Jacob Cracau

Nieuwendijk 10, Vlissingen

Gymnastiekvereniging VTV circa 1912. Het tweede kind op de onderste rij is een van de jongens van de lompenhandel Cracau. Beeldbank gemeentearchief Vlissingen, foto 16155.

Jacob Cracau werd op 21 september 1909 in Vlissingen geboren. Hij was het zesde kind van Victor Cracau (overl. 1919) en Engeltje Frank (1880-1943). Toen Jacob tien jaar oud was, overleed zijn vader en zal hij zijn moeder in de firma in lompen en metalen, die de familie vanaf 1860 in Vlissingen bestierde, hebben moeten bijstaan. Mogelijk is hij het kind dat rond 1912 op een foto van de gymnastiekvereniging VTV is afgebeeld.

Afgezien van een voorlopige vrijstelling van dienstplicht in 1928 is over Jacobs persoonlijk leven weinig te vinden. Zakelijk ging het redelijk, al zal de hevige brand in het lompenpakhuis aan de Koestraat/hoek Paardenmarkt in november 1930 de nodige schade hebben aangericht. Door de felle wind had het vuur snel greep gekregen op de grote voorraad autobanden die ter plekke waren opgeborgen. Zo zelfs dat de brandweer de aangrenzende huizen had moeten ontruimen. De stank was ondraaglijk geweest en de brand smeulde nog dagenlang na. Gelukkig was de firma goed verzekerd en kon de opslagplaats in maart 1931 weer in gebruik genomen worden. Minder goed liep het af in februari 1932 toen de manufacturenwinkel in de Slijkstraat, die eveneens onder de paraplu van de firma Wed. V. Cracau en Zn opereerde, opeens in lichterlaaie stond. Hier ging het hele gebouw in vlammen op en moesten de buren in nachtkledij hun woningen ontvluchten. De strenge vorst die op dat moment heerste, had het bluswater in ijs veranderd.

Naarmate de oorlog dichterbij kwam, werd de sfeer in de stad benauwder. Toch lijkt Vlissingen in de jaren dertig weinig last van NSB-ers te hebben gehad. In de politierapporten zijn niet veel klachten te vinden. Een van de weinige die wel genoemd worden betreft Jacob Cracau. Op 26 aug 1939 noteerde de politie een klacht van koopman Jacob Cracau wegens belediging. Op de hoek van de Walstraat en de Lange Zelke had een colporteur van Volk en Vaderland hem toegeroepen: ‘Het is alles wat Rood en Jood is’. De klacht zal niet veel geholpen hebben.

Jacob moet een gerespecteerd man zijn geweest. In april 1940 werd hij door de rechtbank in Middelburg opgeroepen om te getuigen over de aankoop van enkele partijtjes lood, waarbij men vermoedde dat het gestolen waar was. Jacob verklaarde echter dagelijks dergelijke kleine partijen, die over het algemeen bij graaf- en bouwwerkzaamheden gevonden waren, op te kopen en mede dankzij zijn getuigenis gingen de beklaagden vrijuit. De firma Wed. V. Cracau en Zn zette de werkzaamheden ook na het begin van de bezetting door. In december 1941 was Jacob nog volop met handel bezig. Advertenties uit die maand noemen de gunstige prijzen die hij voor hazen- en konijnenvellen gaf. Hij bood zelfs vijf cent meer voor elk bij hem thuisbezorgd vel! In maart 1942 moest Jacob echter samen met zijn moeder Vlissingen verlaten en naar Amsterdam vertrekken, waar hij in de Vrolikstraat 301 ging wonen. Op 15 juli 1942 arriveerde hij in Westerbork, waar hij direct op transport naar het oosten werd gezet. Jacob Cracau werd op 19 augustus 1942 in Auschwitz vermoord.

Na de oorlog keerde zijn jongere broer Salomon terug naar Vlissingen. Hij zette de firma Wed. V. Cracau en Zonen voort. In een advertentie op 9 juli 1945 met de kop ‘We zijn er weer!’ werden de inwoners van Vlissingen hierop geattendeerd. Pas in 1972 werd de firma opgeheven.

Katie Heyning

Jacob Cracau
Vlissingen, 21 september 1909
Auschwitz, 19 augustus 1942
Bereikte de leeftijd van 32 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Zeeuws Archief, Zeeuwen gezocht
Krantenbank Zeeland
C. Steugel, A. Meerman en J. de Hond, Joods Vlissingen. Een roerige en bewogen geschiedenis, Vlissingen 2010