Abraham Spalter, Delphine Spalter-Dreijfuss en hun zoon Roger

03_IMG_0177Korte Groendal 32

 

 

 

 

 

Abraham Spalter en Delphine Dreijfuss. Collectie J.A. Spalter.
Abraham Spalter en Delphine Dreijfuss. Collectie J.A. Spalter.
Roger Spalter. Collectie J.A. Spalter.
Roger Spalter. Collectie J.A. Spalter.

Abraham Spalter werd op 4 april 1877 geboren in Zelechow Maly (Polen) als zoon van Mozes Spalter en Marjem Rechil Katz. In 1896 besloot hij een opleiding boekbinden te gaan volgen en liet hij zich als leerling boekbinder inschrijven in Zloczow (tegenwoordig Oekraïne). Rond 1899 werd hij gezel en na negen jaar behaalde hij in 1903 hier het diploma meester-boekbinder. Vijfentwintig jaar oud besloot hij zijn geluk in Parijs te gaan beproeven.

 

Diploma Boekbinderij op 12-5-1903 uitgereikt aan Abraham Spalter. Collectie J.A. Spalter.
Diploma Boekbinderij op 12-5-1903 uitgereikt aan Abraham Spalter. Collectie J.A. Spalter.

In Parijs werkte Albert – zoals hij zich nu noemde – vanaf 1 augustus 1903 gedurende zes jaar als chef boekbinden bij het bedrijf Simon & Samuel. Vermoedelijk nam hij ontslag om zich meer bezig te kunnen houden met het ambachtelijke werk. Simon & Samuel waren volgens een meegegeven getuigschrift zeer tevreden geweest over ‘son travail et de son honnêteté’. In deze jaren trouwde Albert met Henriëtte Rosen. Samen gingen zij in Romainville Seine wonen, waar hun zoon Georges op 7 januari 1907 geboren werd. Een gelukkig gezinsleven was het echtpaar echter niet gegund. Henriëtte overleed al snel, op 7 juli 1910. Albert, die met een driejarig zoontje was achtergebleven, hertrouwde een jaar later in Parijs op 6 juli 1911 met een meisje uit het Elzasser dorpje Mertzwiller, Delphine Dreijfuss, geboren op 15 mei 1883. Uit dit huwelijk werd op 28 juli 1912 wederom een zoon geboren die zij Roger noemden.

Mozes Spalter, vader van Abraham. Collectie J.A. Spalter.
Mozes Spalter, vader van Abraham. Collectie J.A. Spalter.
Belgisch Vluchtelingen Register, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Belgisch Vluchtelingen Register, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Zierikzeesche Nieuwsbode 9-10-1914.
Zierikzeesche Nieuwsbode 9-10-1914.

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op 28 juli 1914 besloot Albert Spalter per 1 augustus 1914 ontslag te nemen bij zijn toenmalige werkgever Magnier Frères en te proberen met zijn gezin via België naar het neutrale Nederland te vluchten. Ze kwamen in Zeeland in Zierikzee terecht. Veel van deze Belgische vluchtelingen werden in eerste instantie door particulieren opgevangen, anderen kwamen terecht in een barakkenkamp even buiten de stad. De familie Spalter vond in eerste instantie onderdak bij de familie Fränkel in het Vrije 10 (toen A 238), maar kon al snel een eigen woning aan het Korte Groendal 32 (toen D 458) betrekken.

Belgisch Vluchtelingen Register, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Belgisch Vluchtelingen Register, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Belgisch Vluchtelingen Register, Gemeentearchief Schouwen-Duiveland.
Zierikzeesche Nieuwsbode 9-10-1914.

 

 

 

 

Korte Groendal 32. Foto J. Kroesen.
Korte Groendal 32. Foto J. Kroesen.

In Zierikzee vond Albert werk als boekbinder bij de firma Ochtman & Zoon, die zowel een winkel in de Lange Nobelstraat als een boekwinkel aan de Appelmarkt, op de hoek met de Korte St. Janstraat had. Blijkbaar werkte hij hier naar tevredenheid. In 1919 kreeg hij van de firma een lovend getuigschrift, waarop stond dat men hem had leren kennen ‘als een hoogst beschaafde en ijverige man, wiens gedrag niets te wenschen overlaat’.

Getuigschrift 21-6-1919. Collectie J.A. Spalter.
Getuigschrift 21-6-1919. Collectie J.A. Spalter.

Het leven in Zierikzee moet het gezin Spalter bevallen zijn. Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog keerden zij niet naar Parijs terug. Integendeel, in maart 1927 vroeg Abraham Spalter – zoals hij zich nu weer noemde – een bouwvergunning voor het pand in het Korte Groendal aan; op 22 juli van dat jaar kreeg hij officieel het Nederlands staatsburgerschap. Toen kon hij zich ook actief gaan inzetten voor de plaatselijke politiek en stelde hij zich bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen kandidaat voor de Vrijzinnig-Democraten. Zoon Roger was inmiddels in 1925 bar mitswa geworden.

 

In 1925 werd zoon Roger Bar Mitswah. Collectie J.A. Spalter.
In 1925 werd zoon Roger Bar Mitswah. Collectie J.A. Spalter.

In 1925 was Abraham Spalter ook lid geworden van de Zierikzeese vrijmetselaarsloge De Ster in ’t Oosten. In 1925 werd hij ingewijd als leerling vrijmetselaar, in 1927 verheven tot meester. Zijn zoon Georges zou daar later (1984) in het voorwoord van zijn kandidaatsscriptie over Jan van Ruusbroec iets over schrijven:
Mijn vader, afkomstig uit Oostenrijk, was volgens toenmalige Joodse traditie reeds op de leeftijd van 4 jaar met het leren van het Oude Testament begonnen en op oudere leeftijd met de aansluitende testamentische literatuur. Hij kwam in aanraking met jiddische schrijvers als Peretz en Schalom Asch, die het specifieke joodse leven van het platteland tot hun onderwerp hadden. Als vak koos hij de boekbinderij, die hij eerst in Oostenrijk en daarna in Parijs uitoefende. Als gevolg van W.O. 1 kwamen wij in Nederland en belandden in Zierikzee, waar mijn vader direct werk vond. In de binderij werkte hij alleen. Regelmatig kwam hij in aanraking met het Nieuwe Testament, dat door het vele gebruik dikwijls gerepareerd moest worden. Tussen zijn werk door las hij weleens een hoofdstuk en begon zich nu ook voor het Nieuwe Testament te interesseren. Het gevolg was, dat bij ons niet-joodse vrienden over de vloer kwamen. Interessante gesprekken tussen de goed onderlegde Jood en de goed onderlegde, dikwijls Calvinistische Christenen vonden regelmatig plaats. Totdat op zekere dag mijn vader in aanraking kwam met een vrijzinnige predikant, die vrijmetselaar bleek te zijn. Een voor hem onbekende nieuwe wereld opende zich. Het resultaat was, dat hij zonder schroom tot de Orde toetrad. Langzamerhand ontstond bij ons thuis een andere sfeer. Mijn vader, resp. wij sloten vriendschappen met mensen, die wij voordien nooit ontmoet zouden hebben. Een strikt persoonlijke opmerking wil ik hieraan toevoegen. De enkele woorden aan mijn vader gewijd dienen de grafsteen te vormen op zijn onbekend graf.
Het schootsvel dat zijn vader had gedragen, werd in 1993 door Georges aan de loge geschonken. Het hangt nu in het logegebouw.

Schootsvel van Abraham Spalter. Collectie Loge de Ster in ’t Oosten.
Schootsvel van Abraham Spalter. Collectie Loge de Ster in ’t Oosten.
Georges Spalter als kind. Collectie J.A. Spalter.
Georges Spalter als kind. Collectie J.A. Spalter.
Roger Spalter als kind. Collectie J.A. Spalter.
Roger Spalter als kind. Collectie J.A. Spalter.

Beide zonen bleken ook goed te aarden in Zierikzee en gingen daar naar school. Roger bezocht de Mulo, Georges de Rijks HBS, waar hij geen gemakkelijke leerling moet zijn geweest. Op zijn overgangsrapport naar de vierde klas stond als aantekening bij gedrag: berispelijk. Hun verdere carrière liep ook anders. Waar Georges in de handel ging, bleek Roger zeer muzikaal. Na een kort intermezzo als kantoorbediende op de Scheldebank in Zierikzee, koos Roger, die een bijzonder talent voor het vioolspel bleek te hebben, in 1931 alsnog voor een opleiding aan het Vlaamsch Conservatorium in Antwerpen. Zijn vader schreef voor hem een aanbevelingsbrief die, nadat Roger auditie had gedaan, in lovende termen werd beantwoord. Wel werd er benadrukt dat hij, gezien zijn wat hogere leeftijd, ‘op twee jaren meer moet doen dan anderen op vier jaren’. Getuige de Zierikzeesche Nieuwsbode die steeds van zijn vorderingen berichtte, wist hij aan deze eis te voldoen. Het ene na het andere examen werd door hem met goed gevolg afgelegd.

Zierikzeesche Nieuwsbode 21-9-1931.
Zierikzeesche Nieuwsbode 21-9-1931.
Brief van Roger d.d. 1-7-1932, waarin hij meedeelde geslaagd te zijn voor een van zijn examens. Collectie J.A. Spalter.
Brief van Roger d.d. 1-7-1932, waarin hij meedeelde geslaagd te zijn voor een van zijn examens. Collectie J.A. Spalter.
Zierikzeesche Nieuwsbode 13-7-1934.
Zierikzeesche Nieuwsbode 13-7-1934.
Aankondiging van een concert in het concertgebouw van Zierikzee, 7-5-1935. Collectie J.A. Spalter.
Aankondiging van een concert in het concertgebouw van Zierikzee, 7-5-1935. Collectie J.A. Spalter.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijdens zijn studie trad Roger bij verschillende gelegenheden in Zierikzee en daarbuiten op. In juli 1934 rondde hij zijn studie af en probeerde hij de kost te verdienen met zijn muziek. Zo bood hij zich tijdens zijn vakantie in Zierikzee in het najaar van 1936 aan als leraar voor gevorderde vioolspelers.

Zierikzeesche Nieuwsbode 4-4-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 4-4-1932.
Zierikzeesche Nieuwsbode 13-8-1936.
Zierikzeesche Nieuwsbode 13-8-1936.

 

 

 

 

 

 

 

Een aanstelling bij de Vlaamsche Philharmonie deed hem in mei 1937 besluiten naar Antwerpen te verhuizen. Het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog maakte echter een eind aan het orkestleven. In de zomer van 1940 werd Roger ontslagen en keerde hij noodgedwongen naar zijn ouderlijk huis terug. Op 3 augustus trok hij weer bij zijn ouders in het Korte Groendal in. Hij bleef echter optreden, onder meer in 1941 in Dordrecht, waar zijn broer Georges woonde. Vermoedelijk was dit op uitnodiging van Diet Kloos-Barendregt, een zangeres die tussen maart 1941 en begin 1942 huisconcerten verzorgde bij Joodse Dordtenaren die over een groot huis beschikten en plaats konden bieden aan zo’n dertig betalende luisteraars. De opbrengst daarvan was bestemd voor Joodse musici die vanwege hun Jood zijn zonder werk waren. Zo ondersteunde zij ook Roger Spalter.

Georges werkte na het behalen van zijn HBS-diploma in 1927 als klerk op het gemeentehuis, waar hij een goede band had met burgemeester mr. A.J.F. Fokker, die hij in een overlijdensannonce zijn patroon noemde. In 1931 vertrok hij voor korte tijd naar Schiedam, maar in 1934 keerde hij terug naar Zierikzee, waar hij net als zijn vader actief werd in de plaatselijke politiek. In 1936 was hij voorzitter van de plaatselijke Vrijzinnig Democratische Jongeren Organisatie.

Zierikzeesche Nieuwsbode 8-3-1929.
Zierikzeesche Nieuwsbode 8-3-1929.
Bijeenkomst van de Vrijzinnig Democraten in Veere op 6-8-1936. Georges Spalter staat helemaal links achteraan. Collectie J.A. Spalter.
Bijeenkomst van de Vrijzinnig Democraten in Veere op 6-8-1936. Georges Spalter staat helemaal links achteraan. Collectie J.A. Spalter.
Verlovingskaartje Georges en Lieselotte.
Verlovingskaartje Georges en Lieselotte.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Op 7 juli 1938 trouwde Georges met de Amsterdamse Lieselotte Wolf, die met haar familie in de jaren ’30 Duitsland ontvlucht was. Haar ouders zouden later via Westerbork in Theresienstadt terechtkomen, waar zij overleden. Georges en Lieselotte gingen in Dordrecht wonen aan de Bilderdijkstraat 29. Daar werd op 3 september 1939 hun dochter Mirjam geboren. Dit gezin overleefde geholpen door Diet Kloos de oorlog in de onderduik. Hun verhalen zijn te vinden op www.struikelstenen-dordrecht.nl, het Joods Document Zaanstreek en het nummer van De Klin van 1 januari 1996. Georges Spalter overleed op 21 februari 1997, zijn vrouw Lieselotte op 28 februari 1993.
Abraham Spalter, zijn vrouw Delphine en hun zoon Roger werden in het voorjaar van 1942 gedwongen hun woning in Zierikzee te verlaten en naar Amsterdam te verhuizen. Hier kwamen zij terecht in de Staalstraat 12 I. Van daar werden zij gedeporteerd, waarna zij alle drie in de kampen omkwamen.

Jan Kroesen

Abraham Spalter
Zelechow Maly, 4 april 1877
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 65 jaar

Delphine Spalter-Dreijfuss
Mertzwiller, 15 mei 1883
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 59 jaar

Roger Spalter
Parijs, 28 juli 1912
Midden-Europa,15 maart 1945
Bereikte de leeftijd van 32 jaar

 

 

Het gezin van Dam

Park de Griffioen 10

abrahamvan-dam-struikellsteenOp Park de Griffioen 10 woonde het gezin van Dam. Philip Isaac van Dam, geboren 22 mei 1912 te Rotterdam, zijn vrouw Henriette van Dam – Polak, geboren 6 april 1013 te Middelburg en hun zoontje Abraham van Dam, geboren 31 oktober 1935 te Sint Laurens.

Over het gezin van Dam is weinig bekend. De eerste melding in het adresboekje van de gemeente Middelburg is in 1942, het jaar van hun verplichte deportatie. In 1938 woonde het gezin nog aan de Noordweg. Het huwelijk tussen Philip en Henriette vond plaats op 14 november 1934 in Koudekerke. Als beroep voor Philip staat vermeld: koopman[1].

Philip Isaac van Dam is een zoon van Abraham van Dam en Emma Goldstein. Hij is vermoord in Auschwitz, 31 december 1942. Hij bereikte de leeftijd van 30 jaar. Philip had een oudere broer, Samuel, en een jongere zuster, Duifje van Haren-van Dam die allebei de oorlog overleefd hebben en na de oorlog naar British Columbia in Canada verhuisd zijn.

Henriette van Dam-Polak is een dochter van Lion Polak en Sara Braasem. Zij bereikte de leeftijd van 30 jaar.

Hun zoontje Abraham van Dam is samen met zijn moeder  vermoord in Auschwitz, 21 september 1942. Hij bereikte de leeftijd van 6 jaar.

Ze was de zus van Mouritz, Mozes en Simon Polak. De oudste twee broers hebben de oorlog overleefd. Mouritz is overleden in Amerika, Los Angeles in 1972, Mozes in Middelburg in 1965. Simon is vermoord in Auschwitz, 21 september 1943.

Mozes neemt met zijn broer Mouritz in 1920 zaak van zijn vader, handel in lompen, over. De zaak bleef na WOII in Middelburg, en groeide uit van 33 man in 1946, tot 123 in 1951 en 600 in 1968. Polak Recycling is dan het grootste bedrijf van Nederland in de metaalsector. Toen zijn broer Mouritz emigreerde zette hij het bedrijf voort met zijn kinderen.

Neeltje van Doorn

Philip Isaac van Dam
Rotterdam, 22 mei 1912
Auschwitz, 31 december 1942
Bereikte de leeftijd van 30 jaar

Henriette van Dam-Polak
Middelburg, 6 april 1913
Auschwitz, 21 september 1942
Bereikte de leeftijd van 30 jaar

Abraham van Dam
Sint Laurens, 31 oktober 1935
Auschwitz, 21 september 1942
Bereikte de leeftijd van 6 jaar

[1] Zie www.geni.com onder Henriette Polak

Het gezin Boasson

Park de Griffioen 2
Op Park de Griffioen 2 woonde het gezin Boasson.

Marc Herman Boasson was manufacturier aan Markt 24-28. Hij liet dit huis bouwen in 1936 en bewoonde het met zijn vrouw Bella Sanders tot maart 1942. Boasson was wethouder van de gemeente Middelburg. Hij trad af nadat de stad door de Duitsers bezet was.

Historie
Marc Herman Boasson werd geboren te Middelburg op 11 oktober 1887. Als tweede zoon uit het gezin kwam hij niet in aanmerking om te gaan studeren. Hij ging na zijn schoolopleiding in zaken, samen met zijn neef I.M. Boasson.

De zaak
De textielzaak M.H. Boasson & Zonen, een groothandel leverde kant, bont en laken aan textielwinkels op het platteland, ook voor de toen gebruikelijke klederdracht. De zaak bestond al generaties lang, zijn grootvader Hijman Boasson, 1764-1840, was al stoffenverkoper. De zaak bleek een stevige economische basis te hebben, waardoor de crisis van de jaren dertig geen vat op haar kreeg. Het zakenpand op de Middelburgse markt overleefde de crisis.

Wethouder
Boasson trouwde op 6 dec 1918 met de vier jaar jongere Bella Sanders. Zij kregen geen kinderen. De Joodse gemeenschap in de stad waar Boasson deel van uitmaakte, telde  veel mensen met een groot verantwoordelijkheidsgevoel als het ging om de belangen van de stad. Boasson had een grote maatschappelijke belangstelling, die leidde tot politieke belangstelling. De textielhandel had niet zijn grootste liefde, in 1931 liet hij zich kandideren voor de Vrijzinnig Democratische Bond voor de gemeenteraad. Boasson moet perfect in die partij gepast hebben, en op 1 september 1932 mocht hij dan ook een zetel gaan bezetten in de raad van Middelburg.

Hij werd beëdigd en geïnstalleerd door burgemeester Dumon Tak, die bij die gelegenheid zei: ‘De nu volgende 4-jarige periode vangt aan onder zeer ongunstige financiële omstandigheden.’ Maar ruim een jaar later ontstond er een vacature door het overlijden van wethouder mr. A. A. De Veer, waarin Boasson benoemd werd. Een vetpot kon het niet worden in het wethouderschap: Middelburg was een kleine stad en telde 31 december 1932 slechts 18.849 inwoners. Hij verdiende per jaar 2000 gulden, terwijl de burgemeester 7000 per jaar verdiende.

gemeenteraad-middelburg

Maar Boasson hield zijn onderneming aan, en we mogen aannemen dat het een begin was van zeven gelukkige jaren, waarin hij zijn bestuurlijke bekwaamheden kon ontplooien.

Ook Bella was maatschappelijk actief [1]. In de collectantenlijsten voor de reclassering vinden we dat zij met bus nr. 4, f 7,55 heeft opgehaald en dat er op 6 december voor de laatste keer wordt gecollecteerd. Ook staat beschreven in een reglement dat er bij de Israëlieten, vanwege sabbat, niet op zaterdag moest worden gecollecteerd. Intussen werd een maand na Boassons benoeming, op 30 januari 1933 in Duitsland Adolf Hitler tot rijkskanselier benoemd. Dit zou de Boassons uiteindelijk noodlottig worden. In Middelburg werd het naderende geluid van onweer wel gehoord, maar het beïnvloedde het leven niet.

Verhuizing
In 1936 verhuisden de Boassons van Noordsingel 174, naar Park de Griffioen 2.

Dit huis had hij in dat jaar laten bouwen, op een prachtig punt met uitzicht op het water van de Vest en de molen. Boasson was inmiddels een ervaren wethouder, en had zich een bekwaam bestuurder betoond. Hij trad op als locoburgemeester toen Van Walré de Bordes al snel na zijn aantreden overwerkt was geraakt. De raadsvergaderingen van 28 februari en 3 april 1940 werden dan ook door hem voorgezeten. Dit, voor hem laatste, raadsdebat had betrekking op een wijziging van de schoolgeldverordening voor het gymnasium. De bedoeling was dat kinderen van onbemiddelde ouders in aanmerking kwamen voor kosteloze verstrekking van boeken, mits zij goede leerlingen waren. Het criterium hierbij was een gemiddeld cijfer van een zeven. Het was in deze voor Boasson vertrouwde wereld van beschaving, van redelijkheid en afweging dat de orkaan uit het oosten losbarstte, waarvan zeven jaar eerder het gerommel was gehoord.

10 mei 1940
Op die stralende morgen in mei om half vier loste de 16e Batterij Luchtdoel-artillerie, bij de Schroeweg in Middelburg, de eerste salvo’s op Duitse vliegtuigen. De Boassons moeten, net als hun lotgenoten, dadelijk beseft hebben wat er te wachten stond. Toen de Duitse legers onweerstaanbaar bleken, vertrok het echtpaar op 14 mei naar Zeeuws-Vlaanderen. De burgemeester had dit aangeraden, maar het besluit had Boasson laten twijfelen tussen plichtsbesef en lijfsbehoud. Erg ver komen ze niet. In Aardenburg vinden zij onderdak bij vrienden, en ze slagen er niet in verder te komen en de Duitsers voor te blijven, zoals dat sommigen wel is gelukt. Hij moet in Zeeuws-Vlaanderen nog actief zijn geweest, want hij brengt nog een rapport uit aan de militaire autoriteiten over ongeregelde troepen. Intussen zijn in de vuurzee van het Duitse bombardement op 17 mei in Middelburg 573 panden, woonhuizen en zakenpanden verwoest, waaronder ook de textielzaak.

Begin juni keert het echtpaar Boasson naar de gehavende stad terug. Heeft hij toen al beseft dat alles verloren was? In elk geval schrijft hij dadelijk een brief aan de voorzitter van de raad waarin hij zijn terugtreden als wethouder meedeelt. Met het motief dat de wederopbouw van zijn zaak het onmogelijk maakt om zijn wethouderschap voort te zetten.

Op 7 juni komt de raad bijeen in het huis ‘De Griffioen’, op een steenworp afstand van het woonhuis van Boasson. Daarbij wordt de ontstane vacature ingevuld door de heer Kögeler, die zijn waardering voor Boasson laat doorklinken in zijn uitspraak dat hij een zware taak op zich neemt, te meer omdat hij Boasson moet vervangen. Boasson is als raadslid nog aanwezig en bedankt voor de samenwerking.

Dat was het dan. Als Boasson naar zijn huis loopt, weet hij zich beroofd van zijn wethouderschap en van zijn zaak. In november worden de Joodse raadsleden op last van de bezetter uit hun functie ontheven. In de vergadering van 23 december wordt zijn naam zelfs niet meer genoemd, hij is onpersoon geworden. De maatregelen van de bezetter volgen elkaar snel op. In de herfst van 1941 verschijnt een zogenaamde Verwalter die de textielzaak overneemt, en dus de eigenaren hun zaak en broodwinning ontneemt. Steeds verder sluit zich het net. Op 22 oktober 1941 kwam Boasson bij zijn hem persoonlijk bekende advocaat mr. A.J. v.d. Weel. Kon hij een lastgeving opstellen waarbij zij de advocaat machtigen hun zaken te behartigen bij afwezigheid? Aan dat verzoek werd voldaan. Het document gedateerd 27 februari 1942 laat in juridische bewoordingen iets zien van wat komen ging. Het stuk luidt het begin van het einde in, want eind februari was bekend geworden dat in Zeeland wonende Joden moesten vertrekken naar Amsterdam. Niemand wist het precies, maar het gevoel dat zij niet meer terug zouden keren zal hebben overheerst.

Vertrek en deportatie
Op dinsdag 24 maart s’ morgens kwam de politie bij de Boassons en bij hun lotgenoten aan huis. Hun bagage was weer gepakt, wat ze konden dragen mochten ze meenemen. Zij overhandigden de sleutels aan de politie, en trokken voor het laatst de deur van hun huis achter zich dicht. Het was weer een stralende morgen, en zij gingen hun laatste gang naar het station. Er stond aan weerszijden van de straten een stille menigte mensen, bij wijze van afscheid voor de Boassons en hun lotgenoten. In Amsterdam hebben zij nog vijf maanden gewoond, aan de Plantage Muidergracht 29, bij de familie Levie. Toen eind augustus, begin september de arrestaties begonnen, zaten de mensen elke avond op van de zenuwen te wachten op het moment dat het deportatiebevel hen zou treffen. Lang duurde voor hen die spanning niet, want op 2 september werd om 10 uur s’ avonds aangebeld. Het waren Nederlanders, gewone politiemannen, zij gaven de Boassons tien minuten de tijd om hun spullen te pakken. De heer Levie heeft het op 3 september 1942 opgeschreven, in een brief aan de heer A. J. v. d. Weel, Londense Kade 7, Middelburg.

Deze brief is in het dossier bewaard omdat de heer Van der Weel de gevolmachtigde was. De heer Levie verwoordt nog die laatste avond dat zij bij elkaar zaten, toen de bel ging. Hij schrijft: gelukkig hielden zij zich erg goed, en sprak hij Boasson nog even apart, die hem nog papieren, sleutels en geld gaf, wat hij als postpakket meezond. Omdat de oudste dochter van de familie Levie bij de Joodse Raad werkte en zelfs veel invloed had, zijn stappen ondernomen tot vrijlating. Het bureau heeft de hele nacht doorgewerkt. Toch was alles tevergeefs, het was de eerste plicht transporten vol te maken.

De Boassons kwamen de volgende dag, 3 september, aan in Westerbork. Op 4 september ving de reis al aan naar het oosten, toen nog in personenwagons, de goederenwagons kwamen pas in 1943. Drie dagen en nachten duurde de reis meestal. Mag Auschwitz een reisdoel genoemd worden?

Wie wist dat de trein 60 km ten westen van Auschwitz tot stilstand zou komen? Daar klonken de orders dat mannen tot ongeveer 50 jaar moesten uitstappen. Hoewel Boasson wat ouder was gold het ook voor hem. Zo werden er tweehonderd mensen gedwongen uit te stappen. Er speelden zich hartverscheurende taferelen als zij de trein gewoon uitgeranseld werden, soms zonder afscheid te kunnen nemen. De trein trok weer op. Een afscheid voor altijd. Op 6 of 7 september kwam de trein in Auschwitz aan, waar Bella Boasson vrijwel onmiddellijk werd vergast.

De groep mannen, onder wie Boasson, kwam terecht in Anhalt, waar zij onder redelijke omstandigheden wegen moesten aanleggen. Daarna, in november of december 1942, werden zij overgebracht naar de mijnen van Fürstengrubbe, waar in zeer slechte omstandigheden moest worden gewerkt. Van de 900 gevangenen kwamen er daar in drie maanden 600 om. Vermoedelijk heeft Boasson deze nachtmerrie overleefd. In augustus 1943 is hij overgebracht naar het kamp Gräditz, ook in Silezië. Waarschijnlijk is hij daar aan uitputting gestorven [2].

Herinneringen
Herinneringen van een in leven zijnde Middelburger. Bezoek 15-2-2016 aan Henk Couzijn (83). Deze vertelde dat Boasson veel voor de armen heeft betekend. ‘Hij keek niet op een kwartje.’ En hij herinnerde zich dat de meubels uit Joodse huizen met grote rijnaken naar Duitsland werden vervoerd.

Verwanten
Marc Herman (Marcus Heijman) Boasson was de zoon van Mannes Gottlieb Boasson, koopman, en Betje de Jonge.

Hij had nog een broer Johan Jozef Boasson die werd geboren in Middelburg in 1882. Deze werd in 1884 ingeschreven in het bevolkingsregister op Markt 14, het ouderlijk huis van de Boassons. Johan Jozef werd ingeschreven op de Latijnse school en promoveerde in 1900. In 1913 werd hij als meester in de rechten lid van het Zeeuwsch Genootschap.

Daarnaast was er Elisabeth Margot Boasson, geboren Middelburg 1884. Zij trouwde in Middelburg in 1906 met de in Leeuwarden geboren advocaat en procureur Benjamin Hes. Elisabeth Margot overleed in Goes op 24 oktover 1977 op de leeftijd van 93 jaar. Hun dochter Bets Henriëtte Hes (1910-1988) trouwde met Maximiliaan Drielsma. Een dochter van dit echtpaar leeft nog.

In een politieblad komen we een andere verwante tegen: Elisabeth Isabella Boasson, geboren te Middelburg 6 mei 1917, omgebracht 29 augustus Auschwitz. De Commissaris van politie te Leiden verzocht opsporing, aanhouding en voorgeleiding. Zij was voortvluchtig met het persoonsbewijs van een ander! Alg. politieblad, nr.37 17 sep 1942

Deze gegevens zijn onder meer verzameld door A. van Kralingen-den Besten, ter nagedachtenis.

Marc Herman Boasson
Middelburg, 11 oktober 1887
Extern kommando Gräditz, 20 augustus 1943
Bereikte de leeftijd van 55 jaar

Bella Boasson-Sanders
Amsterdam, 3 augustus 1891
Auschwitz, 7 september 1942
Bereikte de leeftijd van 51 jaar

[1] Bron over Bella, uit het Zeeuws Archief, dossiernr. 1992.57, collectantenlijst.
[2] Uit: ‘Opkomst en ondergang van een wethouder’, in de sjoel van Middelburg, door J.J. van der Weel. Deze vermeldt ook de grootvader, Hijman Boasson 1764-1840, als een stoffenverkoper.