Samuel Cohen

Samuel CohenGortstraat 37 (nu Kerspel 19)

Samuel Cohen werd geboren in Vlissingen op 21 april 1898. Hij was van de vijf kinderen van Joseph Cohen (geboren in Den Haag als zoon van Abraham Cohen en Mirtje Hamme) en Catharina Hamme (geboren in Vlissingen als dochter van Leon Hamme en Esther de Beer) de enige die de middelbare leeftijd bereikte. Zijn drie zusjes – Mietje geboren in 1899, Esther Frederika geboren in 1902 en Helena geboren in 1905 – stierven allen binnen enkele maanden. Zijn broer Abraham, geboren in 1895, overleed in 1915. Zijn broer Leon, geboren in 1897, was 27 toen hij in 1924 stierf. Ook Samuels ouders, die op 20 februari 1895 getrouwd waren, overleden voor het uitbreken van de oorlog in respectievelijk 1936 en 1939.

Samuel bracht de eerste jaren van zijn leven in Vlissingen door. Pas op 2 maart 1918 verhuisde hij met zijn ouders naar Middelburg, waar zijn vader zich als koopman liet registreren. Eind 1930 blijkt Samuel samen met hen in de Lange Gortstraat te wonen, een pand waar naar het schijnt ook gewerkt werd. Advertenties in de Faam om eenieder een gelukkig nieuwjaar te wensen en de aankondiging dat bij hem de loten voor de loterij ten behoeve van de Joodsche Invalide verkrijgbaar waren, wijzen op een redelijk voorspoedig bestaan. In zijn vrije tijd was Samuel te vinden bij de Middelburgse damclub, waar hij deel uitmaakte van het eerste team. Bij de wedstrijd tussen Souburg I en Middelburg I op 22 februari 1937 wist hij echter niet te winnen. Maar niet getreurd. Hoewel Samuel gelijk gespeeld had tegen J. van Eenennaam, hadden de Middelburgers hun tegenstanders met 11-4 verslagen.

Vanaf maart 1940 adverteerde Samuel bijna maandelijks in de lokale kranten om de aandacht te vestigen op het tweedehands huisraad dat bij hem verkrijgbaar was. Kabinetkachels, linnenkasten, kapstokken, spiegels, vloerkleden, spiegels en dergelijke werden door hem opgekocht en aangeboden. Eerst in de Gortstraat 37, na het bombardement op Middelburg waarbij zijn huis totaal uitbrandde, in de Lombardstraat 36 en vanaf maart 1942 in de Latijnsche Schoolstraat 23. De verwoesting van zijn woning dwong Samuel ook elders woonruimte te zoeken. Het was niet eenvoudig, twee jaar lang zwierf hij door de stad. Eerst vond hij onderdak in een pakhuisje in de Jodengang, vanaf mei 1941 woonde hij op Koepoortstraat 15 en vanaf maart 1942 op Seisdam 32. Het pand Gortstraat 37 werd niet meer opgebouwd. De struikelsteen voor Samuel Cohen wordt op de plaats gelegd waar het pand zich volgens de kadastrale kaart voor mei 1940 bevond.

Samen met de andere Joodse inwoners van Middelburg werd Samuel Cohen op 24 maart 1942 gedwongen de stad te verlaten. De Provinciale Zeeuwse Courant van 30 juli meldde dat S. Cohen verhuisd was van de Seisdam 32 in Middelburg naar de Plantage Franschelaan 11 hg in Amsterdam. Vanuit Westerbork werd hij op 6 april 1943 naar Sobibor gedeporteerd, waar hij op 9 april overleed.

Katie Heyning

Samuel Cohen
Vlissingen, 21 april 1898
Sobibor, 9 april 1943
Bereikte de leeftijd van 44 jaar

Bronnen:
L.W. de Bree, Zeeland 1940-1945, Middelburg 1979
Joods Monument
Krantenbank Zeeland
Zeeuws Archief, Zeeuwen Gezocht