuwsbode 14-7-1908.
Zierikzeesche Nieuwsbode 14-7-1908.
Zierikzeesche Nieuwsbode 18-1-1900.
Zierikzeesche Nieuwsbode 18-1-1900.

 

 

 

 

 

 

Na het overlijden van hun moeder zetten de kinderen de zaak voort, zoals zij dat ook na de dood van Abraham Simon in 1925 deden.

Pas in 1932 zagen Betje en Lion zich genoodzaakt de winkel over te doen aan hun neef Abraham Wilkens. Betje was toen 73, Lion 71 jaar oud. Beiden bleven wel in de Maarstraat wonen.

Maarstraat 15 in de jaren ’30. Rechts Abraham Wilkens en dochter Selma. In het midden zoon Izaak Abraham Wilkens. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Maarstraat 15 in de jaren ’30. Rechts Abraham Wilkens en dochter Selma. In het midden zoon Izaak Abraham Wilkens. Beeldbank Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Zierikzeesche Nieuwsbode 11-4-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 11-4-1932.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 2 juni 1940 bleef Betje op 81-jarige leeftijd hier alleen achter. Lion was op 79-jarige leeftijd overleden. Net als de andere Joodse inwoners van Zierikzee werd zij in het voorjaar van 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen, waar zij onderdak vond in de Plantage Franschelaan 11a hs (tegenwoordig Henri Polaklaan). Op 12 juli 1943 werd zij vanuit Amsterdam gedeporteerd.

Haar woning in de Maarstraat werd na de oorlog samen met een aantal belendende panden gesloopt. De fundamenten waren aanleiding tot uitgebreid archeologisch onderzoek. Het Maarstraatje was immers een van de oudste straatjes van Zierikzee, gelegen vlak naast het monumentale stadhuis. De open gekomen ruimte werd eerst opgevuld met een parkeerplaatsje. Later is er sierbestrating aangebracht, waarbij de contouren van de vroegere huizen zichtbaar zijn gemaakt. De ruimte op het pleintje wordt nu benut door de plaatselijke horeca.

Maarstraat, hoek Beddeweeg, in 2016. Foto J. Kroesen.
Maarstraat, hoek Beddeweeg, in 2016. Foto J. Kroesen.

Jan Kroesen

 

 

 

 

 

 

Betje Frenk
Zierikzee, 6 februari 1859
Sobibor, 23 april 1943
Bereikte de leeftijd van 84 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Bevolkingsregisters
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeentearchief Zierikzee, Bouwvergunningen 1896/183
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Gemeentepolitie Zierikzee 1852-1958, inv.nr. 40/116

Krantenbank Zeeuwse Bibliotheek

 

Jacob van Dijk, Gisella van Dijk-Heuman, Susanne, Isidor, Rosa, Jozef en Frits van Dijk

05_IMG_0267Sint Domusstraat 17

Jacob van Dijk werd geboren in Oss op 30 oktober 1896. Hij was het vierde kind van Jozef van Dijk (geboren Alem 29 juni 1857, overleden Zutphen 12 april 1934) en Susanna (Shoshanna Esther) Cohen (geboren 28 oktober 1860 te Velp(Rheden), vermoord Auschwitz 25 januari 1943). Voor zijn moeder is in Zutphen een struikelsteen geplaatst. Na een kort verblijf van maart 1913 tot februari 1914 in Hoogeveen – vermoedelijk voor de vervulling van de militaire dienstplicht – kwam Jacob naar Zierikzee. Daar woonde hij in 1921 op de Oude Haven A330 Noordzijde in bij de familie Labzowski. In het huisregister van Zierikzee wordt hij reiziger in manufacturen genoemd. Misschien heeft hij daar zijn toekomstige vrouw Giselle Heuman, een zuster van de vrouw des huizes, leren kennen.

Gisella Heuman, geboren in Gulpen op 8 februari 1898, was de jongste dochter uit het gezin van zeven kinderen van Izaak Heuman (geboren Gulpen 31 juli 1850, overleden Nijmegen 27 augustus 1926) en Rosa Landau. Een van haar zusjes was Laura Heuman (geboren Gulpen 11 december 1894), die in 1919 getrouwd was met Henoch Labzowski en in Zierikzee op de Oude Haven was gaan wonen (zie Havenpark 5). Jacob van Dijk en Gisella Heuman trouwden op 6 september 1922 in Nijmegen. Henoch Labzowski was bij dit huwelijk getuige.

Nieuw Israëlitisch Weekblad 8-9-1922.
Nieuw Israëlitisch Weekblad 8-9-1922.

Jacob vestigde zich samen met zijn vrouw Gisella op 15 september 1922 in Oss, eerst in de Molenstraat 33 en later op Heuvel 10. Op 27 oktober 1926 vertrokken zij met hun toen nog jonge gezin naar Zierikzee. Tussen 1922 en 1926 hadden zij in Oss drie kinderen gekregen: Susanne (Suusje) geboren 5 december 1923, Isidor (Iesje) geboren 18 februari 1925 en Rosa geboren 24 september 1926. Als beroep van Jacob werd genoteerd manufacturier, maar dat zou later kleermaker worden en blijven.

Zierikzeesche Nieuwsbode 1-2-1929.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-2-1929.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-6-1928.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-6-1928.

 

 

 

 

 

 

Na hun verhuizing naar Zierikzee woonden zij eerst in Groeneweegje 1 (toen ’s Heer Lauwensdorp D572), vervolgens in de Sint Domusstraat 15 (toen D345a) en tenslotte in de Sint Domusstraat 17 (toen D344). In deze jaren kregen Jacob en Gisella nog twee kinderen: Jozef Victor (Johnny) geboren 4 maart 1930 en Frits Leo (Fritsje) geboren 4 november 1935.

Sint Domusstraat 17 in 2016. Foto J. Kroesen.
Sint Domusstraat 17 in 2016. Foto J. Kroesen.

Een aantal fragmenten uit een boekje geschreven door Bas Legemate over de Koolweg en omgeving geeft een beeld van kleermaker Van Dijk:

Op donderdag, de marktdag gaat opa Legemate graag naar Zierikzee. Hij rijdt dan mee met een soort bodedienst om wat boter en eieren aan diverse particuliere klantjes te verkopen. Ook laat opa zich dan scheren bij kapper Verkaart. Op zaterdag scheert hij zich thuis. Kapper Verkaart is ook kleermaker. Hij werkt eenvoudig en zet bijvoorbeeld wel een mouw scheef in een pak. Op den duur verliest Verkaart een paar klanten aan Van Dijk, een kleine joodse man en een betere kleermaker. Zo ook de zoons van opa Legemate. Van Dijk woont in de Sint Domusstraat in Zierikzee en als hij een pak heeft gemaakt, komt hij die helemaal op de fiets naar de Brasweg brengen.

Van Dijk gaat met een zekere regelmaat naar de Christelijke Gereformeerde Kerk in Zierikzee, tot en met enkele jaren voor de oorlog. Hij praat hier altijd over als hij naar de Brasweg komt. Hij is opgewekt, vrolijk en vriendelijk en niet los van het christelijk geloof. Hij zegt bij een bezoek aan opa: ‘ik ben christelijk niet ver, niet verder dan een klein stukje van mijn vinger.’ Daarbij vat hij met zijn ene hand het uiterste stukje van een vinger aan de andere hand.

Wanneer oom Bas dit vertelt geniet hij nog na van deze gesprekken. Mede door Van Dijks regelmatige gang naar de kerk verliest Verkaart op den duur klanten aan Van Dijk.

In de oorlog is het trouwens droevig afgelopen met de joodse familie Van Dijk. De kinderen uit het gezin Van Dijk gingen bij ons op de Christelijke Lagere school. Johnny van Dijk was klein van stuk en ziet er altijd piekfijn uit met pofbroek (wat mode is) en bijbehorend jasje. Ik denk omdat zijn vader kleermaker is. Hij zit in de vierde klas en Roosje, een zusje zit een of twee klassen hoger. Op een dag zit Johnny niet meer in de klas. Dat blijft me mijn hele leven bij, met alle vragen van dien.

Zierikzeesche Nieuwsbode 26-8-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 26-8-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1935.
Zierikzeesche Nieuwsbode 1-1-1935.
Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1935.
Zierikzeesche Nieuwsbode 22-3-1935.
Zierikzeesche Nieuwsbode 31-3-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 31-3-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 21-4-1939.
Zierikzeesche Nieuwsbode 21-4-1939.
In april 1940 was Jacob nog volop bezig zijn zaken uit te breiden. Zierikzeesche Nieuwsbode 9-4-1940.
In april 1940 was Jacob nog volop bezig zijn zaken uit te breiden. Zierikzeesche Nieuwsbode 9-4-1940.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen de oorlog uitbrak, woonde het gezin Van Dijk in de Sint Domusstraat. In december 1941 komt Jacobs naam voor in een proces verbaal:

Aan Heer Stabsofficier der Ordnungspolizei Beauftragte des Reichskommissaris te Middelburg.

Vrijdag 12 december 1941

Tegen Jacob van Dijk, kleermaker, wonende te Zierikzee is proces verbaal opgemaakt terzake dat hij met een brandende zaklantaarn op den openbaren weg het Havenplein alhier liep terwijl deze lantaarn een helder wit licht uitstraalde en niet was voorzien van een lampje dat blauw licht uitstraalde. Door de Duitsche Ordnungspolizei alhier is hiervan aangifte gedaan, die de zaklantaarn in beslag had genomen.

De Wnd. Hoofdagent van politie.

J.J. van Bemden

In 1942 werd de hele familie Van Dijk samen met de andere Zeeuwse Joden gedwongen naar Amsterdam te verhuizen. Daar konden zij niet bij elkaar blijven. De ouders met de jongste kinderen gingen in de Kromme Mijdrechtstraat 14 II wonen. Isidor en Rosa kregen elders onderdak, weliswaar beiden op de Plantage Franschelaan (tegenwoordig Henri Polaklaan), maar Isidor op nr. 34 en Rosa op nr. 19. Ook Susanne moest ergens anders heen, en wel naar de Den Texstraat 41.

Susanne heeft na de gedwongen verhuizing naar Amsterdam en voor haar deportatie naar Auschwitz, nog een aantal brieven geschreven aan haar vriendin Arendje Stoutjesdijk. Vijf van deze brieven zijn in het archief van de gemeente Schouwen-Duiveland bewaard gebleven.

Beste Arend,

Even berichten, dat ik je brief heb ontvangen. Hoe gaat het met je met mij goed. Zeg leuk dat je nu in R’dam bent. Hoe is het met je familie en je tante. Vind je het leuk daar, weer eens wat anders hè. Ja zeg maar kijk ik net van op dat het weer goed is tussen jou en Bram. Hij is zeker niet meer zo stug hè. Zegt hij toch wat tegen je. Je vindt het zeker wel jammer dat je van Rust-Roest af moet nu Bram erop is. Ik lees dat je weer naar naaischool ga. Zeg geef ze allemaal de groeten op naaischool. Ook de zusters. Zeg maar dat ik het best naar mijn zin heb. Misschien ga ik van de winter ook naar naaischool. Leuk dat je nu met Nellie Kouwenberg ga. Dan ben je toch niet alleen. Groet je vader ook. Vind je het fijn dat hij nu terug is. Wat doet hij nu. Of rust hij eerst uit. Van Jasper keek ik op dat hij niet meer bij Bieren is, maar op het vliegveld. Komt hij nu ’s avonds naar huis. Ik vind het heerlijk dat Cobi zo goed vooruit gaat. Geef ze allemaal een extra zoen van me en al de andere ook. Zeg nu nog wat: vraag eens aan je moeder of ze wat voor me missen kan. Je weet wel wat net als in Z’zee.

Haar ha[] of [] of [] bonnen, want ik kom overal aan te kort. Nu weet ik niks meer dus ik hoop dat je voor kunt zorgen. Wat doorgestreept heb zou ik het liefste hebben willen. Kunt je het lezen. Nu de groeten van allemaal. Ook je tante en de familie v d Hoeven van

Suusje

 

Amsterdam 16 apr.

Beste Arend,

Het zal nu toch wel tijd worden dat ik je schrijf. Hoe gaat het met jullie met mij gaat het goed. Zeg ik ben niet bij een mevrouw maar bij een tante in huis. We hebben hier zoveel familie dat ik ze zelf niet meer uit mekaar kan houden. Ben je nog op Rust-Roest. Ja zeker. Je gaat er nu niet af nu Bram er op is. Zeg is het waar dat Henk op jullie uitvoering kwaad weg is gelopen van Betje. Is het nu weer goed. Hoe gaat het met de jongens. Missen ze Iesje niet. Mis jij me niet. Het was zo gezellig. Zo zaterdags ’s avonds op de Oude Haven. Nu komt Dirkje zeker om je. Ga je nog wel eens uit met Bram of wil die niks meer van je weten. Zeg wil je de groeten aan de zusters en de meisjes van de naaischool doen. Vraag eens aan Roos de Bilde om haar adres en het adres van de zusters. Hoe heet het klooster ook weer. Schrijf het eens. Zeg maar dat ik het goed maak en best naar mijn zin heb. Hoe gaat het met Cobi. Kan ze al lopen. Met een stokje zeker wel. Hebben jullie nog een paar bonnen voor me. Als je ze niet hebt geeft het niet. Even goede vrienden hoor, maar stuur ze dan als je ze hebt. Ik heb in Amsterdam nog geen vriendinnetje maar dat komt nog wel. Maar jou vergeet ik niet. Zeg als je eens aan je vader schrijft, doet dan de groeten aan hem van mij. Groet ook Bram en Jasper en de familie v d Hoeven. Schrijf eens wanneer Dirkje van jullie jarig is. Eenig dat je bij de cantine weg bent. Heb je al een andere betrekking. Nu eindig ik maar. De groeten aan de familie van je vriendin

Suusje.

 

Amsterdam, 5 Mei

Beste Arend,

Nu schrijf ik weer eens aan je. Hoe gaat het met jullie allemaal, met mij goed. Hoe is het met Cobi. Loopt ze al goed zonder stok. Zeg Arend heb je mijn laatste brief wel gehad. Schrijf dat eens gauw want ik hoor niks meer van je. Groet alle mensen uit de buurt van me. Hoe is het op Rust-Roest. Ben je er nog op. Hoe is het met Bram. Loopt hij je nog achterop. Zie je Dirkje uit Kerkwerve nog wel eens. Doet ze de groeten. Zeg vergeet niet te schrijven of je de laatste en deze brief gekregen heeft.

Heb je al een betrekking. Zeg schrijf eens hoe het op naaischool gaat. Doe de groeten aan al de meisjes. Zeg Dirkje je bent hartelijk gefeliciteerd met je verjaardag. Ik ben misschien wat te vroeg maar ik geloof dat je in mei jarig ben. De 18e of de 28e of heb ik het mis geef alle broertjes en zusjes van je een zoen van me. Groet je vader. Is hij al eens met verlof geweest. Hoe gaat het met Jasper. Is het weer aan met Adrie of heeft hij weer een ander meisje. Hoe is het met de jongens. Lopen ze nog wel eens rond de Oude Haven. Ze zijn nu zeker niet zo druk meer. Betje en Corrie lopen die nog rond. Zie je ze dikwijls. In Amsterdam gaat het best. Zeg wil je mijn adres ook eens aan Roos geven en vraag dan eens of ze eens een brief schrijft. Nu eindig ik maar weer eens en een extra zoen voor Cobi en voor jou.

Van je vriendin

Suusje

Daaag.

 

Amsterdam, 26 mei

Beste Arend en verdere familie,

Even berichten dat wij goed aangekomen zijn. We hebben een goede reis gehad. Natuurlijk geen uitstapje zo als anders, dat begrijp je wel. Je mist me zeker wel, is ’t niet. We blijven toch vriendinnen hè. Schrijf je gauw terug. Ik wil wel eens horen hoe het bij jullie gaat. Je keek zeker wel vreemd op dat ik niet meer naar je toe bent gekomen [] ik had [] tijd, maar ja we schrijven elkaar wel he. Dat doe je toch. Je mag me niet vergeten hoor. Hoe gaat het met jullie, met ons best. Hoe veel stappen kan je nu Cobi. Je krijgt ook een kaart van me hoor lekker ding. Zeg als je wat bonnen missen kunt stuur je ze dan. Hier kun je haast niets krijgen. Iesje is bij Alex v Os Franselaan 34. Mijn adres is S. v Dijk den Tesesstraat 41[].

Doe eens een goed woordje voor me bij de bakker en vraag eens of hij wat voor me heeft. Brood of zo, of anders bonnen. Doe de groeten aan heel de familie ook an de familie v d Hoeven. Schrijf je gauw. Nu eindig ik maar. Groeten van je vriendin

Suusje v Dijk

(NB: de brief is met potlood geschreven en de tekst is daardoor minder goed leesbaar.)

 

Amsterdam 9 juni

Beste Arend en verdere familie,

Hoe gaat het met jullie allen. Met mij best. Is je moeder al beter of ligt ze nog in bed. Vind je het leuk weer thuis te zijn. Is het bij jullie ook zo raak met de groenten. Hier in Amsterdam staan ze om 5 uur ’s morgens al in de rij. Ik ga iedere morgen om half 8 al naar de groenteboer. En dan staan ik soms tot 10 uur en dan heb ik nog niets. Wat zeg je daar van. Ik heb twee keer aardbeien gegeten. Die kun je ook niet krijgen. Raak hè. Hoe gaat het met Cobi. Is ze nog zo’n deugniet van een meid: stoute rakker. Loopt ze al flink. Fijn hè. Ik zou ze best nog eens willen zien. Wanneer moet ze weer naar Rotterdam voor onderzoek. Geef ze een flinke zoen van me. Hoe is het met de andere jongens. Schoppen ze nog zo veel leven. Dat zal wel leuk zijn. En is Dirkje nog op de wasserij. Dat is wat naar der zin hè. Is het bij jullie ook zo warm. Je kon het vrijdag en zaterdag haast niet uithouden.

Ze zeggen hier dat ik dikker geworden ben van wegens de Amsterdamse lucht. Hoe is het met je vader. Heb je al iets gehoord van hem. Is hij al met verlof geweest. Hoe lang is hij al weg. Doe de groeten maar hoor. En nu is Jasper aan de beurt. Hoe gaat het met je. Ben je nog bij de kapper. Vind je het leuk en met Adrie is het nog uit of al weer aan. Doe de groeten aan de familie van der Hoeven. Is je tante Saar uit Rotterdam er nog. Is ze aardig. Johny en Fritsje zijn nu ook in Amsterdam. Jonny is al op school. Hij gaat nu met september naar de 6de klas. Ze wonen in de Kromme Mijdrechtstraat 14 p/a A. Cohen. Is Coos nog kwaad op je of is ze al weer goed. Ben je nog steeds alleen. Jammer hè, maar daar is niets aan te doen. Ik ben ook nog alleen maar ik ga altijd met Iesje en Roosje mee, en dan nog weleens met mijn nichtjes. Dus ik verveel mijn niet. We zullen er het beste maar van hopen. En nu gegroet en beterschap met je moeder. Daaaag. Je vriendin

Suusje.

Groet de hele buurt van me

Wanneer de leden van het gezin van Jacob van Dijk en Gisella Heumen gedeporteerd werden, kon niet achterhaald worden. Geen van hen overleefde de oorlog.

Jan Kroesen

Jacob van Dijk
Oss, 30 oktober 1896
Midden-Europa, 31 maart 1944
Bereikte de leeftijd van 48 jaar

Gisella van Dijk-Heuman
Gulpen, 8 februari 1898
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 44 jaar

Susanne van Dijk
Oss, 5 december 1923
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 18 jaar

Isidor van Dijk
Oss, 18 februari 1925
Sobibor, 4 juni 1943
Bereikte de leeftijd van 18 jaar

Rosa van Dijk
Oss, 24 september 1926
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 15 jaar

Jozef Victor van Dijk
Zierikzee, 4 maart 1930
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 12 jaar

Frits Leo van Dijk
Zierikzee, 4 november 1935
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 6 jaar

Bronnen
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland. Archief Gemeente Zierikzee 1898-1996, Politierapporten 1941, inv.nr. 23/1504.
Gemeentearchief Schouwen-Duiveland, Handschriftenverzameling, inv.nr. 489/343.

 

Mietje Frank

Blindenhoek 2

Mietje Frank werd op 25 april 1894 geboren in Den Haag als dochter van Aaron Frank en Ester Koekoek. Haar ouders waren in 1877 in Goes getrouwd. Hier werden ook de eerste vier kinderen uit hun huwelijk geboren. Na korte tijd in Den Haag gewoond te hebben, kwamen zij terug naar Zeeland. In 1899 werd hun jongste dochter, Elisabeth in Middelburg geboren. Aaron Frank overleed in 1927 in Vlissingen, moeder Ester Koekoek tien jaar later in 1937 in Middelburg.

Over het leven van hun dochter Mietje is nauwelijks iets te vinden. Uit de Middelburgse adresboekjes blijkt dat zij van 1937 tot 1940 op Seisstraat 32 woonde. Kort voor het uitbreken van de oorlog moet zij verhuisd zijn naar de Blindenhoek. In mei 1940 bood zij hier na de verwoesting van de stad onderdak aan het gezin van haar jongste zusje Elisabeth. Toen Hendrik Cozijn en zijn echtgenote Elisabeth Frank enkele dagen na de brand naar Middelburg waren teruggekeerd, hadden zij moeten constateren dat er van hun winkel in ijzerwaren met bovenliggend woonhuis in de Lange Delft niets meer over was. Tot een nieuw onderkomen gevonden werd, woonden zij bij tante Mietje in de Blindenhoek.

Samen met alle andere Joodse inwoners van Middelburg werd Mietje op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. Ze woonde in Amsterdam nog even in het huis Vrolikstraat 301. Vijf maanden later overleed zij in Auschwitz op 48-jarige leeftijd.

Katie Heyning

Mietje Frank
Den Haag, 25 april 1894
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 48 jaar

Bronnen
PZC, 9 januari 2010
Zeeuws Archief, Adresboekjes Middelburg
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Heintje Brokmeier-Duveen

Molenwater 83

Heintje Duveen werd in Zwolle geboren op 19 februari 1887, als dochter van Izaak Duveen en Leentje Spanjer. Zij trouwde op 9 maart 1910 in Rotterdam met Johan Heinrich Leonard Brokmeier, geboren 1878, zoon van Gerrit Heinrich Brokmeier en Helena Anthonia Bakels. Johan was toen weduwnaar van Rosa Maria Hubertina Gheniau, die in het kraambed was gestorven. Hun in 1907 geboren zoontje werd door Heintje opgevoed.

Na enkele jaren in Rotterdam in de Hoogstraat gewoond te hebben, verhuisden Johan en Heintje in 1916 naar Middelburg. Daar richtte Johan in 1917 samen met een aantal andere ondernemers de NV Zeeuwsche Confectiefabriek op. Samen met F.W. Monshouwer voerde hij jarenlang de directie over deze fabriek die in de Branderijmolengang achter het Molenwater gevestigd was. De Zeeuwsche Confectiefabriek en Modeatelier Monshouwer en Brokmeier, beide gevestigd op Molenwater 255-256, plaatsten in de jaren ’20 en ’30 tientallen advertenties waarin nette meisjes boven de 14 jaar voor alle afdelingen gevraagd werden. Naaisters, knipsters, strijksters en handwerksters werden met grote regelmaat gezocht. Ervaring was daarbij niet vereist, de meisjes konden ter plaatse een opleiding krijgen. In de volksmond stond deze fabriek bekend als de ‘prikfabriek’ en werden de meisjes die er werkten aangeduid als de ‘meisjes van de prik’. In hoeverre Heintje Duveen zich met de zaak van haar man bemoeide, is niet bekend.

 

De Zeeuwse Confectiefabriek
De Zeeuwse Confectiefabriek

Na het overlijden van zijn vader op 10 oktober 1936 nam zoon Johan de confectiefabriek over. Ook na de oorlog zou hij het bedrijf blijven leiden. Hij trouwde met Ina van der Beugel, die dertig jaar lang een column verzorgde in het Algemeen Handelsblad onder de titel ‘Brieven van een stedelinge uit de provincie’ en onder het pseudoniem Jacquelientje Plof diverse boeken schreef.

Heintje bleef in eerste instantie het huis op de Rotterdamsche Kaai O 245 waar zij jarenlang met Johan gewoond had, bewonen. Na de brand van Middelburg op 17 mei 1940, waarbij de Rotterdamsche Kaai verwoest werd, moest zij een ander onderkomen zoeken. Zij besloot toen naar Molenwater 83 te verhuizen. Op 30 juni 1941 plaatste zij nog een advertentie voor een flink meisje voor overdag. Een klein jaar later werd zij samen met de andere Joden gedwongen Middelburg te verlaten.

Heintje Duveen stierf op 19 november 1943 in Auschwitz. Zij werd 56 jaar oud.

Katie Heyning

 

Heintje Brokmeier-Duveen
Zwolle, 19 februari 1887
Auschwitz, 19 november 1943
Bereikte de leeftijd van 56 jaar

Bronnen:
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht
Joods Monument
Krantenbank ZB| Planbureau en Bibliotheek van Zeeland