Izaac Philip Joël de Groot

Noordbolwerk 15

Izaac Philip Joël de Groot werd geboren in Middelburg op 30 augustus 1877, als zoon van Machiel Izaac de Groot en Esther Sijes. Na hem werden er nog drie kinderen geboren die allemaal nog geen jaar oud werden. Izaac trouwde op 15 augustus 1905 in Krefeld (Duitsland) met Alice Leven, de dochter van Leopold Leven en Henriette Kahn. Samen gingen zij in Middelburg in de Spanjaardstraat 3 wonen, waar zij twee zonen kregen: Machiel in 1906, Leopold in 1913.

Het ging het gezin goed. Izaac de Groot was vanaf het begin van de twintigste eeuw als beëdigd makelaar in Middelburg betrokken bij de aan- en verkoop van een groot aantal panden. Daarnaast was hij tot 1930 agent van de ‘NV Brandverzekering Maatschappij Holland van 1859’. Maar hij stond in de stad vooral bekend als lid van de familie die het Vendu- of Notarishuis op het Abdijplein exploiteerde.

Het Notarishuis in de hoek van het Abdijplein rond 1885/1890. Foto Zeeuws Archief, ZI-II-2601-01.
Het Notarishuis in de hoek van het Abdijplein rond 1885/1890. Foto Zeeuws Archief, ZI-II-2601-01.

Het Vendu- of Notarishuis was een begrip in Middelburg. Isaacs overgrootvader, Emanuël Aaron de Groot, die in 1820 uit Den Haag naar Middelburg kwam, was de oprichter geweest. Naast een manufacturenzaak in de Beddewijkstraat was hij in 1835 in dezelfde straat een particulier venduhuis begonnen. Zijn zoon Izaak Emanuel, geboren in 1822, stond hem al snel in beide ondernemingen terzijde en zou later de leiding overnemen. Hij was het die het besluit nam de manufacturenzaak naar de Dam te verplaatsen. Ook voor het venduhuis zocht hij een betere locatie en toen in maart 1871 het voormalig Huis Tholen in de hoek van de Abdij te koop kwam, aarzelde hij niet dit pand aan te schaffen. Emanuëls kleinzoon Machiel Izaak, geboren in 1853, was de volgende telg uit dit geslacht die het venduhuis leidde. Na tot 1892 met zijn vader te hebben samengewerkt, breidde hij het veilingwezen verder uit door de concurrerende firma Hondius op de Balans uit te kopen. Onder de naam De Groot en Hondius werd de zaak voortgezet. Machiel zou jarenlang de scepter zwaaien en woonde tot zijn dood in juli 1929 ook boven het Venduhuis in de Abdij. Zoon Izaac Philip Joël, die zijn vader sinds 1897 had bijgestaan en talloze veilingen leidde, nam na zijn dood het roer van hem over.

Izaac de Groot was zeer betrokken bij de verschillende activiteiten in en om de Abdij. Zo stelde hij in 1931 prijzen beschikbaar voor de jaarlijkse ringrijderij en mochten de banken uit het Venduhuis bij diverse gelegenheden om niet gebruikt worden. Niet altijd was de opstelling van de familie De Groot zo soepel geweest. Rond 1907 had de wijze waarop zijn vader de aanleg van een veranda had doorgedrukt, verschillende mensen de wenkbrauwen doen fronsen. Toen de eigenaar van het aangrenzende Hotel de Abdij bezwaar maakte tegen zijn plan, had De Groot op zijn eigen erf in de hoek van het plein een grote houten schutting recht voor de ramen van het hotel laten plaatsen. Dat de veranda er snel kwam, zal niemand verbazen!

De kranten deden uitvoerig verslag van het 100-jarig bestaan van het ‘Venduhuis’ op 30 september 1935. Tijdens de receptie die door een groot aantal mensen werd bijgewoond, werd Izaac de Groot van alle kanten lof toegezwaaid. De Vlissingse notaris J.C. Paap haalde herinneringen aan de laatste dertig jaar op, mr. P. Dieleman memoreerde de grote steun die vooral jonge advocaten bij de afhandeling van faillissementen van de heer De Groot hadden ontvangen. Naast talloze bloemenhulden afkomstig van uiteenlopende groeperingen in de samenleving – van de Walcherse notarissen tot de afroeper van de verkopingen van roerende goederen tot het bestuur van de Israëlitische gemeente – werd hem bij deze gelegenheid een door de firma Begeer gemaakte plaquette aangeboden. Aan de ene zijde stond 1835 – september 1935 met daaronder de namen van de verschillende vendumeesters uit de familie De Groot, aan de andere kant een afbeelding van het Notarishuis met het onderschrift: Regte Handel is Regte Wandel.

Verschillende besturen grepen die middag de gelegenheid aan hem te bedanken voor zijn niet aflatende steun. De afdeling Middelburg van het Centraal Genootschap voor kindervacantie- en herstellingskolonies memoreerde zijn financiële ondersteuning door de afdracht van op kijkdagen geheven entreegelden. De Vereeniging tot instandhouding van het Middelburgsch muziekkorps sprak zijn waardering uit voor het steeds weer belangeloos ter beschikking stellen van banken bij opvoeringen op het Abdijplein. Ook uit andere berichten blijkt Izaacs sociale betrokkenheid. Als penningmeester van het Middelburgs comité voor de loterij ‘De Joodsche Invalide’ wist hij samen met L. Weijl en M.H. Boasson in 1933 maar liefst 24.000 loten aan de man te brengen. De Vereeniging tot Bescherming van Zuigelingen had in hetzelfde jaar een financiële bijdrage voor de aanschaf van middelen ter voorkoming van Engelse ziekte van hem gekregen. De Groot zelf sprak die middag in zijn dankwoord vol bescheidenheid over het vervullen van zijn plicht in een vak dat het ‘horen, zien en zwijgen’ nodig maakte en hoopte nog jaren door te mogen gaan.

Het Venduhuis op het Abdijplein werd in augustus 1936 aan het Rijk verkocht om een uitvoerige restauratie te ondergaan. De activiteiten van de firma De Groot & Hondius vonden voortaan in andere verkooplokalen plaats. De tijdsomstandigheden baarden Izaac de Groot duidelijk zorgen en leidden tot politieke activiteiten. In 1937 werd hij lid van de afdeling Middelburg van de EDD (de Nederlandsche Beweging voor Eenheid door Democratie), een buitenparlementaire beweging die op 27 juni 1935 was opgericht als reactie op het succes van de NSB bij de Provinciale Statenverkiezingen. Onder het motto ‘Mussert noch Moskou’ richtte deze beweging zich tegen zowel het nationaalsocialisme als het communisme. Vanaf november 1938 tot de opheffing in mei 1940 was De Groot penningmeester van deze afdeling.

Izaac en Alice de Groot die al die tijd in de Spanjaardstraat hadden gewoond, verhuisden in deze jaren naar Noordbolwerk 15, naar een gloednieuw pand dat zij in 1936 hadden laten bouwen. Daar stonden ze in mei 1940 nog ingeschreven. Het huis werd echter door de bezetters gevorderd als kwartier voor Duitse officieren en in augustus 1941 namen Izaac en Alice hun intrek op Dam 43. Izaac zal weinig illusies gehad hebben. Hij trof in deze maanden dan ook verschillende praktische maatregelen. Zo gaf hij een deel van zijn inboedel in bewaring aan de Middelburgse antiquair Bal.

Samen met alle andere Middelburgse Joden vertrokken Izaac en Alice op 24 maart 1942 gedwongen naar Amsterdam, waar zij terechtkwamen in de Michelangelostraat 8 huis. Een half jaar later vertrokken zij in januari 1943 naar kasteel ‘De Schaffelaar’ in Barneveld, een interneringskamp voor joodse inwoners die van maatschappelijk belang werden geacht. Vandaar werden Izaac en Alice overgebracht naar Westerbork, waar Izaac op 4 september 1944 overleed. Alice werd op een gegeven moment op transport gesteld naar Theresienstadt. Zij werd volgens F. Tavenier, die later bij haar in huis woonde, uit dit kamp uitgekocht en kwam via Zwitserland ‘meer dood dan levend’ in Middelburg terug. Het huis aan het Noordbolwerk had zwaar te lijden gehad. Eerst als kwartier van Duitse officieren, na de bevrijding als bivak van Canadese soldaten, die op de keukenvloer branders hadden gezet om hun eten te koken. Tegen 1947 was het huis echter weer zodanig opgeknapt dat het bewoond kon worden.

Alice en haar kinderen hadden de oorlog overleefd. Machiel was in 1932 in Middelburg met Jetta van der Heijden getrouwd en had tijdig weg weten te komen. Hij trok tijdens de oorlogsjaren als kapelmeester van muziekkorpsen in ballingschap de halve wereld over. In september 1946 vestigde hij zich met zijn vrouw als advocaat en procureur in Suriname. Leopold was op 8 juli 1940 in Vlissingen met Jolande Doornbos getrouwd en had tijdens de oorlog ondergedoken gezeten in Den Haag. Beide zoons kregen kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Alice Leven overleed in 1954 te Middelburg.

Isaac Philip Joël de Groot bereikte de leeftijd van 67 jaar. Hij werd op 5 september 1944 in Westerbork gecremeerd. De urn met zijn as werd op de Joodse begraafplaats in Middelburg bijgezet.

Katie Heyning

Izaac Philip Joël de Groot
Middelburg, 30 augustus 1877
Westerbork, 4 september 1944
Bereikte de leeftijd van 67 jaar

Bronnen:
Archief concentratiekamp Vught, Sterbebuch 1944
Joods Monument
Middelburgsche Courant