Jacob Cracau

Nieuwendijk 10, Vlissingen

Gymnastiekvereniging VTV circa 1912. Het tweede kind op de onderste rij is een van de jongens van de lompenhandel Cracau. Beeldbank gemeentearchief Vlissingen, foto 16155.

Jacob Cracau werd op 21 september 1909 in Vlissingen geboren. Hij was het zesde kind van Victor Cracau (overl. 1919) en Engeltje Frank (1880-1943). Toen Jacob tien jaar oud was, overleed zijn vader en zal hij zijn moeder in de firma in lompen en metalen, die de familie vanaf 1860 in Vlissingen bestierde, hebben moeten bijstaan. Mogelijk is hij het kind dat rond 1912 op een foto van de gymnastiekvereniging VTV is afgebeeld.

Afgezien van een voorlopige vrijstelling van dienstplicht in 1928 is over Jacobs persoonlijk leven weinig te vinden. Zakelijk ging het redelijk, al zal de hevige brand in het lompenpakhuis aan de Koestraat/hoek Paardenmarkt in november 1930 de nodige schade hebben aangericht. Door de felle wind had het vuur snel greep gekregen op de grote voorraad autobanden die ter plekke waren opgeborgen. Zo zelfs dat de brandweer de aangrenzende huizen had moeten ontruimen. De stank was ondraaglijk geweest en de brand smeulde nog dagenlang na. Gelukkig was de firma goed verzekerd en kon de opslagplaats in maart 1931 weer in gebruik genomen worden. Minder goed liep het af in februari 1932 toen de manufacturenwinkel in de Slijkstraat, die eveneens onder de paraplu van de firma Wed. V. Cracau en Zn opereerde, opeens in lichterlaaie stond. Hier ging het hele gebouw in vlammen op en moesten de buren in nachtkledij hun woningen ontvluchten. De strenge vorst die op dat moment heerste, had het bluswater in ijs veranderd.

Naarmate de oorlog dichterbij kwam, werd de sfeer in de stad benauwder. Toch lijkt Vlissingen in de jaren dertig weinig last van NSB-ers te hebben gehad. In de politierapporten zijn niet veel klachten te vinden. Een van de weinige die wel genoemd worden betreft Jacob Cracau. Op 26 aug 1939 noteerde de politie een klacht van koopman Jacob Cracau wegens belediging. Op de hoek van de Walstraat en de Lange Zelke had een colporteur van Volk en Vaderland hem toegeroepen: ‘Het is alles wat Rood en Jood is’. De klacht zal niet veel geholpen hebben.

Jacob moet een gerespecteerd man zijn geweest. In april 1940 werd hij door de rechtbank in Middelburg opgeroepen om te getuigen over de aankoop van enkele partijtjes lood, waarbij men vermoedde dat het gestolen waar was. Jacob verklaarde echter dagelijks dergelijke kleine partijen, die over het algemeen bij graaf- en bouwwerkzaamheden gevonden waren, op te kopen en mede dankzij zijn getuigenis gingen de beklaagden vrijuit. De firma Wed. V. Cracau en Zn zette de werkzaamheden ook na het begin van de bezetting door. In december 1941 was Jacob nog volop met handel bezig. Advertenties uit die maand noemen de gunstige prijzen die hij voor hazen- en konijnenvellen gaf. Hij bood zelfs vijf cent meer voor elk bij hem thuisbezorgd vel! In maart 1942 moest Jacob echter samen met zijn moeder Vlissingen verlaten en naar Amsterdam vertrekken, waar hij in de Vrolikstraat 301 ging wonen. Op 15 juli 1942 arriveerde hij in Westerbork, waar hij direct op transport naar het oosten werd gezet. Jacob Cracau werd op 19 augustus 1942 in Auschwitz vermoord.

Na de oorlog keerde zijn jongere broer Salomon terug naar Vlissingen. Hij zette de firma Wed. V. Cracau en Zonen voort. In een advertentie op 9 juli 1945 met de kop ‘We zijn er weer!’ werden de inwoners van Vlissingen hierop geattendeerd. Pas in 1972 werd de firma opgeheven.

Katie Heyning

Jacob Cracau
Vlissingen, 21 september 1909
Auschwitz, 19 augustus 1942
Bereikte de leeftijd van 32 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Zeeuws Archief, Zeeuwen gezocht
Krantenbank Zeeland
C. Steugel, A. Meerman en J. de Hond, Joods Vlissingen. Een roerige en bewogen geschiedenis, Vlissingen 2010

Hendrika Glazer-van der Sluis en Mina Helena Salomé Glazer

Nieuwendijk 19, Vlissingen

Advertentie Vlissingse Courant 3 maart 1910. Krantenbank Zeeland.

Hendrika van der Sluis werd op 2 februari 1869 in Meppel geboren als dochter van Simon van der Sluis en Lena van Rhijn. Zij trouwde op 10 augustus 1907 in Vlissingen met Salomon Glazer, geboren in Meppel op 17 november 1868. Hij was een zoon van Levie Glazer en Mina Goldsteen. Samen betrokken zij in Vlissingen het pand Nieuwendijk 19. In Vlissingen werkte Salomon voor de firma Gebr. Polak, een zaak in ijzerwaren en scheepsbenodigdheden. Nog voor de geboorte van hun dochter Mina Helena Salomé overleed hij op 6 april 1909 aan de gevolgen van een bloedvergiftiging. Alle Zeeuwse kranten berichtten op 10 april hoe het stoffelijk overschot die ochtend begeleid door familie en personeel van de firma Gebr. Polak en omringd door vrienden en bekenden naar het station was gebracht. Voordat de kist in de trein naar Meppel werd geborgen, had het hoofd van de firma ter plekke een toespraak gehouden waarin hij de overledene schetste als een voorbeeld voor allen. De hoogzwangere Hendrika bleef achter en baarde tien dagen later op 20 april een gezonde dochter.

Hendrika zat niet bij de pakken neer, zij zal ook weinig keus gehad hebben. Een klein jaar later opende zij op 2 maart 1910 een sigarenwinkel in haar woning aan de Nieuwendijk op de hoek van het Lombardstraatje. In de daaropvolgende jaren zou zij regelmatig advertenties plaatsen om aandacht te vragen voor haar assortiment sigaren, sigaretten en tabak. Daarnaast verkocht zij ook verpakte koffie, thee en chocolade. Haar winkel ‘geheel naar de eischen des tijds ingericht’ en voorzien van een ruime keuze uit de meest gerenommeerde fabrieken lijkt geen vetpot geweest te zijn. In december 1919 leende zij f 6800 van haar broer Salomon. Over het leven van haar dochter Mina is weinig bekend. In 1926 bezocht zij de Gemeentelijke Handelsavondschool, in 1928 slaagde zij voor het examen steno-typist. Daarna ging zij werken als kantoorbediende.

Vlissingen lag vanaf de eerste oorlogsdag in de vuurlinie en de strijd om Walcheren in de zomer van 1940 zal forse schade aan het pand op de Nieuwendijk hebben aangericht. Hendrika kreeg op 4 augustus 1941 vergunning het gebouw te herstellen. Of de verbouwing op tijd klaar was en zij de winkel kon heropenen, is de vraag. In de kranten verschenen in elk geval geen advertenties meer. Toen alle Joodse inwoners van Zeeland in maart 1942 de provincie moesten verlaten, waren Hendrika en Mina in Emmen. Vlissingen hebben ze nooit meer gezien. Op 8 oktober 1942 werden beiden in Auschwitz omgebracht.

Katie Heyning

Hendrika Glazer-van der Sluis
Meppel, 2 februari 1869
Auschwitz, 8 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 73 jaar

Mina Helena Salomé Glazer
Vlissingen, 20 april 1909
Auschwitz, 8 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 33 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Vlissingen
Joods monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen gezocht
C. Steugel, A. Meerman en J. de Hond, Joods Vlissingen. Een roerige en bewogen geschiedenis, Vlissingen 2010

Afbeelding:
Advertentie Vlissingse Courant 3 maart 1910. Krantenbank Zeeland.

Levie Marcus Barkelau en Sara Barkelau-Meijer

Lange Vorststraat 64a, Goes (nu 80-82)

Levie Marcus Barkelau werd in Goes geboren op 7 maart 1868 als zoon van Marcus Samuel Barkelau en Elisabeth Speelman. Hij trouwde op 29 oktober 1925 op 57-jarige leeftijd met de twintig jaar jongere Sara Meijer, geboren in Dordrecht op 13 januari 1889. Sara was het negende kind van Mozes Meijer en Elisabeth Barkelau en werkte voor haar huwelijk als huishoudster in Middelburg. Voor hun nicht Elisabeth Barkelau – een dochter van Levies oudere broer Samuel – werd al eerder in Middelburg een struikelsteen gelegd.

Over het leven van Sara en Levie Barkelau in Goes, waar Levie als winkelier gevestigd was, is nauwelijks iets te vinden. Uit advertenties in de kranten blijkt echter dat hij een gerespecteerd inwoner van de stad was. Tussen 1924 en 1938 wordt Levie in diverse oproepen genoemd als contactpersoon bij oproepen voor donaties aan goede doelen. Hij was lid van het Zeeuwsch Comité tot Steunverleening aan Joodsche vluchtelingen, onderschreef een oproep voor het houden van een loterij voor de Joodsche Invalide en werkte mee aan een collecte van het Goesche Comité voor de vluchtelingen wegens geloof of ras. Over Sara’s leven in de ganzenstad is tot nu toe geen informatie gevonden.

Volgens een tekst over de familie Meijer op de website van de Stichting Stolpersteine in Dordrecht zou Sara in Goes door de bezetter zijn opgepakt. Dit is niet juist. Op haar persoonskaart in het Gemeentearchief van Goes staat vermeld dat zij op 11 juli 1942 naar Amsterdam vertrok en haar intrek nam aan de Saffierstraat 89. Later verhuisde zij naar Rijnstraat 92.

Hoewel over Levies vertrek geen gegevens werden gevonden, lijkt het aannemelijk dat ook hij in het voorjaar van 1942 uit Zeeland naar Amsterdam vertrok. Sara en Levie kwamen op 14 januari 1943 samen aan in Westerbork, van waaruit zij op 29 januari werden gedeporteerd.
Bij aankomst werden beiden in Auschwitz vermoord.

Katie Heyning

Levie Marcus Barkelau
Goes, 7 maart 1868
Auschwitz, 1 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 74 jaar

Sara Barkelau-Meijer
Dordrecht, 13 januari 1889
Auschwitz, 1 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 54 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Goes, Bevolkingsregister
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
www.stolpersteine-dordrecht.nl
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Jozeph Stibbe

Lange Kerkstraat 19, Goes

Jozeph Stibbe werd geboren in Amsterdam op 23 juni 1904 als zoon van Isaac Stibbe (1878-1942) en Sara Hes (1866-1938). Samen met zijn twee broers, Meyer geboren in 1903 en Matthijs geboren in 1906, groeide hij op in de Amsterdamse binnenstad. Zijn vader had daar in de jaren dertig een winkel in brood- en banketbakkerij-artikelen en -gereedschappen aan de Kromboomsloot.

Jozeph trouwde in december 1938 in Amsterdam met Hilde Emilie Bachrach, geboren in Marburg (Duitsland) op 21 februari 1914, dochter van Adolf Bachrach (1880-1928) en Cilly Carlebach (1887-1942). Hilde bracht haar jeugd in Marburg door en bezocht daar de lokale Elisabethschule. Het huwelijk werd op 26 maart 1939 om 13.00 uur ingezegend in het Park Hotel aan de Hobbemastraat. Als dank voor alle blijken van belangstelling plaatsten zij op 7 april een advertentie in het Nieuw Israëlitisch Weekblad. Als woonadres wordt daarin Deurloostraat 41 huis genoemd.

Waarom Jozeph in de winter van 1941 naar Goes verhuisde, is onduidelijk. De Provinciale Zeeuwse Courant van 20 februari 1941 meldt als ‘ingekomen van Amsterdam’ J. Stibbe, koopman in bakkerijmachines, Lange Kerkstraat 19 in Goes. Daar zou hij van 28 januari 1941 tot 25 maart 1942 verblijven, terwijl zijn echtgenote Hilde achterbleef in de Deurloostraat in Amsterdam.

Samen met de andere Joodse inwoners werd hij in maart 1942 gedwongen de provincie Zeeland te verlaten en naar Amsterdam te verhuizen. Daar lijkt hij weer bij zijn echtgenote te zijn ingetrokken. Samen met Hilde Bachrach kwam hij op 20 juni 1943 in Westerbork aan. Van daaruit werden beiden op 6 juli gedeporteerd, om drie dagen later in Sobibor om het leven te komen.

Katie Heyning

Jozeph Stibbe
Amsterdam, 23 juni 1904
Sobibor, 9 juli 1943
Bereikte de leeftijd van 39 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek

Barend Bouman en Liza Bouman-Noach

Lepelstraat 7, Vlissingen

Lepelstraat, circa 1920. Zeeuws Archief, ZI-P-04192

Barend Bouman werd op 15 augustus 1885 geboren in Vianen als zoon van Abraham Bouman (1859-1927) en Betje Vorst (1854-1918). Hij trouwde op 26 februari 1913 met de tien jaar oudere, in Deventer op 2 juli 1875 geboren Liza Noach, dochter van Isaak Noach en Marlina Windmuller. Samen zouden ze jarenlang in manufacturen handelen.

Na enige tijd in Utrecht gewoond te hebben, besloten Barend en Liza in 1918 naar Zeeland te verhuizen. Daar schreven zij zich op 1 oktober in bij de gemeente Vlissingen. Zeventien dagen later volgde ook Barends vader Abraham. Samen begonnen zij in het pand St. Jacobsstraat 3 op de hoek van de Lepelstraat een winkel in metalen, manufacturen, kleding, huiden en vellen. Vele tientallen advertenties in de lokale kranten getuigen van een snelgroeiende firma in het goedkopere segment van de markt. Wie voor zijn oude kleding of huisraad een goede prijs wilde maken, hoefde slechts contact met Bouman op te nemen. Alleen al in 1919 werden diverse partijen scherp ingekochte goederen, tweedehands huisraad, een grote partij hoeden en voordelig geprijsde Keulse potten in forse advertenties door de firma Bouman en Zn aangeboden. Tegen de zomer van 1920 bleken de zaken zo’n vlucht te hebben genomen, dat zij aankondigden voortaan ook publieke verkopingen te zullen gaan houden. In 1924 werd nog een tweede zaak op de Lange Delft 120 in Middelburg geopend en kon het publiek in twee ‘Huizen van ongeregelde goederen’ van deze firma terecht. De Middelburgse zaak lijkt echter maar kort bestaan te hebben. Vanaf eind 1925 noemen de advertenties alleen nog de zaak in de Lepelstraat in Vlissingen.

Het ging bij de firma Bouman om goedkope, doch degelijke waar. Een verslag van de etalagewedstrijd die in augustus 1925 in Vlissingen werd gehouden, maakt dit nog eens duidelijk. Waar de verslaggever lyrisch opgaf van het Griekse decor, waarin P. Labrujère zijn schoenen in zijn winkel in de Coosje Buskenstraat had opgesteld, en van de Arabische tempel met lichteffecten van de firma J.J. Quasters op de Nieuwendijk nummer 15, schreef hij over de etalage van Barend Bouman: ‘voor goede en goedkope Damesstoffen verwijzen we naar de firma Bouman, Lepelstraat, die in groote keuze de verscheidene goederen laat zien’. De nadruk was in deze jaren geheel op manufacturen en lingerie komen te liggen, antiek en vellen komen in de advertenties niet meer voor. Wel oproepen voor flinke meisjes, wasvrouwen die met een wasmachine konden omgaan en loopjongens – het liefst ‘kunnende fietsen’ – die wijzen op een goedlopende zaak. Uit diezelfde advertenties blijkt dat Barend en Liza boven de winkel op Lepelstraat 7 woonden.

Winkel Bouman hoek Branderijstraat, 1934. Beeldbank gemeentearchief Vlissingen, Foto 47099

In oktober 1934 breidde de firma het handelsimperium nog verder uit door aan de overzijde van de straat op de hoek van de Branderijstraat een zaak in slaapkamerbenodigdheden te openen. De Vlissingse Courant van 19 oktober 1934 gaf voorafgaand aan de opening hoog van de nieuwe winkel op: ‘In dit nieuwe winkelpand zijn winkel en etalage op praktische wijze vereenigd, zoodat deze zaak als het ware een groote toonkamer is. Op smaakvolle wijze zijn gerangschikt verscheidene slaapkamer-ameublementen, opklapbedden, aardige kinderledikanten, één- en tweepersoons ledikanten, wiegen enz. Het interieur van de winkel is geheel in lichte matte kleuren gehouden. De crème-kleurige wanden, zalmkleurig gebiesd, geven aan de zaak een keurig cachet. Ook de gevel is in frissche kleuren geschilderd. De verlichting is op moderne wijze aangebracht. Vijf bollampen en zeven schijnwerpers geven een verlichting van 3600 kaars sterkte. Ook aan den gevel zijn voor de groote spiegelruiten een drietal lampen bevestigd met een lichtsterkte van 900 kaars. Op zij van den winkel bevindt zich een magazijn.’ Later zouden hier nog kinderwagens en baby-artikelen bij komen. Beelden van de inrichting en opening van deze winkel zijn te zien op een amateurfilmpje gemaakt door hun bedrijfsleider Max Peereboom: (http://www.amateurfilmplatform.nl/films/diverse-opnamen-van-familie-bouman-noach-in-vlissingen-amateuropname-max-peereboom). Het winkelpand zelf bestaat niet meer.

Advertentie in de krant van 22 november 1929. Krantenbank Zeeland.

De laatste advertentie van deze firma dateert van 6 maart 1942. Koopman B. Bouman in de Lepelstraat in Vlissingen plaatste op die datum in Het joodsche weekblad: uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam een oproep waarin antieke meubels, porselein, zilver, schilderijen en kleden te koop werden gevraagd. Hij was ‘door het gehele land aan huis te ontbieden’. Kort daarop verlieten Barend en Liza de provincie Zeeland. Barend werd op 24 maart 1942 gedwongen naar Amsterdam te verhuizen, Liza was daar toen al. In juli 1942 woonden zij in de Geleenstraat 5 in Amsterdam. Drie maanden later werd Bouman naar Westerbork gestuurd en zes dagen na aankomst op 19 oktober 1942 op transport gesteld naar Auschwitz. Liza kwam pas op 20 maart 1943 in Westerbork aan, waar zij dezelfde dag nog door werd gestuurd naar Sobibor. Beiden werden kort na aankomst vermoord.

Katie Heyning

Barend Bouman

Vianen, 15 augustus 1885
Auschwitz, 22 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 57 jaar

Liza Bouman-Noach
Deventer, 2 juli 1875
Sobibor, 2 april 1943
Bereikte de leeftijd van 68 jaar

Bronnen:
Gemeentearchief Vlissingen
Joods Monument
Joods Cultureel Kwartier
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
Zeeuws Archief, Zeeuwen gezocht
C. Steutel, Verdwenen uit de geschiedenis. De textiel- en manufacturenzaak van Bouman en Noach met bedrijfsleider Max Peereboom, in: C. Steugel, A. Meerman en J. de Hond, Joods Vlissingen. Een roerige en bewogen geschiedenis, Vlissingen 2010, 139-142

Afbeeldingen:
Lepelstraat, circa 1920. Zeeuws Archief, ZI-P-04192
Winkel Bouman hoek Branderijstraat, 1934. Beeldbank gemeentearchief Vlissingen, Foto 47099
Advertentie in de krant van 22 november 1929. Krantenbank Zeeland.

Abraham Walg, Ester Walg-Cracau en hun kinderen Victor, Marcus, Aaron en Jacques Walg

Van Steenbergenlaan 50, Terneuzen

Abraham Walg werd geboren in Bergen op Zoom op 16 augustus 1905 als zoon van Marcus Joseph Walg en Debora Polak. Op 14 december 1933 trouwde hij met de 25-jarige Ester Cracau uit Vlissingen. Ester was de dochter van Victor Cracau en Engeltje Frank. Bij hun huwelijk was Esters vader al overleden, haar broers Aron en David traden als getuigen op.

Het jonge paar vestigde zich in Goes, waar Abraham als koopman in manufacturen de kost verdiende. Ester raakte al snel in verwachting en op 16 oktober 1934 werd hun oudste zoon Victor geboren. Een jaar later volgde een tweede zoon, Marcus, op 11 oktober 1935. Zakelijk waren Abraham en Ester echter in grote problemen geraakt. Twee weken na de geboorte van Marcus verklaarde de Middelburgse rechtbank Abraham Walg, manufacturier te Goes, wonende aan de Papegaaistraat 12 failliet.

 

Van Steenbergenlaan 50 voor de sloop.

Het gezin Walg verhuisde daarop naar Kloetinge, waar Abraham en Ester met hun twee kleine kinderen op de Heernisseweg B 45 gingen wonen. Een jaar later, nadat het faillissement zonder enige uitkering aan de schuldeisers was beëindigd, vertrokken zij naar Vlissingen. Daar werd op 3 januari 1937 hun derde zoon Aaron geboren. Als woonadres noemt de burgerlijke stand De Ruijterstraat 7. Ook dat verblijf was echter van korte duur. In oktober van hetzelfde jaar meldde de Zeeuwsche Koerier dat A. Walg en zijn gezin zich in Sas van Gent gevestigd hadden. Vandaar ging het in januari 1939 naar Terneuzen waar het gezin Walg een huurwoning op de Van Steenbergenlaan 50 betrok. Hier werd hun laatste zoon Jacques op 24 oktober 1939 geboren.

Op 24 maart 1942 werden Abraham en Ester gedwongen deze woning te ontruimen. Samen met hun kinderen moesten zij Zeeland verlaten en naar Amsterdam verhuizen. Ester en haar kinderen stierven op 7 september 1942 in Auschwitz, Abraham overleed twee jaar later in februari 1944. Hun woning aan de Van Steenbergenlaan 50 werd in 1973 gesloopt.

Katie Heyning

Abraham Walg
Bergen op Zoom, 16 augustus 1905
Extern Kommando Ludwigsdorf, 19 februari 1944
Bereikte de leeftijd van 38 jaar

Ester Walg-Cracau
Vlissingen, 9 februari 1908
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 34 jaar

Victor Walg
Goes, 16 oktober 1934
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 7 jaar

Marcus Walg
Goes, 11 oktober 1935
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 6 jaar

Aaron Walg
Vlissingen, 3 januari 1937
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 5 jaar

Jacques Walg
Terneuzen, 24 oktober 1939
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 2 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Emile Albertus Eckstein

Houtmarkt 8, Hulst

Portret van Emile Eckstein.

Emile Eckstein werd geboren in Hulst op 16 mei 1920. Hij was het vierde kind van de Joodse kleermaker Mozes Eckstein (Appingedam 26 augustus 1885 – Amsterdam 31 december 1961) en zijn rooms-katholieke echtgenote Maria Clotilda Stevens (St. Jansteen 19 december 1880 – Amsterdam 2 maart 1961), die op 10 juli 1914 in Sint Gilles Waes (België) in het huwelijk waren getreden. Met hun zes kinderen – vijf zonen en een dochter die allen rooms-katholiek gedoopt werden – woonden zij in Hulst.

 

Familie Eckstein met vier van hun zes kinderen.

Emile groeide op in Hulst en vond na zijn schooljaren werk als chauffeur/automonteur. In 1939 woonde hij nog bij zijn ouders op Houtmarkt 8. Doordat zijn vader Mozes Eckstein van de Duitse bezetter een G 51 status kreeg, moest hij Zeeland verlaten.

 

 

 

Met zijn ouders, broers en zuster verhuisde hij naar Amsterdam, waar zij in juli 1942 op Rapenburg 99 woonden. Vader Mozes werd opgepakt, maar werd volgens een aantekening in het Gemeentearchief van Hulst in juli 1943 uit Westerbork ontslagen, omdat hij met een rooms-katholieke vrouw getrouwd was en katholiek gedoopte kinderen had. Op één na overleefde het gezin Eckstein de oorlog. Emile werd op 23 maart 1943 – naar het schijnt wegens sabotage aan een Duitse vrachtwagen – opgepakt en naar kamp Vught gestuurd. Twee weken later ging Emile vanuit Westerbork op transport naar Sobibor waar hij bij aankomst werd vergast.

Katie Heyning

Emile Albertus Eckstein
Hulst, 16 mei 1920
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 22 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Gemeentearchief Hulst

Izaak Fonteijn en Johanna Fonteijn-Koppel

Van Steenbergenlaan 22, Terneuzen

De winkel van Izaak Fonteijn aan de Noordstraat 22 in Terneuzen. Zeeuws Archief, ZI-P-07840.

 

 

 

 

 

 

 

Izaak Fonteijn werd op 10 oktober 1880 om 8 uur ’s avonds geboren in Terneuzen als zoon van Karel Fonteijn (Middelburg 1846 – Terneuzen 16 september 1925, zoon van Joseph Fonteijn en Saartje Cohen) en Naatje Blok (Sas van Gent 9 maart 1846 – Terneuzen 2 september 1908, dochter van Isaac Blok en Engeltje Roffessa). Zijn ouders waren op 14 augustus 1877 in Terneuzen getrouwd en zouden in de daaropvolgende jaren zeven kinderen krijgen. Na een doodgeboren kindje werd hun oudste zoon Joseph in 1879 geboren, vervolgens volgden Izaak in 1880, Engeltje in 1882, Saartje in 1884, Simon in 1886 en Elisabeth in 1890. Izaak groeide op in Terneuzen en trouwde op 22 juni 1910 in Wisch (Gld.) met de 25-jarige Julia Berendsen, dochter van slager Mozes Berendsen en Elisabeth Gans. Drieëntwintig jaar later hertrouwde hij in 1933 op 52-jarige leeftijd in Den Haag met de 40-jarige huishoudster Johanna Koppel, in Zutphen geboren op 7 april 1893 als dochter van slager Jacob Koppel en Barendina de Bruin. Wanneer Julia overleed, is niet bekend. Beide huwelijken lijken kinderloos te zijn geweest.

Izaak had inmiddels in Terneuzen de manufacturenhandel van zijn vader overgenomen.  Maar waar vader Karel er nog elke dag op uit trok met een wagen vol ‘ellegoed’ om in Terneuzen en omgeving zijn waren te verkopen, richtte Izaak een winkel aan de Noordstraat 22 in. Aanvragen uit 1930 voor vergunningen voor de bouw van een magazijn achter de winkel en het aanbrengen van een dubbel etalageraam in de gevel van dit pand wijzen erop dat de zaken goed gingen. Ook de bouw van een aparte autobox aan de Nieuwediepstraat in 1932 en het veelvuldig plaatsen van advertenties in de krant duiden hierop.

Advertentie uit 1939.

Een van de hoogtepunten zal voor Izaak de Terneuzense winkelweek van 25 tot 30 augustus 1930 geweest zijn. Nadat de gezamenlijke winkeliers van Terneuzen hem in juli tot secretaris/penningmeester van het organiserend comité hadden benoemd, was hij voortvarend aan de slag gegaan. De Zeeuwsche Koerier van maandag 25 augustus 1930 geeft een fraai overzicht van het programma van die week. Op 25 augustus werd de aftrap gegeven met een feestelijke rondgang. Begeleid door het plaatselijk muziekgezelschap trokken bestuur en leden van het comité die avond door de stad. De dag daarop werd ‘s avonds een letterwedstrijd georganiseerd. In de etalages van de 85 deelnemende winkeliers werden die avond letters gelegd die samen de woorden ‘Winkelweek Terneuzen Klimop’ vormden. De eerste vijf personen die correct konden aangeven waar de letters lagen, ontvingen een prijs. Woensdagmiddag werden de festiviteiten voortgezet met een reclame-optocht met praalwagens waarop 85 in het wit geklede meisjes met kroontjes van klimop de menigte toezwaaiden. Die avond was er voor de lokale kinderen een verlichte optocht met muziek georganiseerd. Donderdag- en vrijdagavond waren gereserveerd voor uitvoeringen en concerten, zaterdag werd de week afgesloten met de volksspelen ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Hare Majesteit de Koningin, een concert door het muziekgezelschap ‘De Vereenigde Werklieden’ en een groot vuurwerk. Die avond werd ook de uitslag van de gehouden vlaggenwedstrijd bekend gemaakt. Wie de mooiste of grootste Nederlandse vlaggen had weten te vervaardigen uit de – door de winkeliers gestempelde! – rood-wit-blauwe strookjes die men die week in de winkels had uitgedeeld, maakte kans op allerhande fraaie prijzen. Het organiserend comité zal die zomer weinig tijd voor andere zaken hebben gehad en Izaak zal zonder twijfel alle mogelijke lof voor zijn tomeloze inzet hebben gekregen!

Tien jaar later was het tij echter gekeerd. De Duitse bezetting had het leven drastisch veranderd. Plichtsgetrouw leverde Izaak Fonteijn in april 1941 zijn radiotoestel in, nadat het Departement van Justitie inbeslagneming van alle radio-ontvangtoestellen in het bezit van Joden had verordonneerd. Op 30 april 1942 werd zijn verlaten huurwoning aan de Van Steenbergenlaan 22 door de politie ontruimd en werden de achtergelaten eigendommen in een schip gestouwd. Isaak en Johanna waren kort hiervoor gedwongen naar Amsterdam vertrokken. Op 14 januari 1943 arriveerden zij in Westerbork, op 23 februari werden beiden op transport gesteld naar Auschwitz, waar zij bij aankomst overleden.

Katie Heyning

Izaak Fonteijn
Terneuzen, 10 oktober 1880
Auschwitz, 26 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 62 jaar

Johanna Fonteijn-Koppel
Zutphen, 7 april 1893
Auschwitz, 26 februari 1943
Bereikte de leeftijd van 49 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank ZBú Planbureau van Zeeland
Gemeentearchief Terneuzen
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht

Isaac Engers

Nieuwediepstraat 101, Terneuzen

Nieuwediepstraat rond 1910.

 

 

 

 

 

 

 

Isaac Engers werd geboren in Amsterdam op 31 december 1886. Hij was het derde kind en de oudste zoon van Meijer Engels (geboren Aarlanderveen 26 maart 1856 – overleden Amsterdam 1 februari 1938) en Betje Plukker (geboren Amsterdam 8 november – begraven in Diemen 11 juli 1923). Samen met zijn twee broers en zeven zusjes groeide hij op in Amsterdam.

Wanneer Isaac het ouderlijk nest verliet, is niet bekend. Als venter in galanterieën zwierf hij van de ene stad naar de andere. In 1931 woonde hij in Eindhoven, vandaar vertrok hij naar Den Haag waar hij enige jaren op de Kleine kade 29 woonde. In oktober 1939 verhuisde hij naar Zeeland. Eerst naar Goes, vervolgens in september 1940 naar Terneuzen. In 1941 was zijn woonadres Nieuwediepstraat 101.

Net als de andere Joden werd hij op 24 maart 1942 gedwongen Terneuzen te verlaten. Een half jaar later overleed Isaac Engers in Auschwitz op 30 september 1942.

Katie Heyning

Isaac Engers
Amsterdam, 31 december 1886
Auschwitz, 30 september 1942
Bereikte de leeftijd van 55 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Krantenbank Zeeland

Mozes Hoepelman

Dijkstraat 75, Terneuzen

Mozes Hoepelman

Mozes Hoepelman werd geboren in Amsterdam op 26 september 1886 als zoon van Lucas Hoepelman en Jansje Pijo. Wanneer en waarom hij van Amsterdam naar Zeeland verhuisde, is niet bekend. In 1941 komt zijn naam voor op de lijst van Joodse inwoners van Terneuzen. Als koopman in manufacturen is hij dan woonachtig op de Eerste de Feijterstraat 1. Een jaar later wordt als woonadres Dijkstraat 75 opgegeven. Voor de berichten dat Hoepelman getrouwd was en dat zijn echtgenote in de oorlog van hem scheidde, kon geen bevestiging worden gevonden.

In maart 1942 werd Mozes Hoepelman samen met de andere Joodse inwoners gedwongen Terneuzen te verlaten. Hij overleed enkele maanden later op 7 september 1942 in Auschwitz.

Katie Heyning

Mozes Hoepelman
Amsterdam, 26 september 1886
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 55 jaar

Bronnen:
Joods Monument