Het gezin van Dam

Park de Griffioen 10

abrahamvan-dam-struikellsteenOp Park de Griffioen 10 woonde het gezin van Dam. Philip Isaac van Dam, geboren 22 mei 1912 te Rotterdam, zijn vrouw Henriette van Dam – Polak, geboren 6 april 1013 te Middelburg en hun zoontje Abraham van Dam, geboren 31 oktober 1935 te Sint Laurens.

Over het gezin van Dam is weinig bekend. De eerste melding in het adresboekje van de gemeente Middelburg is in 1942, het jaar van hun verplichte deportatie. In 1938 woonde het gezin nog aan de Noordweg. Het huwelijk tussen Philip en Henriette vond plaats op 14 november 1934 in Koudekerke. Als beroep voor Philip staat vermeld: koopman[1].

Philip Isaac van Dam is een zoon van Abraham van Dam en Emma Goldstein. Hij is vermoord in Auschwitz, 31 december 1942. Hij bereikte de leeftijd van 30 jaar. Philip had een oudere broer, Samuel, en een jongere zuster, Duifje van Haren-van Dam die allebei de oorlog overleefd hebben en na de oorlog naar British Columbia in Canada verhuisd zijn.

Henriette van Dam-Polak is een dochter van Lion Polak en Sara Braasem. Zij bereikte de leeftijd van 30 jaar.

Hun zoontje Abraham van Dam is samen met zijn moeder  vermoord in Auschwitz, 31 december 1942. Hij bereikte de leeftijd van 6 jaar.

Ze was de zus van Mouritz, Mozes en Simon Polak. De oudste twee broers hebben de oorlog overleefd. Mouritz is overleden in Amerika, Los Angeles in 1972, Mozes in Middelburg in 1965. Simon is vermoord in Auschwitz, 21 september 1943.

Mozes neemt met zijn broer Mouritz in 1920 zaak van zijn vader, handel in lompen, over. De zaak bleef na WOII in Middelburg, en groeide uit van 33 man in 1946, tot 123 in 1951 en 600 in 1968. Polak Recycling is dan het grootste bedrijf van Nederland in de metaalsector. Toen zijn broer Mouritz emigreerde zette hij het bedrijf voort met zijn kinderen.

Neeltje van Doorn

Philip Isaac van Dam
Rotterdam, 22 mei 1912
Auschwitz, 31 december 1942
Bereikte de leeftijd van 30 jaar

Henriette van Dam-Polak
Middelburg, 6 april 1913
Auschwitz, 21 september 1942
Bereikte de leeftijd van 30 jaar

Abraham van Dam
Sint Laurens, 31 oktober 1935
Auschwitz, 21 september 1942
Bereikte de leeftijd van 6 jaar

[1] Zie www.geni.com onder Henriette Polak

Het gezin Boasson

Park de Griffioen 2
Op Park de Griffioen 2 woonde het gezin Boasson.

Marc Herman Boasson was manufacturier aan Markt 24-28. Hij liet dit huis bouwen in 1936 en bewoonde het met zijn vrouw Bella Sanders tot maart 1942. Boasson was wethouder van de gemeente Middelburg. Hij trad af nadat de stad door de Duitsers bezet was.

Historie
Marc Herman Boasson werd geboren te Middelburg op 11 oktober 1887. Als tweede zoon uit het gezin kwam hij niet in aanmerking om te gaan studeren. Hij ging na zijn schoolopleiding in zaken, samen met zijn neef I.M. Boasson.

De zaak
De textielzaak M.H. Boasson & Zonen, een groothandel leverde kant, bont en laken aan textielwinkels op het platteland, ook voor de toen gebruikelijke klederdracht. De zaak bestond al generaties lang, zijn grootvader Hijman Boasson, 1764-1840, was al stoffenverkoper. De zaak bleek een stevige economische basis te hebben, waardoor de crisis van de jaren dertig geen vat op haar kreeg. Het zakenpand op de Middelburgse markt overleefde de crisis.

Wethouder
Boasson trouwde op 6 dec 1918 met de vier jaar jongere Bella Sanders. Zij kregen geen kinderen. De Joodse gemeenschap in de stad waar Boasson deel van uitmaakte, telde  veel mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel als het ging om de belangen van de stad. Boasson had een grote maatschappelijke belangstelling, die leidde tot politieke belangstelling. De textielhandel had niet zijn grootste liefde, in 1931 liet hij zich kandideren voor de Vrijzinnig Democratische Bond voor de gemeenteraad. Boasson moet perfect in die partij gepast hebben, en op 1 september 1932 mocht hij dan ook een zetel gaan bezetten in de raad van Middelburg.

Hij werd beëdigd en geïnstalleerd door burgemeester Dumon Tak, die bij die gelegenheid zei: ‘De nu volgende 4-jarige periode vangt aan onder zeer ongunstige financiële omstandigheden.’ Maar ruim een jaar later ontstond er een vacature door het overlijden van wethouder mr. A. A. De Veer, waarin Boasson benoemd werd. Een vetpot kon het niet worden in het wethouderschap: Middelburg was een kleine stad en telde 31 december 1932 slechts 18.849 inwoners. Hij verdiende per jaar 2000 gulden, terwijl de burgemeester 7000 per jaar verdiende.

gemeenteraad-middelburg

Maar Boasson hield zijn onderneming aan, en we mogen aannemen dat het een begin was van zeven gelukkige jaren, waarin hij zijn bestuurlijke bekwaamheden kon ontplooien.

Ook Bella was maatschappelijk actief [1]. In de collectantenlijsten voor de reclassering vinden we dat zij met bus nr. 4, f 7,55 heeft opgehaald en dat er op 6 december voor de laatste keer wordt gecollecteerd. Ook staat beschreven in een reglement dat er bij de Israëlieten, vanwege sabbat, niet op zaterdag moest worden gecollecteerd. Intussen werd een maand na Boassons benoeming, op 30 januari 1933 in Duitsland Adolf Hitler tot rijkskanselier benoemd. Dit zou de Boassons uiteindelijk noodlottig worden. In Middelburg werd het naderende geluid van onweer wel gehoord, maar het beïnvloedde het leven niet.

Verhuizing
In 1936 verhuisden de Boassons van Noordsingel 174, naar Park de Griffioen 2.

Dit huis had hij in dat jaar laten bouwen, op een prachtig punt met uitzicht op het water van de Vest en de molen. Boasson was inmiddels een ervaren wethouder, en had zich een bekwaam bestuurder betoond. Hij trad op als locoburgemeester toen Van Walré de Bordes al snel na zijn aantreden overwerkt was geraakt. De raadsvergaderingen van 28 februari en 3 april 1940 werden dan ook door hem voorgezeten. Dit, voor hem laatste, raadsdebat had betrekking op een wijziging van de schoolgeldverordening voor het gymnasium. De bedoeling was dat kinderen van onbemiddelde ouders in aanmerking kwamen voor kosteloze verstrekking van boeken, mits zij goede leerlingen waren. Het criterium hierbij was een gemiddeld cijfer van een zeven. Het was in deze voor Boasson vertrouwde wereld van beschaving, van redelijkheid en afweging dat de orkaan uit het oosten losbarstte, waarvan zeven jaar eerder het gerommel was gehoord.

10 mei 1940
Op die stralende morgen in mei om half vier loste de 16e Batterij Luchtdoel-artillerie, bij de Schroeweg in Middelburg, de eerste salvo’s op Duitse vliegtuigen. De Boassons moeten, net als hun lotgenoten, dadelijk beseft hebben wat er te wachten stond. Toen de Duitse legers onweerstaanbaar bleken, vertrok het echtpaar op 14 mei naar Zeeuws-Vlaanderen. De burgemeester had dit aangeraden, maar het besluit had Boasson laten twijfelen tussen plichtsbesef en lijfsbehoud. Erg ver komen ze niet. In Aardenburg vinden zij onderdak bij vrienden, en ze slagen er niet in verder te komen en de Duitsers voor te blijven, zoals dat sommigen wel is gelukt. Hij moet in Zeeuws-Vlaanderen nog actief zijn geweest, want hij brengt nog een rapport uit aan de militaire autoriteiten over ongeregelde troepen. Intussen zijn in de vuurzee van het Duitse bombardement op 17 mei in Middelburg 573 panden, woonhuizen en zakenpanden verwoest, waaronder ook de textielzaak.

Begin juni keert het echtpaar Boasson naar de gehavende stad terug. Heeft hij toen al beseft dat alles verloren was? In elk geval schrijft hij dadelijk een brief aan de voorzitter van de raad waarin hij zijn terugtreden als wethouder meedeelt. Met het motief dat de wederopbouw van zijn zaak het onmogelijk maakt om zijn wethouderschap voort te zetten.

Op 7 juni komt de raad bijeen in het huis ‘De Griffioen’, op een steenworp afstand van het woonhuis van Boasson. Daarbij wordt de ontstane vacature ingevuld door de heer Kögeler, die zijn waardering voor Boasson laat doorklinken in zijn uitspraak dat hij een zware taak op zich neemt, te meer omdat hij Boasson moet vervangen. Boasson is als raadslid nog aanwezig en bedankt voor de samenwerking.

Dat was het dan. Als Boasson naar zijn huis loopt, weet hij zich beroofd van zijn wethouderschap en van zijn zaak. In november worden de Joodse raadsleden op last van de bezetter uit hun functie ontheven. In de vergadering van 23 december wordt zijn naam zelfs niet meer genoemd, hij is onpersoon geworden. De maatregelen van de bezetter volgen elkaar snel op. In de herfst van 1941 verschijnt een zogenaamde Verwalter die de textielzaak overneemt, en dus de eigenaren hun zaak en broodwinning ontneemt. Steeds verder sluit zich het net. Op 22 oktober 1941 kwam Boasson bij zijn hem persoonlijk bekende advocaat mr. A.J. v.d. Weel. Kon hij een lastgeving opstellen waarbij zij de advocaat machtigen hun zaken te behartigen bij afwezigheid? Aan dat verzoek werd voldaan. Het document gedateerd 27 februari 1942 laat in juridische bewoordingen iets zien van wat komen ging. Het stuk luidt het begin van het einde in, want eind februari was bekend geworden dat in Zeeland wonende Joden moesten vertrekken naar Amsterdam. Niemand wist het precies, maar het gevoel dat zij niet meer terug zouden keren zal hebben overheerst.

Vertrek en deportatie
Op dinsdag 24 maart s’ morgens kwam de politie bij de Boassons en bij hun lotgenoten aan huis. Hun bagage was weer gepakt, wat ze konden dragen mochten ze meenemen. Zij overhandigden de sleutels aan de politie, en trokken voor het laatst de deur van hun huis achter zich dicht. Het was weer een stralende morgen, en zij gingen hun laatste gang naar het station. Er stond aan weerszijden van de straten een stille menigte mensen, bij wijze van afscheid voor de Boassons en hun lotgenoten. In Amsterdam hebben zij nog vijf maanden gewoond, aan de Plantage Muidergracht 29, bij de familie Levie. Toen eind augustus, begin september de arrestaties begonnen, zaten de mensen elke avond op van de zenuwen te wachten op het moment dat het deportatiebevel hen zou treffen. Lang duurde voor hen die spanning niet, want op 2 september werd om 10 uur s’ avonds aangebeld. Het waren Nederlanders, gewone politiemannen, zij gaven de Boassons tien minuten de tijd om hun spullen te pakken. De heer Levie heeft het op 3 september 1942 opgeschreven, in een brief aan de heer A. J. v. d. Weel, Londense Kade 7, Middelburg.

Deze brief is in het dossier bewaard omdat de heer Van der Weel de gevolmachtigde was. De heer Levie verwoordt nog die laatste avond dat zij bij elkaar zaten, toen de bel ging. Hij schrijft: gelukkig hielden zij zich erg goed, en sprak hij Boasson nog even apart, die hem nog papieren, sleutels en geld gaf, wat hij als postpakket meezond. Omdat de oudste dochter van de familie Levie bij de Joodse Raad werkte en zelfs veel invloed had, zijn stappen ondernomen tot vrijlating. Het bureau heeft de hele nacht doorgewerkt. Toch was alles tevergeefs, het was de eerste plicht transporten vol te maken.

De Boassons kwamen de volgende dag, 3 september, aan in Westerbork. Op 4 september ving de reis al aan naar het oosten, toen nog in personenwagons, de goederenwagons kwamen pas in 1943. Drie dagen en nachten duurde de reis meestal. Mag Auschwitz een reisdoel genoemd worden?

Wie wist dat de trein 60 km ten westen van Auschwitz tot stilstand zou komen? Daar klonken de orders dat mannen tot ongeveer 50 jaar moesten uitstappen. Hoewel Boasson wat ouder was gold het ook voor hem. Zo werden er tweehonderd mensen gedwongen uit te stappen. Er speelden zich hartverscheurende taferelen als zij de trein gewoon uitgeranseld werden, soms zonder afscheid te kunnen nemen. De trein trok weer op. Een afscheid voor altijd. Op 6 of 7 september kwam de trein in Auschwitz aan, waar Bella Boasson vrijwel onmiddellijk werd vergast.

De groep mannen, onder wie Boasson, kwam terecht in Anhalt, waar zij onder redelijke omstandigheden wegen moesten aanleggen. Daarna, in november of december 1942, werden zij overgebracht naar de mijnen van Fürstengrubbe, waar in zeer slechte omstandigheden moest worden gewerkt. Van de 900 gevangenen kwamen er daar in drie maanden 600 om. Vermoedelijk heeft Boasson deze nachtmerrie overleefd. In augustus 1943 is hij overgebracht naar het kamp Gräditz, ook in Silezië. Waarschijnlijk is hij daar aan uitputting gestorven [2].

Herinneringen
Herinneringen van een in leven zijnde Middelburger. Bezoek 15-2-2016 aan Henk Couzijn (83). Deze vertelde dat Boasson veel voor de armen heeft betekend. ‘Hij keek niet op een kwartje.’ En hij herinnerde zich dat de meubels uit Joodse huizen met grote rijnaken naar Duitsland werden vervoerd.

Verwanten
Marc Herman (Marcus Heijman) Boasson was de zoon van Mannes Gottlieb Boasson, koopman, en Betje de Jonge.

Hij had nog een broer Johan Jozef Boasson die werd geboren in Middelburg in 1882. Deze werd in 1884 ingeschreven in het bevolkingsregister op Markt 14, het ouderlijk huis van de Boassons. Johan Jozef werd ingeschreven op de Latijnse school en promoveerde in 1900. In 1913 werd hij als meester in de rechten lid van het Zeeuwsch Genootschap.

Daarnaast was er Elisabeth Margot Boasson, geboren Middelburg 1884. Zij trouwde in Middelburg in 1906 met de in Leeuwarden geboren advocaat en procureur Benjamin Hes. Elisabeth Margot overleed in Goes op 24 oktover 1977 op de leeftijd van 93 jaar. Hun dochter Bets Henriëtte Hes (1910-1988) trouwde met Maximiliaan Drielsma. Een dochter van dit echtpaar leeft nog.

In een politieblad komen we een andere verwante tegen: Elisabeth Isabella Boasson, geboren te Middelburg 6 mei 1917, omgebracht 29 augustus Auschwitz. De Commissaris van politie te Leiden verzocht opsporing, aanhouding en voorgeleiding. Zij was voortvluchtig met het persoonsbewijs van een ander! Alg. politieblad, nr.37 17 sep 1942

Deze gegevens zijn onder meer verzameld door A. van Kralingen-den Besten, ter nagedachtenis.

Marc Herman Boasson
Middelburg, 11 oktober 1887
Extern kommando Gräditz, 20 augustus 1943
Bereikte de leeftijd van 55 jaar

Bella Boasson-Sanders
Amsterdam, 3 augustus 1891
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 51 jaar

[1] Bron over Bella, uit het Zeeuws Archief, dossiernr. 1992.57, collectantenlijst.
[2] Uit: ‘Opkomst en ondergang van een wethouder’, in de sjoel van Middelburg, door J.J. van der Weel. Deze vermeldt ook de grootvader, Hijman Boasson 1764-1840, als een stoffenverkoper.