Emile Albertus Eckstein

Houtmarkt 8, Hulst

Portret van Emile Eckstein.

Emile Eckstein werd geboren in Hulst op 16 mei 1920. Hij was het vierde kind van de Joodse kleermaker Mozes Eckstein (Appingedam 26 augustus 1885 – Amsterdam 31 december 1961) en zijn rooms-katholieke echtgenote Maria Clotilda Stevens (St. Jansteen 19 december 1880 – Amsterdam 2 maart 1961), die op 10 juli 1914 in Sint Gilles Waes (België) in het huwelijk waren getreden. Met hun zes kinderen – vijf zonen en een dochter die allen rooms-katholiek gedoopt werden – woonden zij in Hulst.

 

Familie Eckstein met vier van hun zes kinderen.

Emile groeide op in Hulst en vond na zijn schooljaren werk als chauffeur/automonteur. In 1939 woonde hij nog bij zijn ouders op Houtmarkt 8. Doordat zijn vader Mozes Eckstein van de Duitse bezetter een G 51 status kreeg, moest hij Zeeland verlaten.

 

 

 

Met zijn ouders, broers en zuster verhuisde hij naar Amsterdam, waar zij in juli 1942 op Rapenburg 99 woonden. Vader Mozes werd opgepakt, maar werd volgens een aantekening in het Gemeentearchief van Hulst in juli 1943 uit Westerbork ontslagen, omdat hij met een rooms-katholieke vrouw getrouwd was en katholiek gedoopte kinderen had. Op één na overleefde het gezin Eckstein de oorlog. Emile werd op 23 maart 1943 – naar het schijnt wegens sabotage aan een Duitse vrachtwagen – opgepakt en naar kamp Vught gestuurd. Twee weken later ging Emile vanuit Westerbork op transport naar Sobibor waar hij bij aankomst werd vergast.

Katie Heyning

Emile Albertus Eckstein
Hulst, 16 mei 1920
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 22 jaar

Bronnen:
Joods Monument
Gemeentearchief Hulst