Rebekka Bartha Vriesman-van Wittene

Lange Delft 19 (voorheen 27)

Rebekka van Wittene werd geboren in Middelburg op 3 april 1896 als dochter van Levie van Wittene en Betje Braasem. Zij trouwde op 28 augustus 1918 met kleermaker Maurits Vriesman, die in Amsterdam was geboren op 14 april 1895 als zoon van pettenfabrikant Berend Vriesman en Henriëtte van Aalst. Samen kregen Rebekka en Maurits drie kinderen: Henriëtte geboren op 18 februari 1919, Levie Berend (Boudy) geboren op 17 april 1920 en Bernhard geboren op 22 september 1921.

Trouwfoto Rebekka Bartha Vriesman-van Wittene met Maurits Vriesman

Rebekka, die was opgegroeid in een warm en hecht gezin met zeven kinderen in de Middelburgse Heerenstraat, waar haar ouders een groothandel in chocolade en suikergoed hadden, was de eerste die het ouderlijk nest verliet. Samen met haar echtgenoot, die zich als kleermaker/coupeur in Middelburg vestigde, ging zij op de Dam wonen. Op 30 juni 1919 plaatste Maurits Vriesman een advertentie in de Middelburgsche Courant om het publiek te laten weten dat hij zich als ‘tailleur’ gevestigd had op Dam Zuidzijde G 60. Hij attendeerde in zijn oproep met name op zijn handigheid in het keren, repareren en oppersen van alle soorten dames- en herenkleding. Rebekka die in februari haar eerste kind had gekregen, adverteerde op haar beurt dat najaar om een net meisje voor overdag. Werk en kinderen blijken vertier echter niet in de weg te hebben gestaan. Aan het begin van de jaren twintig trok het gezin ’s zomers steevast met de kinderen naar het strand in Domburg. ’s Winters was er het jaarlijkse bal-masqué van de Gymnastiek- en Schermvereeniging Medioburgum. Samen met een van haar zusjes won Rebekka daar tot twee keer toe een prijs. In januari 1927 kregen zij verkleed als boertje en boerinnetje de eerste prijs in de categorie paren; in februari 1931 werd hun uitmonstering als ‘de kleine man en de dikke dame van de kermis’ eveneens met een eerste prijs beloond.

De zaak van Maurits Vriesman was in 1923 zover gegroeid dat hij de stap naar een grotere winkel waagde. Op Lange Delft B 113, op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat openden Maurits en Rebekka in 1923 The Columbia Import Shop, een winkel waar kleding en modegarnituren te koop waren en waar men zich met behulp van de modernste stoffen maatkostuums, jassen en andere kledingstukken kon laten aanmeten. Advertenties in de verschillende kranten geven een goed beeld van het assortiment dat zij voerden. De zaken gingen duidelijk goed en in het najaar van 1929 besloten zij naar een ander pand te verhuizen. Eind november werd de winkel op de hoek van de Nieuwe Kerkstraat opgeheven en verhuisde Kleeding- en Modemagazijn M. Vriesman & Co naar Lange Delft 144, recht tegenover Grand Hotel Verseput. Zaterdag 23 november sloot The Columbia Import Shop definitief haar deuren. Dinsdag 26 november opende de familie Vriesman haar nieuwe winkel op nummer 144. De Middelburgsche Courant van 26 november besteedde volop aandacht aan het geheel gemoderniseerde modemagazijn: ‘Reeds de beide flinke etalagekasten geven een indruk van het vele, dat in deze zaak te koop is, maar met recht geldt hier, dat men van buiten niet kan zien, wat er van binnen te koop is. In den winkel is de voorraad zeer groot en keurig gerangschikt, zoodat men beter dan in de oude zaak kan zien, wat er zooal voor moois gebracht wordt. Voor goede verlichting van winkel en uitstalkasten is gezorgd en de winkel mag weder als een goede aanwinst voor de eerste winkelstraat worden aangemerkt.’

Advertentie in de Middelburgsche Courant, 24-3-1924

De vreugde was echter van korte duur. In de nacht van 7 december brak op de Lange Delft een enorme brand uit, waarbij acht panden waaronder de winkel van Simon de Wit en Grand Hotel Verseput volledig in vlammen opgingen. Het nieuwe modemagazijn van Vriesman – recht tegenover Hotel Verseput – wist de brandweer voor totale vernietiging te behoeden. Met gevaar voor eigen leven hadden de spuitgasten door de slangen op het dak van Vriesman te hijsen de winkel en daarnaast gelegen panden weten te behouden. De ravage was echter enorm en een groot deel van de winkelvoorraad had brand- en waterschade opgelopen. Door met man en macht aan de heropening te werken, kon de winkel op 21 december weer open. Het publiek werd in advertenties opgeroepen zijn voordeel te komen doen met de spotprijzen waarvoor de goederen die door het water enigszins geleden hadden nu te koop werden aangeboden.

 

De brand in de Lange Delft, 1929. Zeeuws Archief, ZI-P-01889.

De jaren dertig verliepen gelukkig wat kalmer, al zal de onhandige schilder die op 7 janua ri 1930 bij het afbranden van de verf de middelste console van de daklijst in brand stak, de nodige emoties hebben opgeroepen. De schrik zat er natuurlijk goed in. De vlammetjes die uit de daklijst sloegen, werden echter snel gedoofd en de middelste console uit voorzorg verwijderd. De zaak liep goed, de kinderen groeiden in deze jaren voorspoedig op en vlogen na verloop van tijd een voor een uit. Dochter Henriëtte vertrok in augustus 1937 naar Blaricum en ging vervolgens in november 1939 als verpleegster in het Academisch Ziekenhuis in Leiden werken. Zoon Boudy, die in augustus 1939 geslaagd was voor zijn staatsexamen B, vertrok hetzelfde najaar naar Amsterdam om rechten te gaan studeren. Rebekka en Maurits bleven met hun jongste zoon wonen boven het winkelpand op de Lange Delft, dat na de nieuwe nummering als nr. 27 bekend stond.

Advertentie in de Middelburgsche Courant, 7-1-1931.
Ravage na de brand. De winkel van Vriesman is het pand aan de rechter kant, drie huizen van Simon de Wit. Zeeuws Archief, HTAM-P-0461.

 

 

 

 

 

 

 

 

Vlak voor de Duitse inval besloot Maurits Vriesman Nederland te verlaten. Samen met zijn zoon Bernhard en neef Mouritz Jesaijes trok hij naar Frankrijk, waar zij op 15 mei 1940 aankwamen. Toen bij de brand van Middelburg op 17 mei 1940 de Lange Delft voor de tweede keer in de as werd gelegd, stond Rebekka er alleen voor. Deze keer was ook het pand van de familie Vriesman volledig in vlammen opgegaan. Rebekka nam haar intrek bij familie op Lange Geere 30 en zette van daaruit het bedrijf zo goed mogelijk voort. Al op 28 mei adverteerde zij dat Kledingmagazijn M. Vriesman tijdelijk op Lange Geere 30 was gevestigd en dat bestellingen gaarne ingewacht werden. Pas op 16 augustus kon zij een noodwinkel in de daarvoor gebouwde galerij aan de noordzijde van de Dam tegenover de Handelsschool betrekken. De daaropvolgende anderhalf jaar was de winkel voor herenkleding en modeartikelen van M. Vriesman gevestigd op Dam 16. Hoewel ze ongetwijfeld hulp van anderen heeft gehad, moet het toch Rebekka geweest zijn die de winkel draaiend hield.

Noodwinkels op de Dam, 1940. Zeeuws Archief, ZI-P-8793.

Tussen 17 mei en 16 augustus 1940 woonde Rebekka tezamen met een aantal familieleden, waaronder haar moeder Betje van Wittene-Braasem op de Lange Geere 30. Of zij daar na de opening van de noodwinkel bleef of op Dam 16 introk, is niet helemaal duidelijk. Officieel bleef zij gevestigd op de Lange Geere. Ook haar oudste zoon Boudy, die volgens de aantekeningen op zijn gemeentelijke persoonskaart en de verhuisberichten in de Provinciale Zeeuwse Courant in juli 1941 vanuit Amsterdam naar Middelburg terugkeerde, staat tot maart 1942 vermeld als woonachtig op de Geere.

Portret dochter Henriette. Coll. Yad Vashem, Jeruzalem.
Portret zoon Boudy. Coll. Yad Vashem, Jeruzalem.

Net als bijna alle andere Joodse inwoners van de stad verliet Rebekka Middelburg op 24 maart 1942. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli 1942 meldde dat winkelierster R.B. van Wittene en L.B. Vriesman verhuisd waren van de Lange Geere 30 naar de Plantage Franschelaan 15 in Amsterdam. Of Boudy daar werkelijk gewoond heeft, is twijfelachtig. Omstreeks dezelfde datum nam hij zijn intrek op de Rivierenlaan 120 II (huidige Kennedylaan) bij de ouders van Hanny Michaelis, die hier in haar dagboek over schrijft. Rebekka werd als eerste van het gezin naar Westerbork en aansluitend naar Auschwitz gestuurd. Zij overleed op 1 oktober 1942 in Auschwitz. Boudy werd tijdens een razzia opgepakt en stierf in Auschwitz op 31 januari 1943, dochter Henriëtte overleed daar op 11 februari 1944. Alleen Rebekka’s jongste zoon overleefde samen met zijn vader de oorlog.

Katie Heyning

 

 

Rebecca Bartha Vriesman-van Wittene
Middelburg, 3 april 1896
Auschwitz, 1 oktober 1942
Bereikte de leeftijd van 46 jaar

Bronnen:
H. Michaelis, De wereld waar ik buiten sta, oorlogsdagboek 1942-1945, Amsterdam 2017
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Krantenbank Koninklijke Bibliotheek
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht