Lion Polak

Rouaansekaai 27

Lion Polak werd op 6 september 1925 in Middelburg geboren als zoon van Mouritz Polak (1899-1972) en Clara Helena Drielsma (1901-1994). Zijn jongere broer David werd op 11 maart 1929 geboren. Lion en David waren kleinzonen van Lion Juda Polak (1872-1937) en Sara Braasem (1869-1943). Voor haar werd in 2016 een struikelsteen op de Langevielesingel gelegd. Hun vader Mouritz dreef samen met zijn broer Mozes de door grootvader Lion opgerichte firma in lompen en metalen op de Loskade.

Uit de herinneringen die zijn jongere broer David later te boek stelde, blijkt dat Lion een prettige jeugd moet hebben gehad. Davids memoires staan vol anekdotes over bezoeken aan het vliegveld in Vlissingen, waar de jongens na aankomst van de KLM-vlucht uit Amsterdam stiekem in de cockpit kropen, over zomers aan het strand van Knokke, waar de familie jaarlijks een appartement huurde en over ‘ondeugende’ voorvallen onder aanvoering van opa Drielsma die bij hen in huis woonde. Lion bezocht van 1930 tot 1937 de Rijksleerschool Binnenstad, daarna ging hij door naar het gymnasium. Eindexamen heeft hij nooit kunnen doen. Vanaf de zomer van 1941 waren de Joodse leerlingen niet langer welkom en moest Lion noodgedwongen zijn opleiding staken.

Toen in het najaar van 1939 de politieke situatie verslechterde en de oorlog dichterbij kwam, sprak de familie Polak af en toe over de noodzaak van vertrek. Vader Mouritz ging zelfs met zijn hele gezin naar het Amerikaanse consulaat in Rotterdam om visa voor de Verenigde Staten te regelen. Tot daadwerkelijk weggaan kwam het echter niet, steeds was er weer een reden om het nog even uit te stellen. Pas in de meidagen van 1940 realiseerde de familie Polak zich dat zij Nederland beter konden verlaten. Op 14 mei verlieten Mouritz, zijn broers Mozes en Simon, zijn zusje Henriëtte en hun moeder Sara met echtgenoten en kinderen in vier auto’s van de ijzerhandel Polak de stad. Het begin was angstaanjagend. Al op de weg naar Koudekerke werden zij door een Duitse piloot bestookt en ook bij het Vlissingse station, waar de overtocht naar Breskens geregeld moest worden, ontsnapten zij ternauwernood aan het geweervuur. Omdat de veerpont alleen nog ’s nachts bleek te varen, moest bijna het hele gezelschap, dat 21 personen telde, de oversteek op een kleine duwboot wagen. Pas na het invallen van de duisternis sloten Mozes en Mouritz zich met de auto’s, waarvoor zij op de veerpont een plaats hadden weten te regelen, weer bij hun familieleden aan.

Lion Polak, Joods Monument.

Van Breskens ging de reis met horten en stoten verder. Even werd nog getwijfeld of het niet beter was via Calais naar Engeland te gaan. Berichten over voortdurende aanvallen op de boten naar Engeland, maakten Frankrijk een aantrekkelijker optie en na een tocht van een kleine veertien dagen streek het hele gezelschap neer in La Sauvagère, een klein dorpje in de Basse-Normandie, waar een groot huis werd gehuurd. Hun verblijf was echter van korte duur. Toen de Duitsers enkele weken later Nantes binnentrokken, oordeelde de familie het beter terug te keren. Eind september was de hele familie weer in Middelburg en nam het gezin van Mouritz Polak weer zijn intrek in het huis op de Rouaansekaai. Ditmaal met inwoning van de familie Sukkel, buurtgenoten die na de stadsbrand van 17 mei geen dak meer boven hun hoofd hadden en de leegstaande woning van de familie Polak hadden betrokken.

Het leven hernam na hun terugkeer zijn gewone gang, al werd het de Joodse inwoners van de stad in de daaropvolgende maanden steeds moeilijker gemaakt. Toen allen op 24 maart 1942 gedwongen werden de stad te verlaten en naar Amsterdam te gaan, moest ook het gezin van Mouritz Polak hieraan geloven. Alleen Lion lijkt eerder al vertrokken te zijn. De Provinciale Zeeuwse Courant van 6 februari maakt melding van de verhuizing van L. Polak van de Rouaansekaai 27 naar de Prins Hendriklaan 22 in Rijswijk. Mogelijk is hij vandaar naar Amsterdam gegaan. Van een verhuizing van zijn ouders en broer David wordt in de krant evenmin melding gemaakt. Volgens de memoires van David verliet het hele gezin de stad echter op 24 maart. In de hoofdstad huurde Mouritz Polak in eerste instantie een gemeubileerd appartement in de Gerrit van der Veenstraat, later verhuisden zij naar het Daniel Willinkplein. Daar kregen zij op een gegeven moment een oproep om zich op het Centraal Station te melden voor transport naar Oost-Europa.

De Rouaansekaai vanaf de Kinderdijk, 1920/30. Zeeuws Archief, ZI-P-02553.

Met hulp van de familie Sukkel – de buurtgenoten die na het bombardement op Middelburg in hun huis op de Rouaansekaai waren getrokken – werden nu valse persoonsbewijzen geregeld. De familie Polak heette voortaan Dijkstra. Op een warme zomeravond in augustus 1942 bewezen de nieuwe papieren hun nut. Toen hun straat werd afgesloten tijdens een razzia namen Mouritz, Clara en hun jongste zoon David het heft in handen, passeerden zonder problemen de barricade en namen de trein naar Utrecht waar een neef van meneer Sukkel hun onderdak bood. Lion, die nog geen nieuwe papieren had, bleef achter en zal verstopt in een kast een angstige nacht hebben beleefd. Vader Mouritz en broer David wisten hem echter de volgende dag dankzij op hun kleding gespelde SS-insignes en NSB-speldjes te bevrijden.

Het gezin van Mouritz Polak zou in de komende jaren op verschillende adressen verblijven. Soms gezamenlijk, soms van elkaar gescheiden. Uiteindelijk kwamen zij in de zomer van 1944 bijeen in Loosdrecht, waar zij eerst in Villa ’t Vissertje – eigendom van Dolf en Winny Wolthers, het echtpaar dat het gezin na hun vlucht uit Amsterdam in Utrecht had opgevangen -, en later op een woonboot in Breukelerveen onderdoken. Het einde van de oorlog naderde en Lion, die een Ausweis had weten te regelen, ging ertoe over met behulp van de uitzendingen van de BBC getypte nieuwsbulletins samen te stellen en die in het dorp te verspreiden. Helaas werd hij vlak voor de bevrijding door een van zijn lezers verraden. Op een zondagochtend in april 1945 deden vier SS-ers een inval in de woonboot en werd Lion meegenomen. De SS-ers behoorden tot het Commando Pieters, een groep Nederlandse SS-ers die in het nabijgelegen Witte Huis in Loosdrecht bivakkeerde en een afschuwelijke reputatie genoot. Tijdens zijn gevangenschap werd Lion zwaar mishandeld. Hij overleed uiteindelijk na een val waarbij hij met zijn hoofd op de stenen terecht was gekomen.

Wiegerinck beschrijft in zijn boek over dit commando hoe een medegevangene direct na de bevrijding vertelde hoe hij op een vrijdag in april een lijk uit de kelder had moeten halen en met een roeiboot naar het midden van de plas had moeten roeien. De plaats waar hij Lion – die hij als Leo Dijkstra kende – overboord gegooid had, zou hij toen hebben aangewezen opdat het stoffelijk overschot geborgen kon worden. Zijn broer David, die zodra dat kon op zoek ging naar Lion, meldt echter dat hij het was die hem tijdens zijn zoektocht in een sloot zag liggen. Uiteindelijk werd Lion bijgezet op de begraafplaats in Middelburg, waar zijn ouders en broer zo snel mogelijk naar terugkeerden. Later zouden zij naar de Verenigde Staten emigreren.

Katie Heyning

Lion Polak
Middelburg, 6 september 1925
Loosdrecht, 17 april 1944
Bereikte de leeftijd van 18 jaar

Bronnen:
D. Polak, That’s life [getypte herinneringen]
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
NIOD, Erelijst Verzet en Koopvaardij, database vervaardigd door J.W. de Leeuw
S. Wiegerinck, Het Commando Pieters; Hollandse SS-ers in Brummen en Loosdrecht april-mei 1945, Soesterberg 2014
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht